Toneeltechnici kunnen slecht uit de voeten met regels voor werk- en rusttijden In theater gaat artistieke norm boven de wet

'Wij lachen ons soms rot om jullie. Dat is typisch Nederlands, jullie plakken overal een cijfertje op.' Yves De Bruyckere is toneeltechnicus van het Gentse theatergezelschap Blauwe Maandag Compagnie....

Van onze verslaggeefster

Wil Thijssen

AMSTERDAM

Officieel overtreden zij de Nederlandse Arbowet. Die schrijft voor dat een arbeidskracht niets mag tillen boven vijfentwintig kilo. Bovendien moeten materialen als staalkabels en klimwerktuigen van een keurmerk zijn voorzien. 'Hoe moeten wij dat weten?', vraagt De Bruyckere zich af. 'Wij hebben geen briefje van jullie regering gekregen.'

Alle buitenlanders die in Nederland werken, dienen zich te houden aan de Nederlandse wet. Dat geldt dus ook voor buitenlandse theatergezelschappen. Vrijwel geen daarvan kan aan de eisen van de Nederlandse Arbowet voldoen. Sjaak van Zalingen, toeziend hoofd theatertechniek van de Amsterdamse Stadsschouwburg, is vooralsnog niet van plan daar tegen in het geweer te komen. 'Hier komen Russen, Polen, Tsjechen, de Chinese Staatsopera. Die lui komen met de meest armoedige decorstukken binnen, niets heeft een keurmerk. Moet ik tegen die mensen zeggen: je mag hier niet spelen, ga maar naar huis? Natuurlijk doe ik dat niet'

Van Zalingen vindt het prima dat de Nederlandse overheid streeft naar veiligere werkomstandigheden. Maar 'artistieke normen ontstijgen de wet', stelt hij. 'Je kunt niet tegen een decorbouwer zeggen: ontwerp een huiskamer of landschap van vijfentwintig kilo per stukje. En geen enkel theater heeft genoeg technici om alles met z'n tweeën te tillen. Daar is gewoon geen geld voor.'

Vooral voor reizende theaters is de Arbowet een probleem. Sinds 1 januari is de nieuwe Arbeids- en Rusttijdenwet van kracht. Die schrijft voor dat werknemers minstens elf uur achter elkaar moeten rusten per 24 uur. Reizende theatertechnici redden dat niet. Zij beginnen 's ochtends aan de opbouw van een decor, verzorgen de techniek tijdens de avondvoorstelling en breken 's nachts de boel weer af.

'Ik heb minstens drie extra technici nodig om aan de eisen van de Arbowet te voldoen,' zegt Willem Bart Gijsbers, chef technische dienst van Het Zuidelijk Toneel in Eindhoven. 'Dat kost honderdduizenden guldens aan jaarsalarissen en reis- en verblijfskosten. Dat kunnen wij niet betalen.'

Reizende gezelschappen als Het Zuidelijk Toneel moeten voortaan minder vaak optreden, of minder reizen om de kosten van extra technici op te brengen. Gijsbers toont zich verbolgen. 'Minder vaak optreden betekent dat we acteurs moeten ontslaan. We móeten wel reizen, anders trekken we te weinig publiek. Maastrichtenaren komen heus niet naar Groningen om ons te zien. We zijn The Phantom of the Opera niet'

Volgens de Vereniging van Nederlandse Toneelgezelschappen (VNT) kampen de meeste gesubsidieerde theatergroepen met hetzelfde probleem. Om die reden heeft de VNT geprobeerd de Arbeids- en Rusttijdenwet te versoepelen. Dat is deels gelukt; theatertechnici mogen de wet vier keer per maand overtreden. Volgens Gijsbers is die versoepeling niet toereikend. 'Tijdens een toernee verhuizen we zes dagen per week. Dan hebben we niet eens acht uur rust per nacht, laat staan elf.'

De cao, waarin de nieuwe rusttijdenwet is opgenomen, is nog niet definitief. In juni inventariseert het ministerie van Sociale Zaken opgetreden knelpunten. De NVT hoopt dat er voor toneelgezelschappen een uitzonderingspositie wordt gecreëerd. Tot die tijd werken toneeltechnici in ploegen en niet langer dan een dagdeel.

Volgens Gijsbers is dat heel demotiverend voor zijn personeel. ' De sjeu van ons vak is het meemaken van een complete voorstelling: opbouwen, repetities, geluid, licht, applaus, afbreken en naar huis. Anders kun je net zo goed bij Albert Heijn achter de kassa gaan zitten, dat betaalt beter. De Arbowet reduceert ons tot simpele koekenbakkers en daar passen wij voor.'

Meer over