Toneelcriticus is een oude mopperkont

Moet ik nu echt weer aan het werk om die kritiek samen te vatten in één enkele zin, die precies verwoordt wat ik ervan vind?

Londen, 13 december 1942

Andrade leverde me een mooie streek, gisteren in de Savage Club. Een oudere gast, duidelijk een lastpak, kwam op me af en zei: 'Mr Agate, over het algemeen ben ik eens met wat u schrijft in de Sunday Times, maar vandaag...'. Andrade onderbrak hem meteen: 'Neemt u mij niet kwalijk, professor, dit is niet de criticus James Agate, dit is zijn neef, William Agate, een kousenfabrikant uit Dorkin.'

Waarop de oude heer zich met omstandige verontschuldigingen terugtrok. Wat mij betreft is het in één zin samen te vatten: ik ga met niemand het gesprek aan, tenzij ik er iets voor terug krijg.

Ik ben niet zoals Leo, die gerust tegen gevels van onbewoonde woningen praat, als er geen menselijke alternatieven in zicht zijn. Zet Leo in een café tussen volslagen onbekenden, en binnen tien minuten is hij helemaal in zijn element.

Ik echter, ik ben een oude mopperkont: ik wil iets terug voor mijn conversatie. En bovenal verafschuw ik praten over toneel. Zodra iemand zegt: 'Wat vond je van Gielgud in Macbeth?', denk ik aan die vier dagen van hard en gekweld nadenken, die in één enkele kritiek zijn samengevat.

Moet ik nu echt weer aan het werk om die kritiek samen te vatten in één enkele zin, die precies verwoordt wat ik ervan vind? Alleen opdat de een of andere sukkel mijn woorden kan verhaspelen tegen iemand die óók geen benul heeft?

James Agate (1877-1947), Engels toneel- en filmcriticus.
Uit: The Selective Ego. Harrap, 1976.

Meer over