Toch geen complot

Eind vorige eeuw was België volgens veel inwoners veranderd in Absurdistan. Affaires volgden elkaar op en gaven voedsel aan even zoveel complottheorieën....

Bestel in een Brussels café een pintje en hoor een willekeurig groepje Belgen uit over de tragikomische ontsnapping van Marc Dutroux. Laat ze vertellen dat hij op 23 april 1998 zijn strafdossier mocht inkijken. Dat slechts twee rijkswachters hem escorteerden naar het gerecht van Neufchâteau. Dat een van hen nieuwe processtukken ging ophalen, waarna de ander zich een klap liet verkopen en zijn dienstwapen liet ontfutselen.

'Staatsvijand nummer één' begon aan zijn 'vlucht van de eeuw'. België raakte die middag totaal verlamd.

Offreer de Vlamingen of Walen nog een Westmalle of Chimay, en hoor hoe vijfduizend politieagenten en militairen werden gemobiliseerd. Dat het leger tien gevechtshelikopters inzette. Dat zelfs het speciaal Interventie Eskadron en het luchtsteundetachement in actie kwamen voor het spektakelstuk.

En informeer dan eens terloops hoe het in hemelsnaam kon dat Dutroux zo makkelijk wist te vluchten. Simpel, luidt het antwoord van de complotdenkers, hij móest ontsnappen om te worden doodgeschoten. Dan kon hij nooit aantonen dat prominente magistraten, politici en misschien zelfs koning Albert II hem jarenlang de hand boven het hoofd hadden gehouden om hun seksfuiven te organiseren.

De ontsnapping was geregisseerd, gaat de theorie verder. Daarom was het gestolen dienstwapen ongeladen. Pas op het laatste ogenblik zouden 'hooggeplaatsten' zich hebben bedacht. Dutroux moest toch blijven leven, anders wisten alle Belgen zéker dat De Doofpot bestond. Vervolgens werd Marc Dutroux door een boswachter gesignaleerd.Absurdistan, apenland, het land van de duizend schandalen - die bijnamen gaven de Belgen zelf in die jaren aan hun drietalige koninkrijk. De waslijst aan ongerijmde, gruwelijke en soms tragikomische affaires kende haast geen einde.

Denk aan de Bende van Nijvel, de schietgrage gangsters die midden jaren tachtig supermarkten beroofden en 28 mensen neerknalden. Politie en justitie vonden slechts doodlopende sporen.

Of neem in 1991 de raadselachtige moord op de Waalse socialist André Cools. De huurmoordenaars werden in 1996 in de kraag gevat, maar zes aanstichters van de aanslag werden pas in januari 2004 veroordeeld. Een verdachte minister, Alain van der Biest, had ondertussen zelfmoord gepleegd. Het moordonderzoek leidde tot de onthulling van de Agusta/Dassault-smeergeldaffaire bij de Vlaamse en Waalse socialistische partijen. Het kostte Willy Claes zijn post als secretaris-generaal van de NAVO.

Dan was er veterinair controleur Karel Van Noppen. Hij werd in 1995 vermoord, naar later bleek door de hormonenmaffia. Of neem de Hongaars-Belgische dominee Pandy. In 1997 kwam uit dat hij in de jaren tachtig zes familieleden had vermoord, ze in stukken had gesneden en in de badkuip had opgelost met ontstopper.

Maar het klapstuk was de affaire-Dutroux. Zes meisjes werden in 1995 en 1996 ontvoerd, verkracht en vastgehouden in een speciaal gebouwde 'kinderkooi'. Vier stierven een gruwelijke dood, twee overleefden het drama. Over ruim een week, bijna acht jaar na zijn arrestatie, verschijnt 'het monster' eindelijk voor de rechter.

