Toerist contra maffia

Auto in de garage, koffer op zolder. Reizen kan ook in een luie stoel of aan het fornuis. Deze week halen we Sicilië in huis....

Eric Arends Illustratie Kim Raad

We kunnen allicht naar Sicilië gaan vanwege de Griekse tempels bij Agrigento, of de vrijwel ongeschonden Romeinse mozaïekvloeren bij Piazza Armerina. Niks mis mee. Je kunt je daar op een fantastische manier inbeelden hoe het leven twee millennia geleden moet zijn geweest; veel staat er immers bij alsof het tot vorige week in gebruik was. In elk geval moet je 800 kilometer noordelijker, tussen de ruïnes op het Forum Romanum in Rome, een beduidend groter beroep op het voorstellingsvermogen doen om de oude Romeinen te zien rondmarcheren.

Maar wat als we nou eens een andere bril opzetten? Als we deze vakantie, heel gek, in het teken zouden stellen van een zekere vorm van ontwikkelingshulp?

Niet schrikken. We vertrekken heus niet naar een vluchtelingenkamp. We wippen gewoon langs de klassieke highlights van het eiland. We zullen net als iedereen genieten van de Arabische invloeden in de Siciliaanse keuken, met zijn maccheroni met sardines, met arancini (rijstkroketjes), met de beroemde caponata en de groenwit gestreepte cassata-cake. Desnoods gaan we nog een paar dagen in Taormina aan het strand liggen.

Het gaat erom dat we deze keer extra alert zijn op onze uitgaven. Van belang is niet de vraag hoeveel geld we uitgeven, maar aan wie? Indien we daarin de juiste keuzes maken, kunnen we straks wellicht zeggen dat we – nota bene tijdens de vakantie – een aandeel hadden in een volksrevolutie die de Sicilianen bevrijdde uit de verstikkende greep van de maffia.

Dat zit zo. Een groot deel van de ondernemers op Sicilië wordt afgeperst door de georganiseerde misdaad. Tegen betaling van een pizzo, een geldsom die de maffiaclan vaststelt, verzekert de zakenman of winkelier zich bij zijn afpersers van ‘bescherming’ tegen ander geboefte. Wie zo’n crimineel aanbod afslaat, ziet zijn zaak in vlammen op gaan, wordt lichamelijk bedreigd, of erger.

Jarenlang waren ondernemers te bang om hier openlijk over te praten. Maar veel zelfstandigen staat het water aan de lippen, omdat het beschermingsgeld maandelijks in de duizenden euro’s kan lopen. Palermo, Catania, Caltanisetta, Siracusa en andere steden op Sicilië tellen nu diverse anti-pizzocomités. Daarin hebben wanhopige burgers en zakenlui zich verenigd om los te komen uit de houdgreep van de cosa nostra.

Die latent aanwezige opstandigheid biedt verrassende mogelijkheden voor ons, maatschappelijk betrokken, avontuurlijke toeristen die toch ook gewoon leuke dingen willen blijven doen. Hoe? Simpel. Door het vakantiegeld zoveel mogelijk te besteden bij de rechtschapenen op Sicilië.

Op www.addiopizzo.org staat een lijst waarop inmiddels 279 ondernemers zich publiekelijk hebben uitgesproken tegen de afpersingscultuur, van hoteleigenaren, restauranthouders en souvenirwinkeliers tot apothekers, pr-medewerkers en organisatoren van bingoavonden. Zij hebben plechtig beloofd geen pizzo meer te betalen – een riskante daad, omdat represailles van de maffia meestal niet beperkt blijven tot een corrigerende draai om de oren.

Wat is er eenvoudiger dan – in korte broek en op teenslippers – mee te doen aan deze regelrechte bevrijdingsstrijd? Meer dan twaalfduizend burgers hebben op de betreffende website beloofd voortaan ‘kritisch te consumeren’, te kopen bij winkels die zich openlijk verzetten tegen de afpersingspraktijken. Twaalfduizend: op wereldschaal zijn dat er eigenlijk zorgwekkend weinig. Maar goed, wij zijn in aantocht. Gewapend met cash en creditcard.

Meer over