Tomas Ross

Een geraffineerd web van feiten en fictie, met een prinses als personage.

Tomas Ross: Onze vrouw in Tripoli

Cargo; 464 pagina's; € 19,90.


Mabel van Oranje. 'Ze liep door de living naar de ramen en zag beneden zich de glanzende Porsche Cayenne uit de ondergrondse parkeergarage het besneeuwde laantje naar Nothing Hill Gate op draaien en in het schemerdonker verdwijnen. Friso reed natuurlijk zelf, net als zijn broers een aardje naar zijn grootvader Bernhard: dol op auto's. ( ... ) Zo zachtmoedig en rustig als hij was, zo roekeloos was hij soms ook. Met meer dan 200 kilometer per uur over de snelweg, liefst zonder gordel, skydiven of tijdens het skiën de meest gevaarlijke tochten buiten de piste maken - ze had hem herhaaldelijk op het hart gedrukt voorzichtiger te zijn.'


Uit piëteit heeft factieschrijver Tomas Ross, na het ski-ongeluk van prins Friso begin dit jaar, de publicatie van Onze vrouw in Tripoli uitgesteld tot november. Want Mabel van Oranje - voorheen Mabel Wisse Smit - is een van de personages in zijn nieuwe boek. Zoals Ross eerder al schavuit eerste klas prins Bernhard in woord en beeld aan het volk toonde.


Dat Mabel een goede tweede wordt, is een compliment - interessant genoeg - maar ook een belofte van spanning aan de lezer die een thriller koopt, fictie of factie.


Ross deinst niet terug voor vulgariteiten als: 'Haar ene hand klemde zich in zijn shorts rond zijn penis, die ogenblikkelijk reageerde. 'Schatje, toe ik ben al te laat.'' (Mabel en Friso) Maar zijn kracht ligt in de vragen die hij stelt bij politiek gekonkel. Misstand, missie, misleiding, misdaad.


Op 27 februari 2011 vond bij de Libische kustplaats Sirte een klungelige Nederlandse geheime missie plaats. Vlak bij de villa van Moammar Kadhafi landt een Lynx-helikopter van de Koninklijke Marine, waarin drie militairen een Nederlandse ingenieur en een Zweedse vrouw komen ophalen. Missie mislukt, iedereen gevangengenomen (later vrijgelaten).


'Den Haag' reageert met doorzichtige nepverklaringen en het politieke gehakkel wordt nog erger als het gerucht gaat dat ook Mabel van Oranje ter plekke was. Als dat ten stelligste wordt ontkend, ook door Mabel zelf, gaat bij Tomas Ross een fel lichtje branden dat de weg wijst naar Onze vrouw in Tripoli. Had Mabel ook al niet gelogen over haar relatie met crimineel Klaas Bruinsma, en met de Bosnische VN-ambassadeur Muhamed Sacirbey, later veroordeeld wegens wapenhandel en verduistering van geld? Was ze betrokken geweest bij criminele activiteiten, of bespioneerde ze de diplomaat in opdracht van de BVD? En hoe smetteloos is haar werk voor multimiljardair George Soros, filantroop, die een enorm vermogen verwierf met beursspeculaties?


Ross ruimt gelukkig veel plaats in voor andere personages, zoals de oud-diplomaat Willem van Lanschot (zijn vrouw werd vermoord) en de Zweedse Camilla Edström, galeriehouder in Tripoli (haar ouders kwamen om bij de Lockerbie-aanslag).


Ook de bad guys zijn ruim vertegenwoordigd. Onder hen Hassan Tantor, de terrorist met het albino-uiterlijk, en Moammar Kadhafi en de zijnen, zonen die verkrachten en moorden; en de enige goede, westers gezinde Seif al Islam - vriend van Mabel en velen - bleek uiteindelijk toch een zoon van zijn vader te zijn.


Omdat het verhaal almaar ingewikkelder wordt, zijn de personages verplicht zichzelf en anderen steeds weer dezelfde vragen te stellen en een aantal dezelfde zaken samen te vatten. Het kunnen er weleens te veel zijn. Dat komt het spel niet ten goede dat ook de lezer moet spelen om de spanning erin te houden.


Een geraffineerd web van feiten en fictie, waarin Mabel van Oranje af en toe wel verstrikt raakt maar niet gevangen wordt, met keiharde bewijzen. Hoe dan ook een slimme meid. Blijft de interessante vraag: zijn er doelen die alle middelen heiligen?


Meer over