TNO zwijgt voortaan over zweeftreinen en boordcomputers

De vorige generatie onderzoekers van voorspellingsbureau TNO Inro was zelfverzekerd. Met grote stelligheid hielden ze de overheid voor dat er binnen afzienbare tijd zweeftreinen zouden komen....

Van onze verslaggever

Mark van Driel

DELFT

Nu regeert de bescheidenheid op het TNO-instituut, dat zijn 25-jarig bestaan viert. 'De treinrit tussen Amsterdam en Rotterdam gaat even snel als honderd jaar geleden', zegt E. Verroen, afdelingshoofd van TNO Inro. 'Kijk de dienstregeling maar na.' Verroen spreekt een tikkeltje meewarig over de dwingende prognoses van zijn voorgangers. De pakkende 'puntvoorspellingen' behoren tot de geschiedenis. Verroen en zijn medewerkers gieten hun voorspellingen over infrastructuur en ruimtelijke ordening nu liever in voorzichtige scenario's. De les uit het verleden is duidelijk: stellige beweringen zijn vaak onjuist.

Zo bleken de prognoses over het autobezit, een belangrijke indicatie voor de aanleg van wegen, herhaaldelijk niet te kloppen. Begin jaren zeventig werd laag ingezet: slechts twee op de tien Nederlanders zou in het jaar 2000 een auto hebben. De cijfers werden bijgesteld vanwege de economische voorspoed, waarbij de onderzoekers doorsloegen naar het andere uiterste. Nederland zou net zo veel auto's als inwoners krijgen, voorspelden ze. Nu stokt het cijfer bij 7,5 miljoen auto's in 2015.

Ondanks de komst van computers is het voorspellen van de toekomst niet eenvoudiger geworden, zegt Verroen. De onzekerheid is eerder toe- dan afgenomen. De economische groei en de demografie, twee factoren die de behoefte aan woningbouw en infrastructuur bepalen, zijn ongrijpbaar, beseffen de onderzoekers. Dat heeft hun behoedzaam gemaakt.

En dus beperkt TNO Inro zich tot het schetsen van scenario's met verschillende economische en demografische variabelen, liefst in samenspraak met andere organisaties. Verroen: 'De voorspelling is gedemocratiseerd. We geven niet langer een vaststaand oordeel, maar zijn een van de partijen die meepraten over de ruimtelijke inrichting van Nederland.'

Revolutionaire voorstellen zal TNO Inro niet snel doen. Over de maakbaarheid van de samenleving hebben de onderzoekers hun twijfels. C. Ruijgrok, plaatsvervangend directeur: 'Ik ben pessimistisch over de mate waarin de overheid mobiliteitsontwikkelingen daadwerkelijk kan sturen. Om het aantal auto's terug te dringen zijn maatregelen nodig die politiek niet haalbaar zijn. Een kwartje extra accijns heeft geen zin. Een economische crisis is voor het beteugelen van de automobiliteit beter dan het kwartje van Kok. Helaas.'

De discussie rondom de uitbreiding van Schiphol sterkt Ruijgrok in zijn overtuiging dat economische groei meer invloed heeft op de ontwikkeling van de Nederlandse samenleving dan de Haagse politiek. Ruim vijfentwintig jaar geleden beweerde hij al dat een tweede luchthaven nodig was om het aantal passagiers aan te kunnen.

En hoewel de politieke discussie over een extra vliegveld vijftien jaar heeft stilgelegen, denkt Ruijgrok dat zijn toenmalige prognose uitkomt. 'In 1972 schreven we dat Nederland in 2015 honderd miljoen luchtvaartpassagiers te verwerken zou krijgen. Nu wordt dat getal voor 2020 voorspeld. Dat scheelt maar tien jaar. We zeggen wel eens gekscherend: onze prognoses kloppen, alleen over het jaartal waarop ze uitkomen bestaat onzekerheid.'

Ruijgrok en Verroen zien de toekomst van TNO Inro zonnig in. De twijfel aan de eigen prognoses schrikt klanten niet af. Verroen durft zelfs een ouderwetse 'puntvoorspelling' te doen over de toekomst van TNO Inro. 'Vraag me niet om de wetenschappelijk onderbouwing, maar in vijf jaar tijd zal onze afdeling met 40 procent groeien. Organisaties als de onze worden alleen maar belangrijker.'

Meer over