Toestemming

'Met de prefectuur van Agrigento.’..

Eric Arends

‘Dag, met Eric Arends van het Nederlandse dagblad de Volkskrant. Ik wil een reportage schrijven over de vele immigranten die met bootjes vanuit Afrika naar Europa komen en stranden op de kust van het eiland Lampedusa. Ik zou graag uw toestemming hebben om daar het opvangcentrum te bezoeken.’

‘Dan moet u een fax sturen met al uw persoonsgegevens, en een kopie van uw journalistenkaart.’

‘Kan ik ook een mail sturen?’

‘Een mail? Eh, jawel, maar dan moet ik even vragen hoe dat moet. Liever per fax.’

‘Krijg ik vandaag nog antwoord, denkt u?’

‘Dat kan ik u niet zeggen. Het is vrijdag, hè.’

‘Ja. En?’

‘Nou ja, met het weekend in aantocht.’

‘Het is vrijdagóchtend.’

‘Dat is ook vrijdag.’

Maandagochtend.

‘Ik zou graag weten of u al een antwoord heeft op mijn verzoek.’

‘Belt u over een uurtje terug. Dan komt het allemaal goed.’

(...) ‘En?’

‘Ik ben nét uw mail aan het printen om aan de vicaris te tonen. Belt u over een kwartiertje terug. Dan weten we vast meer.’

(...) ‘Ja?’

‘De vicaris wil dit natuurlijk volgens de regeltjes doen. Hij moet uw verzoek daarom eerst even voorleggen aan de prefect, en het een en ander natrekken op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat zal geen probleem zijn, maar het gaat vandaag helaas niet meer lukken.’

‘Morgen dan?’

‘Morgen is het weekend.’

‘Morgen is het dinsdag.’

‘O ja. Maar wel Driekoningen. Dat is een feestdag.’

‘Overmorgen dan? Woensdag?’

‘Wanneer wilt u dan naar Lampedusa?’

‘Zo snel mogelijk. Liefst morgen al.’

‘Morgen gaat niet. Dan is het weekend.’

‘Dat had ik begrepen.’

‘Als u nou overmorgen belt, op woensdagochtend.

Dan proberen we alles snel rond te maken en kunt u ’s middags nog op Lampedusa zijn.’

‘Dat zal niet lukken. Ik woon in Rome. En Lampedusa ligt voor de kust van Tunesië. Kan ik u niet gewoon vanaf Lampedusa bellen? Dan ga ik er in de tussentijd vast heen. Scheelt tijd.’

‘Dat moet ik vragen.’ (...) ‘Nee, ik hoor dat dat niet gaat. Want de minister van Binnenlandse Zaken komt donderdag naar Lampedusa.’

‘Nou en? We hebben het toch over woensdag?’

‘Maar dan kunt u er ook niet heen.’

‘Huh?’

‘Want op woensdag moeten er vast en zeker allerlei dingetjes worden voorbereid. Weet u wat? Belt u donderdag gewoon voor die toestemming. De minister komt dan weliswaar, maar we zullen uw telefoontje desondanks behandelen. Gaan we meteen kijken wanneer u op Lampedusa terecht kunt.’

‘Maar net zei u nog dat ik woensdag kan bellen. Of kan dat ook al niet meer?’

‘Woensdag?’

‘Na uw weekend.’

‘Ach, nou ja, waarom niet. Belt u gewoon woensdag, ook goed.’

‘Dus ik bel woensdag, en dan kan ik na het bezoek van de minister naar het opvangcentrum?’

‘Dat denk ik wel. Even kijken, welke dag is dat?’

‘Vrijdag.’

‘Vrijdag? Oh...’

‘U bedoelt: dan is het bijna weekend.’

‘Eh... nou ja, belt u maar gewoon. Dan gaan we ons best doen. Oké?’

Meer over