Toekomstvisioenen van Pronk wisselen nogal

Een binnenlands ministerie trok hem niet, het moest iets in de buitenlandsfeer zijn, zei hij begin dit jaar. Jan Pronk kreeg zijn zin niet....

Van onze verslaggeefster

Milja de Zwart

DEN HAAG

'Ik ben trouw. Ik wissel niet van paard', verklaarde Pronk vijf jaar geleden nogal plechtig in Opzij. Het ging over regeren met het CDA, maar de PvdA-minister voor Ontwikkelingssamenwerking sprak alsof dat in het algemeen zo was. Nog hetzelfde jaar bewees Pronk dat ook. Hij was ín voor een hoge functie bij de VN, maar bleef zijn Ontwikkelingssamenwerking trouw.

Zelfs acht jaar Ontwikkelingssamenwerking, in het kabinet-Den Uyl (1973-1977) en in het kabinet-Lubbers III (1989-1994), was de PvdA'er niet genoeg. Toen in de zomer van 1994 Paars I werd geformeerd en formateur Kok en PvdA-fractievoorzitter Wallage hem voor Milieubeheer in het vizier hadden, weigerde hij gewoon. Het was dat partijvoorzitter Felix Rottenberg een slapeloze nacht kreeg van de idee dat Pronk niet tot de PvdA-ministersploeg zou behoren, anders had hij zijn trouw niet eens gestand kunnen doen.

Zijn onwankelbaarheid duurde tot mei 1995. En sindsdien lijdt hij om de haverklap aan nieuwe toekomstvisioenen.

In 1995 kondigde hij tussen neus en lippen door zijn vertrek uit de politiek aan. Pratend over zijn tweede passie, hardlopen, zei hij in FNV Magazine: 'Ik heb net mijn record verbeterd op de kwart marathon. Ik was binnen de 47 minuten binnen. Dat vond ik niet zo gek. Ik ben nu 55 jaar. Zodra ik aftreed - ik wil geen derde termijn achter elkaar - wil ik een complete marathon gaan lopen.'

Een jaar later was het woord 'aftreden' uit Pronks vocabulaire geschrapt. Er verscheen een boek met interviews over Jan Pronk, rebel met een missie, en daarin waarschuwde hij: 'Don't count me out! Duidelijk?' Pronk wilde fractievoorzitter worden, óf minister van Buitenlandse Zaken.

Krap een jaar later, in januari 1997, zag hij dat toch weer anders. In Onze Wereld zei hij over een switch naar een ander departement: 'Ik geloof dat ik daar langzamerhand veel minder geschikt voor ben. Ik heb op een ander terrein deskundigheid opgebouwd.' In december van dat jaar zette hij via Nieuwe Revu de deur naar Ontwikkelingssamenwerking weer op een kier. 'Waarschijnlijk niet, nee. Misschien wel.'

In februari van dit jaar ging de deur wijd open. In het televisieprogramma Buitenhof maakte Pronk duidelijk dat het wat hem betreft een ministerie in de buitenlandsfeer was (Ontwikkelingssamenwerking, Buitenlandse Zaken of Defensie) of het fractieleiderschap. Een binnenlands ministerie trok hem niet. Hij nam wel een optie op een hoge baan bij het ontwikkelingsprogramma van de VN, maar die ambieerde hij eigenlijk niet.

Pronks kansen waren intussen niet erg groot. De VVD vond het vier jaar geleden al geen goed idee om Pronk andermaal op Ontwikkelingssamenwerking te zetten. Buitenlandse Zaken wilden de liberalen zelf hebben. PvdA-minister van Sociale Zaken Melkert gooide hogere ogen voor het fractieleiderschap. En voor de topfunctie bij de VN was de Deen Nilsen favoriet.

Het eind van het liedje was voorspelbaar. Pronk koos eieren voor zijn geld. Twee weken geleden trok hij zijn kandidatuur voor het fractieleiderschap in. Vorige week liet hij zijn trouw aan Ontwikkelingssamenwerking definitief varen.

Zijn terugkeer, zei hij, zou niet geloofwaardig zijn, nu het niet gelukt is extra geld los te peuteren voor hulp aan de Derde Wereld. Hij verspeelde er en passant veel krediet mee in de fractie, omdat hij dit verhaal pas afstak nadat het regeerakkoord ook door hem was aanvaard.

Zo wordt Pronk dus minister van het ministerie dat hij vier jaar geleden weigerde en dat de PvdA eigenlijk niet nogmaals wilde bezetten: VROM. Hij zal zich moeten troosten met de gedachte dat milieubeleid een steeds belangrijker internationaal aspect heeft. Het bittere commentaar van Rottenberg, eertijds zijn redder in de nood, krijgt hij op de koop toe. 'Het is het noodlot dat voor elke fanaticus dreigt: verslaafd raken aan de macht.'

Meer over