AchtergrondDe zaak Timol

Tilana Stander verraadde haar vader, oud-apartheidsagent: ‘Hij moet vertellen wat hij heeft gedaan. Hoe kunnen die mensen anders verder met hun leven?’

Tilana Stander woont met haar gezin in Kaapstad, ver van haar familie en geboortegrond.Beeld James Oatway

Begin jaren zeventig kwam anti-apartheidsactivist Ahmed Timol onder verdachte omstandigheden om het leven in politiehechtenis – net als tientallen anderen voor en na hem. De betrokken agenten zijn nooit ter verantwoording geroepen. Tot een opstandige dochter zich tegen haar vader keerde. 

Ver weg van haar geboortegrond Pretoria leidt Tilana Stander een anoniem leven. Ze wil zo min mogelijk prijsgeven over haar bestaan, alleen dat ze ergens in Kaapstad woont met haar man en twee kinderen. Ze heeft hun beloofd voorzichtig te zijn.

Haar stem klinkt open, aan de telefoon, toegankelijk. Zoals het gezicht op de jeugdfoto uit de jaren zeventig die ze heeft gestuurd. Toen ze nog Tilana Roderigues heette. Een jong meisje met blonde lokken, blote voeten op het gras. Ze ziet er blij uit, alsof ze ergens anders is – niet in het gezin waarin ze opgroeide, met zes broers en zussen en een vader die ze verafschuwde.

‘In de familie heerste een strikte Afrikaner mentaliteit’, vertelt ze. ‘De kinderen stelden geen vragen, je had geen normale gesprekken. Je moest op een bepaalde manier denken. Alles was gebaseerd op racisme. Je mocht je niet mengen onder mensen met een andere huidskleur, niet met zwarten omgaan. Je mocht niet met ze praten of ze zelfs maar aankijken. Het was verschrikkelijk.’

Het was een wereld van extreme rassenscheiding. Eind jaren veertig geformaliseerd met de introductie van een reeks apartheidswetten. Gemengde huwelijken waren verboden, zwarte mensen mochten niet op dezelfde bankjes in het park zitten als witte Zuid-Afrikaners. In de jaren vijftig verder aangescherpt door president Hendrik Verwoerd, die de gekleurde bevolking het algemeen stemrecht afnam. De witte minderheid greep de absolute macht. De bewakers van deze wereld waren leden van de apartheidsveiligheidstroepen: soldaten en politieagenten die – al dan niet met geweld – verboden politieke organisaties zoals het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) de kop in moesten drukken. Standers vader Joao Roderigues was een van deze bewakers. Agent bij de Security Branch, de gevreesde geheime politie.

Tilana Stander op een jeugdfoto uit de jaren zeventig.Beeld Privé-archief

Stander zag van dichtbij hoe hij te werk ging: ‘Mijn vader had een zus die met een zwarte man was getrouwd. Niet in Zuid-Afrika neem ik aan, dat was niet toegestaan. En ze werd zwanger van hem. Ik weet dat mijn vader ervoor heeft gezorgd dat ze in de gevangenis belandde. Ze beviel daar van haar baby, die haar werd afgenomen. Ik vond het zo wreed. Bij ons werkte een zwarte vrouw die het huishouden deed. Ze heette Emma en was als een moeder voor me. Ik vond het maar niks hoe ze haar behandelden. Ze mocht alleen in huis komen om schoon te maken en te koken.’

Toch zei ze er niets over tegen haar vader en moeder. ‘Geen denken aan. Ze zouden me waarschijnlijk vermoorden.’

Ze pauzeert even. ‘Dus je begrijpt wat een afkeer ik voelde, toen ik daar woonde. Ik haatte het. Ik kon niet wachten tot ik klaar was met school en mijn eigen weg kon gaan.’

Dat Stander nu in de anonimiteit leeft, is niet voor niets. Drie jaar geleden nam ze een radicaal besluit: ze verraadde haar vader. Een besluit met grote gevolgen, waarmee ze de geheimen van het apartheidsregime blootlegde. Daders die zich tot nu toe veilig waanden, voelden zich ineens opgejaagd. Tot grote bezorgdheid van Standers echtgenoot. Wat als haar vader wraak zou nemen? Hij kon zomaar iets organiseren met zijn oud-collega’s. Zelf denkt Stander nauwelijks aan de risico’s, ze is vastbesloten. ‘Wat er ook gebeurt, ik wil dat de waarheid eindelijk aan het licht komt.’

Aangehouden

Op een oktobernacht in 1971 werden de 29-jarige Ahmed Timol en zijn vriend Salim Essop staande gehouden in een buitenwijk van Johannesburg, niet ver van Standers ouderlijk huis. Timol, die van Indiase komaf was en werkte als leraar op een gesegregeerde middelbare school, ging zoals vaker op vrijdag met de gele Ford Anglia van zijn tante langs wat vrienden. Dit keer stuitte hij op een wegversperring.