De rode draad in deze affaires? Politie en justitie functioneerden beroerd, de politiek greep niet in. 'Collega-politici noemden België een apenland. Dat was misschien wat brutaal, maar waarschijnlijk zaten ze er destijds niet zo ver naast', zegt Willy Claes, minister van Staat en voormalig NAVO-baas. 'De zaken waren groter dan België zelf.'

Mark Elchardus, hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en bekend criticaster van de Belgische samenleving, ziet het anders. 'Toen durfde ik het niet te zeggen, maar tegenwoordig krijg ik bijval voor mijn these dat er sprake was van volkshysterie, van een collectief delirium.'

Toegegeven, vervolgt Elchardus fijntjes, België heeft een onafgebroken serie van sensationele schandalen en affaires gehad. 'Maar die zijn ondergeschikt aan de fundamentele ontwikkeling die België en alle andere westerse landen doormaakten. Ik kan het niet hardmaken, maar zou de affaire-Dutroux in de jaren zeventig hebben gespeeld, dan had het niet tot zo'n grote vertrouwenscrisis geleid.'

De 'revolutie' die zich in de jaren zestig en zeventig in veel westerse landen voltrok, waarbij burgers zich ontworstelden aan de gevestigde instituties, bereikte in België pas zijn hoogtepunt in de jaren tachtig en negentig. De katholieke kerk stroomde er later maar sneller leeg, de vergrijzing sloeg er later maar ingrijpender toe. De commerciële tv deed later zijn intrede. 'Ouderen en mensen die het geloof verlaten zijn vatbaarder voor wantrouwen. De commerciële zenders wisten met opgeklopte berichtgeving het wantrouwen te vergroten.'

Voeg daarbij de gruweldaden van Dutroux die in de zomer van 1996 naar buiten kwamen en de blunders die politie en justitie op elkaar stapelden (zowel voor als na de arrestatie van Dutroux) en het beeld is rond.

In dat samenspel leek opeens de nieuwe burger op te staan. De druppel die de emmer deed overlopen, was toen de populaire onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte van de zaak-Dutroux werd gehaald. Zogenaamd omdat hij spaghetti had gegeten op een feestje waar ook Sabine en Laetitia waren, de twee meisjes die levend uit Dutroux' kinderkooi werden bevrijd. Connerotte zou te voortvarend te werk zijn gegaan en wel eens de positie van medeplichtige prominenten kunnen schaden.

Ruim driehonderdduizend mensen betoogden op 20 oktober 1996 in Brussel. Tegen de doofpot, voor verandering. De serene Witte Mars hield de belofte van een ommekeer in. 'Ik vind het een heel ontroerend en bemoedigend moment in onze zwaarmoedige jaren negentig', zegt Elchardus. 'Mensen kwamen van overal om mee te voelen met het lijden van de ouders en de slachtoffers van Dutroux.'

Maar politici en media vergisten zich door vervolgens te spreken van een Witte Beweging, aldus de socioloog. 'Een mars is geen beweging, maar een opwelling van gevoelens. Die 300 duizend mensen hadden niks met elkaar te maken. De emotionele vlaag is uitgedoofd zoals elke emotionele uiting. De Witte Comités hebben nooit iets betekend. Er is vrijwel niks van overgebleven.'

Die ontnuchterende verklaring gaat Willy Claes te ver. Er waren wel degelijk pogingen om de Witte Comités te structureren. 'Maar ongeruste politieke stromingen hebben geprobeerd de comités te absorberen. Dat leidde daar tot verdeeldheid en verbrokkeling.'

Het waren zware jaren voor de christendemocratische premier Jean-Luc Dehaene. In de oppositie zag liberaal Guy Verhofstadt zijn kansen schoon. Hij was het die vanuit politieke hoek de argwaan in België het krachtigst verwoordde. Dehaene werd de kop van Jut.

Sociologen, politicologen en de media pakten gretig de 'burgermanifesten' van Verhofstadt op. Dat waren pleidooien voor 'directe democratie'. Als de politici het land niet aankonden, dan moest de bevolking maar zelf het heft in handen nemen via referenda en andere vormen van directe inspraak.

