Nieuws

Tony Blair staat op het punt geridderd te worden, tot woede van veel Britten

Van ‘Call me Tony’ naar ‘Call me Sir Tony’. Het koninklijke eerbetoon voor Tony Blair veroorzaakt veel ophef in Groot-Brittannië. Vijf vragen over deze koninklijke titels, politieke macht en ridder Tony.

Patrick van IJzendoorn
Voormalig premier Tony Blair wandelt de Westminster Abbey binnen voor de uitvaart van Lord Ashdown op 10 september 2019. Achter Blair lopen voormalig premier David Cameron (r) en voormalig leider van de Liberal Democrats Nick Clegg. Beeld Chris J. Ratcliffe / Getty
Voormalig premier Tony Blair wandelt de Westminster Abbey binnen voor de uitvaart van Lord Ashdown op 10 september 2019. Achter Blair lopen voormalig premier David Cameron (r) en voormalig leider van de Liberal Democrats Nick Clegg.Beeld Chris J. Ratcliffe / Getty

Waarom maken Britten zich überhaupt zo druk over wie ridder wordt?

Tony Blair staat op het punt om de hoogste van alle ridderorden te krijgen, de Orde van de Kousenband. Deze orde, stammend uit 1348, telt maar 24 ridders. Ruim twee jaar geleden viel ook koning Willem-Alexander deze eer ten deel, net als eerder zijn moeder en grootmoeder. Anders dan gewone ridderorden, is dit een persoonlijke geste van de koningin, al blijft de vraag of er achter de schermen politieke druk is uitgeoefend. Hoe dan ook, de koninklijke geste heeft voor veel protest gezorgd, omdat Blair nog altijd wordt nagedragen dat hij een ‘illegale oorlog’ heeft gevoerd in Irak. Volgens critici verdient de 68-jarige sociaal-democraat niet de status die een ridderschap met zich meebrengt, ook al is het een gebruik dat oud-premiers vroeger of – in Blairs geval – later deze hoge eer krijgen. Mogelijk zou de ophef minder zijn geweest wanneer hij als Lord Blair in het Hogerhuis zou zijn beland.

Dus hij wordt geen Lord? Wat is het verschil?

Sinds Blairs hervormingen van het Hogerhuis is het uitdelen van adellijke titels een politieke zaak. Voorheen was het eenvoudig. Toen zat het Hogerhuis vol met hertogen, markiezen en graven. Sinds 1958 kreeg de oude landadel zo nu en dan gezelschap van nieuwe edellieden: life peers, personen die een niet-erfelijke titel kregen, uitgerangeerde politici met name. Tegenwoordig zijn nog maar 92 van de 780 leden van de Lords en Ladies van authentieke adel. De rest zijn life peers, voorgedragen door de regering. Het gaat om oud-politici, kunstenaars, wetenschappers, ondernemers en politieke vrienden. Onder een Conservatieve regering zullen er relatief veel Conservatieven in het Hogerhuis worden gezet, simpelweg omdat het dan makkelijker is om stemmingen over wetsvoorstellen te winnen. Margaret Thatcher was de laatste oud-premier die in de Lords terechtkwam, als barones Thatcher. Ze was ook lid van de Orde van de Kousenband.

Is dat niet ondemocratisch?

Wie nu een geheel nieuw politiek systeem ontwerpt, zal waarschijnlijk geen plek inruimen voor een Hogerhuis naar Brits model, een systeem waar honderden ongekozen personen, onder wie alle bisschoppen en mensen die geld hebben gedoneerd aan politieke partijen, meepraten over de wetgeving. Voordat Blair zijn hervormingen doorvoerde, bleef het inderdaad bij meepraten. Er was een herenakkoord dat de hertogen en markiezen nooit de gekozen volksvertegenwoordiging zouden dwarsliggen. Na de hervormingen is het Hogerhuis assertiever geworden, en volkser, maar niet per se democratischer. Vandaar dat er ook geluiden zijn om het op te heffen of te vervangen door een gekozen huis. De enige leden van het Hogerhuis die nu worden gekozen zijn ironisch genoeg de erfelijke leden. Wanneer er een sterft, volgt een verkiezing waarbij de Lords en Ladies op een opvolger stemmen. Zo won de zesde baron Sandhurst een jaar terug de stembusgang die nodig was na het overlijden van de vierde graaf van Selbourne.

Zijn er verder nog onderscheidingen die van belang zijn?

Jazeker. Ook in het Verenigd Koninkrijk regent het een paar keer per jaar lintjes. Onder hen bevinden zich duizenden Britten (en buitenlanders) die commandeur, officier of lid van het Britse Wereldrijk zijn. Vanwege hun verdiensten voor de maatschappij – van het redden van levens, leveren van acteerprestaties tot het geld inzamelen voor liefdadigheid – kunnen ze respectievelijk CBE, OBE of MBE achter hun naam zetten.

Deze erkenning wordt als gewichtig ervaren, al zijn er meerdere bekendheden geweest die de eer hebben geweigerd, zoals David Bowie en David Cornwell (alias John le Carre). De term ‘Brits Wereldrijk’ ligt gevoelig. Een CBE is dikwijls een opstapje naar een echt ridderschap. Zo werd acteur Sir Michael Caine in 1992 commandeur, om acht jaar later door Elizabeth tot ridder te worden geslagen. Vanaf dat moment was de arbeiderszoon die als Maurice Micklewhite was opgegroeid echt lid van de gevestigde orde.

Hoe nu verder met Blair?

Het aantal Britten dat een onlinepetitie tegen de ridder Blair heeft ondertekend, is woensdag de 700 duizend gepasseerd. Het is de vraag hoe representatief de ondertekenaars zijn voor de Britse bevolking, maar het is meer dan genoeg voor een vrijblijvend debat in het parlement over deze kwestie. De weerstand heeft er ook toe geleid dat de aanloop naar de Irak-invasie, negentien jaar geleden inmiddels, weer in het nieuws is. Zo werd bekend dat de toenmalige minister van Defensie van Downing Street de opdracht kreeg een geheime memo waarin stond dat de oorlog illegaal zou zijn, te verbranden. De discussie is ook schadelijk voor Buckingham Palace. Met geen mogelijkheid kan de koningin de geste tenietdoen. Tevens heeft het geleid tot een oproep het hele ridderlijke systeem te veranderen. ‘We kunnen’, zo schreef de geridderde commentator Sir Simon Jenkins in The Guardian, ‘al die archaïsche verwijzingen naar wereldrijken, heiligen, kousenbanden en ridders afschaffen. We kunnen het houden bij een Orde van Verdienste.’

Meer over