bellen metOnze correspondent

Tom Vennink ging zelf naar Kazachstan na het bloedbad: ‘Geen bewijs van in het buitenland getrainde terroristen’

Demonstraties in Kazachstan zijn uitgelopen op het grootste bloedbad in de geschiedenis van dat land. Correspondent Tom Vennink ging erheen en sprak met ooggetuigen. Hoe ging hij te werk en wat heeft hij geleerd? ‘Ooggetuigen vertelden: de doodgeschoten mensen waren geen bandieten of terroristen.’

Niels Waarlo
Een lid van de oproerpolitie houdt een betoger onder schot. Beeld AP
Een lid van de oproerpolitie houdt een betoger onder schot.Beeld AP

Even in een notendop: wat is er ook alweer aan de hand in Kazachstan?

‘Het begon met vreedzame protesten tegen brandstofverhogingen in het westen van het land. Toen dat protest zich verspreidde over het hele land, schakelden de autoriteiten een week lang het internet uit en ging voor ons als buitenlandse journalisten het licht uit.

‘In de versie van de autoriteiten zijn de protesten gekaapt door in het buitenland getrainde terroristen en bandieten die grote steden zouden hebben ingenomen. De president vroeg het Russische leger om hulp en gaf het eigen leger bevel om te schieten zonder waarschuwing. Volgens de autoriteiten is het officiële dodental 225 en zouden dat, buiten 19 omgekomen agenten, allemaal terroristen en bandieten zijn. Ik vond het belangrijk om zelf te gaan kijken.’

Je reisde naar de grootste stad, Almati, en was daarmee een van de eerste buitenlandse journalisten die na de protesten naar Kazachstan ging. Hoe ging je te werk?

‘We konden er niet direct naartoe. De grenzen waren dicht en in de stad werd geschoten zonder waarschuwing. Toen het internet aan ging en duidelijk werd dat het normale leven weer op gang was gekomen, ben ik naar Istanbul gevlogen en heb ik gewacht tot het vliegveld van Almati openging.

Op wie schoot het Kazachse leger?
Het Kazachse leger doodde in Almati zeker 225 mensen. Allemaal ‘in het buitenland getrainde bandieten en terroristen’, volgens de regering, maar ooggetuigen vertellen een ander verhaal. Lees hier de reportage van Tom Vennink.

‘Toen ik aankwam begonnen mensen net online verhalen, video’s en foto’s te delen. Die mensen zijn we gaan benaderen, een aantal bleek bereid met ons te praten. Het was spannend om daar te zijn. Ik geloof dat wij dit verhaal van de ooggetuigen als eerste zo uitgebreid naar buiten brengen. Dan weet je niet precies hoe de autoriteiten zullen reageren.’

Hoeveel risico lopen de mensen die je sprak als ze het verhaal van de autoriteiten tegenspreken?

‘Ik maakte mij meer zorgen om hun veiligheid dan om die van mezelf. Om veiligheidsredenen hebben we sommige mensen niet met naam of achternaam geciteerd. De autoriteiten zetten de aanwezigen bij de demonstratie neer als bandieten en terroristen. Dan kan het gevaarlijk zijn om er openlijk voor uit te komen dat je erbij was.

‘Wel merkte ik dat veel mensen júist graag herkenbaar in beeld wilden. De ooggetuigen hebben gezien hoe mensen voor hun ogen zijn doodgeschoten, en vinden het belangrijk om te vertellen: dat waren geen bandieten of terroristen. Zij kunnen dat verhaal moeilijk kwijt aan de Kazachse media, die onder controle staan van de regering. Ik sprak een man die zes dagen naar zijn broer heeft gezocht, een archeoloog die gewoon geïnteresseerd was in wat er gebeurde op het Plein van de Republiek, het centrum van de protesten. Deze man hoopt dat er een onderzoek komt naar de vraag: waarom is mijn broer dood en wie heeft dat gedaan?’

Hoe weeg je de betrouwbaarheid van ooggetuigen, kunnen zij niet ook een agenda hebben met hun verhaal?

‘De eerste man die we spraken was een bekende oppositieactivist. Van hem weet je dat hij een politieke agenda heeft. Maar daarna hebben we tientallen ooggetuigen gesproken, ook mensen die niet zelf meededen aan de protesten. Door veel mensen te spreken krijg je een betrouwbaarder verhaal. Dan ga je lijnen zien, dingen die vaak terugkomen. Zo hoorden we telkens dat er op 6 januari, de dag van het meeste geweld, veel mensen aanwezig waren die wilden demonstreren voor democratische hervormingen in het land. De mensen die we spraken konden hun verhalen vaak ook onderbouwen met video’s en foto’s.’

Hoe kijk je, na je reportage, aan tegen het verhaal van de regering?

‘We weten nu zeker dat de regering niet het volledige verhaal vertelt. Er is zeker geweld gepleegd door mensen op het plein, ik heb ook sporen van vernielingen en plunderingen gezien. We spraken een vrouw, een illustrator, wier hele kantoor is vernield. Maar we hebben geen bewijs gevonden van in het buitenland getrainde terroristen. Integendeel, ik hoorde telkens verhalen die die bewering tegenspraken. Er zijn nog veel vragen over wat er is gebeurd, we kennen lang niet de identiteit van elke dode. Maar van een deel van de doden weten we nu dat het geen terroristen waren.’

Hoe gaat het nu verder in Kazachstan, denk je?

‘In de vijf dagen dat ik in Kazachstan was, zag ik de stemming veranderen van rouw in woede. Er sijpelt steeds meer informatie door waaruit blijkt dat er niet alleen terroristen en bandieten zijn doodgeschoten, maar ook heel veel gewone mensen. Kinderen, de vrouw van een taxichauffeur, de chauffeur van een journalist. Er zijn ook nog honderden mensen vermist en mensenrechtenactivisten spreken van martelingen in gevangenissen.

‘Dit was het grootste bloedbad in de geschiedenis van Kazachstan. De Kazachen kwamen er eigenlijk tegelijkertijd met mij achter wat er is gebeurd, dat proces is nog steeds aan de gang. De vraag is nu of hun woede zich in actie gaat vertalen.’

Meer over