Een paar jaar eerder was Timol naar Londen gereisd om zich aan te sluiten bij de SCAP, de verboden Zuid-Afrikaanse communistische partij. Na een intensieve training, waarvan negen maanden in Moskou, was hij een overtuigd revolutionair geworden. Hij was teruggekeerd naar Zuid-Afrika met een gevaarlijke missie: het verspreiden van anti-apartheidsliteratuur. Nu stonden er twee witte politieagenten voor zijn auto. Papieren werden gecontroleerd en Essop, die achter het stuur zat, werd gevraagd de achterbak te openen. Na wat gerommel hield een van de agenten een verboden ‘politiek pamflet’ omhoog. De twee activisten werden gearresteerd.

Dossierfoto van de kamer waar Timol werd verhoord.Beeld Privé-archief

De volgende dag werden ze overgedragen aan de Security Branch en naar het gevreesde politiebureau John Vorster Square gebracht, een grijze kolos aan de snelweg die het centrum van de stad doorsnijdt. De Security Branch had de twee bovenste verdiepingen in gebruik, alleen toegankelijk met een lift vanuit de kelder. Daar begon Timols verhoor, in kamer 1026. Wie hielpen hem? Hoe groot was zijn netwerk? Dag en nacht werd hij bewerkt om informatie over medeplichtigen te geven, voordat ze op de vlucht konden slaan.

Op de vijfde dag klopte Joao Anastacio Roderigues op de deur van kamer 1026. Omdat de twee ondervragers in de gang wilden overleggen, vroegen ze hem op de arrestant te letten. De forse agent van Portugese afkomst ging tegenover hem zitten. Volgens Roderigues gebeurde het volgende: Timol vroeg of hij naar het toilet mocht, waarna beide mannen tegelijkertijd opstonden. Toen snelde Timol ineens naar het raam. Voordat Roderigues hem kon tegenhouden, had hij het geopend en dook hij van tienhoog naar buiten. De val werd zijn dood.

Verwondingen

‘Ik heb alleen maar geweldige herinneringen aan oom Timol’, vertelt Imtiaz Cajee (52) met een vermoeide glimlach, als we hem ontmoeten in een eenvoudig restaurant aan de rand van een winkelcentrum in Pretoria. ‘Ik mocht met hem meerijden in de gele Anglia. Ik was nog maar een kind, maar hij praatte echt met me. Hij nam me serieus.’

Cajee was 5 toen zijn oom werd gearresteerd. Hij kan zich die week nog levendig herinneren. Zijn familie zat fluisterend om de tafel, dicht tegen elkaar aan. ‘En toen het kloppen op de deur. Forse Afrikaner mannen die door de flat liepen.’

Een paar dagen later kwamen ze terug met het nieuws over Timols dood. ‘Ze zeiden simpelweg tegen mijn oma: hij is gesprongen, je man moet hem komen identificeren.’ Cajee schudt zijn hoofd. ‘Mijn grootouders waren volkomen ontdaan.’

Timol was de 22ste activist in acht jaar tijd die stierf in politiebewaring. Het bericht veroorzaakte een schokgolf in het land. Al snel ontstonden er geruchten over de oorzaak van zijn dood. De familie geloofde niet dat het zelfdoding was. Ze hadden hem op vrijdagavond nog gezien, vlak voor zijn arrestatie. Hij zag er goed uit. ‘De volgende vrijdag werd zijn lichaam teruggebracht. Er was geen enkele twijfel dat hij was vermoord’, zegt Cajee. ‘Je hoeft maar naar de foto’s te kijken – duidelijk oude verwondingen van vóór zijn val. Een fractuur aan zijn schedel, een gebroken enkel, blauwe plekken. Dat maakt het zo moeilijk; hij was een zachtaardig, vriendelijk mens, en als je dan naar de staat van zijn lichaam kijkt…’

Na enkele maanden begon een gerechtelijk onderzoek naar de doodsoorzaak. Salim Essop, die samen met Timol was gearresteerd, hoefde geen verklaring af te leggen. Hij werd na zijn verhoor halfdood naar een ziekenhuis gebracht en in strikte isolatie gehouden. De rechtbank kreeg niet te horen wat er met hem was gebeurd.

In het door dichte begroeiing en betonnen palen afgeschermde huis van kroongetuige Joao Roderigues werd het in die maanden steeds drukker. Het bleef niet onopgemerkt bij zijn dochter. Tilana Stander was pas 10, maar ze herinnert zich dat ‘veel politieagenten hem hielpen’. Ze denkt dat ze hebben geprobeerd hun eigen rol bij Timols dood te verbergen. ‘Er was een man van de overheid, iemand die speciaal aan hem was toegewezen. Er werd over de zaak gepraat. De agenten zeiden lachend dat als een Indiër hen voor de voeten liep, ze tegen zijn enkels zouden trappen. Dat soort verschrikkelijke dingen.