De demonstranten werden echter nooit geïnspireerd door de wil om politiek te participeren, oordeelt Elchardus. 'Die roep om meer inspraak was een destructieve, antipolitieke reflex. Men vond het systeem slecht, men vond de politici sjoemelaars en bedriegers. Of erger nog, men geloofde dat ze in pedofiele netwerken van Dutroux zaten.'

Degenen die het hardst riepen om directe democratie, bleken juist degenen die het minste participeerden in maatschappelijke organisaties, die amper betrokken waren bij hun buurt, die nooit meer zouden gaan stemmen als de opkomstplicht werd afgeschaft.

Toen Verhofstadt in 1999 premier werd - Dehaene struikelde over de dioxinecrisis kort voor de verkiezingen - stelde zijn paars-groene regering een commissie politieke vernieuwing in. Maar het enthousiasme daarvoor was alweer tot het nulpunt gedaald, zegt Elchardus. 'De voorzitter kon niemand voor die commissie vinden. Er ligt nog steeds een voorstel voor een niet-bindend referendum. Ik betwijfel of het er ooit van komt. Verhofstadt wilde ook geen volksraadpleging over de Europese grondwet of de uitbreiding van de EU.'

Grote drama's kunnen iets goeds opleveren, omdat ze helder maken dat zaken anders moeten. Maar de politiek liet kansen schieten. 'Ze heeft een paar keer de kans gehad om slepende dossiers te deblokkeren', meent Elchardus.

Hij doelt onder meer op het gemeentelijk migrantenstemrecht, dat de afgelopen maanden weer een krampachtig dossier was voor regering én oppositie. In de lente van 1997 was er echter een buitenkans om het af te handelen. België was geschokt door de dramatische onthullingen rond de dood van het Belgisch-Marokkaanse meisje Loubna Benaïssa. Ze was al spoorloos sinds 1992 en werd op 5 maart 1997 bij een Brussels tankstation dood teruggevonden in een ijzeren kist.

Vooral het aangrijpende publieke optreden van Loubna's zus Nabele maakte indruk. De christen-democraten en socialisten, voorheen bang voor electoraal gewin voor extreem-rechts, spraken zich nu ineens uit voor het migrantenstemrecht. Maar, constateert Elchardus, de politiek miste dit schot voor open doel.

De parlementaire commissie-Dutroux bleek volgens de socioloog per saldo ook een tijger zonder tanden. De populaire voorzitter Marc Verwilghen (later onder Verhofstadt I minister van Justitie) bracht in 1996 en 1997 weliswaar pijnlijk minutieus het falen aan het licht van politie, justitie en politiek. Maar dit 'onderzoek naar het onderzoek' werd niet de Belgische evenknie van de Amerikaanse Watergate-commissie.

'Die Watergate-commissie legde de tekortkomingen bloot, maar heeft de burgers ook geholpen zich weer een beetje te verzoenen met de overheid. Verwilghen is er als voorzitter in geslaagd vrijwel in zijn eentje één grote complottheorie te lanceren.'

Zo leefde de hypothese voort dat Dutroux jarenlang de hand boven het hoofd werd gehouden. De doofpotdoctrine verdeelde België in gelovigen en niet-gelovigen. Tot in het gerecht bestond die tweespalt: procureur des konings Michel Bourlet wilde de complottheorieën tot op de bodem uitzoeken, onderzoeksrechter Jacques Langlois wilde Dutroux zo snel mogelijk laten berechten.

Complottheorieën doen het goed in onze cultuur, zegt Elchardus. 'Na de joden, jezuïeten en vrijmetselaars waren nu de grootindustriëlen, machtige politici en de koning aan de beurt. Zij zouden nog alle touwtjes in handen houden, hoewel ze zich zeer onopvallend gedragen. Ze komen samen in kerkers en de kelders van kastelen, vermoorden kinderen en schieten met kruisbogen op maagden.'

