Column

Toe maar: twee tv-makers die de wereldvraagstukken eventjes oplossen

 

Jean-Pierre Geelen

De mens is zijn geschiedenis. De kunst is die te kennen. Dat besef rees bij het zien van de zesdelige documentairereeks Bloedbroeders, waarvan de VARA zondag het eerste deel uitzond. Sinan Can, journalist van Turkse komaf, had de Armeense musicalacteur Ara Halici uitgenodigd om via Turkije naar Armenië te reizen en de 100 jaar oude genocide op de Armeniërs te onderzoeken. Gevoelige zaak: de 'kwestie' verdeelt ook jongeren in Nederland, zo bleek. Een Turkse studente: 'Waarom zou ik iets bekennen wat mijn voorouders niet hebben gedaan?' Een jonge Armeense over de vraag of ze met een Turkse jongen thuis zou mogen komen: 'Ik zou niet met een Turkse jongen thuis wíllen komen.'

Hun familie had het de beide reizigers afgeraden. Toch zetten zij door: 'Het wordt hoog tijd dat de Armeniërs en de Turken zich na 100 jaar met elkaar verzoenen.'

Hun verhaal vertellen zij als een spannend jongensboek. Deels door de montage, deels door de voice-over, waarin zij uitvoerig hun groeiende onderlinge wantrouwen beschrijven. Dat doen zij met technieken uit het realitygenre: vooruitblikkend in tussenscènes die de spanning moeten verhogen. Sinan: 'Ik weet niet hoe wij, als we in het oosten van Turkije zitten, op elkaar zullen reageren.' Het zo belichten van hun onderlinge wantrouwen en twijfels is een fraaie illustratie van de manier waarop jongeren uit beider volken naar elkaar kijken. Maar soms is de vorm wat geforceerd en gekunsteld.

Wat het exacte doel van hun 'onderzoeksjournalistieke reis' is, werd pas aan het slot van de eerste aflevering duidelijk. Halici: 'Sinan en ik hebben ons voorgenomen voor onszelf en voor iedereen het ultieme en overtuigende antwoord te geven op de vraag die al 100 jaar heeft geleid tot verdriet, angst, haat, geweld en wantrouwen: is er door de Ottomaanse regering in 1915 doelbewust genocide gepleegd op de Armeniërs, en zo ja: hoe heeft dat kunnen gebeuren?'

Toe maar: twee tv-makers die de wereldvraagstukken eventjes oplossen. Dat er sprake was van genocide, bevestigde deskundige dr. Ton Zwaan na de eerste tien minuten al, dus die vraag verviel alvast.

Wie om enige zelfingenomenheid ('Ik hou ervan mijn nek uit te steken'.) slalomt, ziet niettemin mooie resultaten. Zoals een skypegesprekje met Penyemin Evingulu, pleger van een mislukte aanslag op de Turkse ambassadeur in Nederland in 1982. Spijt? Nee. Het doel, 'wereldwijd de aandacht vestigen op onze zaak, onze geschiedenis', had hij maar mooi bereikt.

Om uiteenlopende redenen heeft Bloedbroeders wat gemeen met Mijn vader de expat, een film van Abdelkarim El-Fassi die de VARA woensdag uitzond. Beide producties hebben dezelfde eindredacteur (Kees Schaap). Zoals Bloedbroeders het in de aandacht ongetwijfeld moest afleggen tegen het slot van Boer zoekt vrouw, ging deze film vorige week 'ten onder' aan de uitslagenavond van de verkiezingen.

Het was ook een reis, van El-Fassi met zijn vader door diens vaderland Marokko. Vader en zoon keken terug op zijn (geslaagde) leven als immigrant in Nederland. 'Toen we emigreerden, waren we niet van plan te blijven', zei vader El-Fassi. Maar ja: het geld raakte sneller op dan gepland. Zijn dochter, geboren in Nederland, voelt zich in Marokko nooit thuis: 'Ik ben hier nooit zonder jullie.' In Nederland klaagde de vader met andere Marokkanen: 'Nederland brandt ons nog op'.

In vorm en stijl was Mijn vader de expat (El-Fassi's eerste film) wat ongericht, maar ook hier werd zichtbaar hoe immigranten balanceren tussen twee werelden, zoekend naar een identiteit. Een kwestie van geschiedenis.

undefined

Meer over