'Fictie en realiteit lopen in België nogal makkelijk door elkaar', beaamt Willy Claes. 'Een doofpot kun je zelden bewijzen en nooit ontkrachten. Als je niks vindt, zeggen de gelovigen: zie je wel hoe goed ze het kunnen verstoppen.'

Anno 2004 krijgt het Dutroux-complot een beduidend minder spectaculaire intrige, met veel onbeduidender protagonisten. Nu draait het om de garagehouder en de werkeloze sjoemelaar. Heeft Dutroux die kinderkooi echt alleen kunnen lassen? En zo nee, wie heeft hem dan geholpen?

Vergeefs riep de parlementaire onderzoekscommissie-Dutroux onder leiding van Marc Verwilghen in 1997 op tot een hervorming van de politie en justitie. Het was de bizarre ontsnapping van Dutroux in 1998 die daar uiteindelijk wél toe leidde. De dag erop traden de ministers Stefaan De Clerck (Justitie) en Johan Vande Lanotte (Binnenlandse Zaken) af, net als de opperbevelhebber van de Rijkswacht, luitenant-generaal Willy De Ridder.

Weer drie weken later werden de Octopusakkoorden getekend, die een einde moesten maken aan de onderlinge rivaliteit tussen de politiediensten en aan de politieke benoemingen bij het gerecht.

Nu, vijf jaar later, betwisten burgemeesters en hoofdcommissarissen echter of er al vruchten zijn te plukken van deze reorganisatie. Mark Elchardus heeft de stellige indruk van niet, Willy Claes kiest voor het voordeel van de twijfel. 'Vijf jaar is te snel om al conclusies te trekken.' Al kan, vervolgt de minister van Staat, de Vlaamse en Waalse publieke opinie logischerwijs niet bevatten dat de moordenaars van Pim Fortuyn en Anna Lindh wel snel zijn berecht.

'Jullie hebben de cineasten daardoor geen tijd gegund voor twijfelachtige verfilmingen', zegt Claes, doelend op de omstreden reconstructies met acteurs die Paul Jambers maakte op basis van de uitgelekte politieverhoren van Dutroux en consorten. De commerciële zender VTM zendt de reeks momenteel uit.

Toch veronderstelt Elchardus dat de Belgen de jaren met schandalen en affaires achter zich hebben gelaten. Hij wijst erop dat Jean-Luc Dehaene weer de populairste politicus van Vlaanderen is. 'Kiezers voelen zich schuldig: bij nader inzien vinden ze dat die man wél een goede eerste minister was. Verhofstadt belooft veel, maar verwezenlijkt weinig.'

Willy Claes heeft ook weinig lof voor de nieuwe politieke generatie die het roer overnam. 'Ik geloof niet in de fabel van Verhofstadts modelstaat. Het is rustiger dan in de jaren negentig. Maar terwijl de mensen zich zorgen maken over hun baan, de betaalbaarheid van de gezondheidszorg en de pensioenen, ruziën de politici over invoering van het gemeentelijk stemrecht voor migranten en over het verbieden van hoofddoekjes.'De minister van staat houdt zich daarom liever bezig met de internationale politiek. 'Als Nederlanders de indruk hebben dat België inmiddels een normaler land is dan in de jaren negentig, dan is dat goed nieuws voor België. Of het ook echt zo is, waag ik te betwijfelen.'

De cafégangers kunnen lang filosoferen over de vraag of Dutroux' ontsnapping voorgekookt was. Elchardus wuift de borrelpraat weg. 'Natuurlijk was het geen opzet, maar een blamage voor de Rijkswacht. Ik heb onze politieke elite nog nooit zó bang gezien als die dag.' Witte Mars was geen beweging maar opwelling van gevoelens België heeft schandalen en affaires achter zich gelaten

Meer over