‘Weet je, ze zagen hen als terroristen. Iedereen zonder witte huid was een misdadiger die bommen plaatste of moorden pleegde. Het was als de Broederbond’, zegt ze, verwijzend naar het geheime genootschap dat Afrikaner belangen in Zuid-Afrika beschermde. ‘Dat gaf mijn vader ongelooflijk veel vertrouwen. Hij was zo zeker van zichzelf – op het narcistische af, zou ik zeggen.’

In 1972 legde Roderigues zijn getuigenis af in een statige zaal van de rechtbank in Johannesburg. Zelfverzekerd verklaarde hij: ‘Toen ik opkeek, zag ik de Indiër om de tafel heen in de richting van het raam bewegen. Ik probeerde langs de tafel te komen, maar ik kon hem niet bereiken.’

De onderzoeksrechter stelde na de hoorzitting vast dat Timol niet was mishandeld, laat staan gemarteld. Hij concludeerde dat Timols dood zelfmoord was. ‘Geen enkel levend persoon is verantwoordelijk voor zijn dood.’

De uitspraak moedigde de apartheidsveiligheidstroepen aan hun gang te gaan. Volgens de beroemde mensenrechtenadvocaat George Bizos, die de familie Timol bijstond, spotten agenten onderling dat alleen was bewezen ‘dat Indiërs niet kunnen vliegen’. Timol zou niet de laatste activist zijn die in politiehechtenis om het leven kwam. Tussen 1963 en 1990 ondergingen 73 arrestanten hetzelfde lot. Onder hen Steven Biko en dr. Neil Aggett, bekende namen in de strijd tegen apartheid. Hun overlijden kreeg bijna zonder uitzondering het officiële predicaat ‘zelfmoord door ophanging’ of ‘uit het raam gesprongen’. Geen enkele politieagent werd ooit verantwoordelijk gehouden.

Opstand

Vanaf zijn 12de begon Cajee zich meer voor de zaak te interesseren. Tijdens de schoolvakanties vroeg hij zijn grootmoeder ernaar. ‘Ze hield mijn vragen af en zei: waarom wil je dat toch weten?’ Maar Cajee bleef aandringen. Er waren opstanden uitgebroken in Zuid-Afrika, er was burgerlijke onrust. Hij wilde begrijpen waar die vandaan kwam. ‘Uiteindelijk vertelde ze me stukje bij beetje wat zich had afgespeeld.’

Cajees grootvader, Hajee Timol, heeft de dood van zijn zoon nooit kunnen verwerken. Hij stierf te vroeg om het ondenkbare mee te maken: de vrijlating van Nelson Mandela, Zuid-Afrika’s beroemdste politieke gevangene, in februari 1990. ‘Eindelijk vrij’, sprak hij vier jaar later als nieuwe president de menigte toe. Het apartheidssysteem behoorde officieel tot het verleden.

Maar hoe heel je een land waarin zo veel wreedheden zijn gepleegd? Tot enthousiasme van het buitenland kwam de nadruk te liggen op verzoening. Met steun van westerse donoren werd de Truth and Reconciliation Commission (TRC), de waarheidscommissie, ingesteld om de geheimen uit het verleden boven water te halen. Ook Nederland droeg ruimschoots bij. Drie agenten werden jarenlang in Zuid-Afrika gestationeerd om de politiearchieven te doorzoeken. Er ging omgerekend 1,5 miljoen euro naar het President’s Fund, dat slachtoffers van de apartheidsperiode compenseerde. Zij konden voor de TRC getuigen over de verschrikkingen onder het regime. Tegelijkertijd kregen daders amnestie, als ze volledige openheid gaven over hun misdaden. Als de waarheid werd verteld, zou de kloof tussen wit en zwart langzaam dichten, zo was de hoop.

Timols moeder weigerde aanvankelijk te getuigen. Ze zag er het nut niet van in. ‘Ik heb haar overgehaald. Ik zei: het is belangrijk om te weten, voor uzelf en voor het land’, zegt Cajee. Na maanden aandringen stemde ze toe. In oktober 1996 verzamelde de 78-jarige Hawa Timol moed en nam ze plaats tegenover de waarheidscommissie. Ze stond er alleen voor. Tot haar teleurstelling vroegen Joao Roderigues en de andere betrokken agenten geen amnestie aan. Ze vonden het niet nodig, een gerechtelijk onderzoek had hen al vrijgesproken. Bovendien waren ze niet gedagvaard om voor de commissie te verschijnen.

Onder toeziend oog van de charismatische voorzitter, bisschop Desmond Tutu, vertelde Hawa Timol met fragiele, maar vastberaden stem dat het lichaam van haar zoon was thuisgebracht. ‘De agenten hadden hem enorm geslagen.’ Ze wilde weten wat zich op het bureau had afgespeeld. ‘Ik zal nooit vergeten wat er is gebeurd. (…) Ik móét het weten.’

Cajee: ‘Toen ik daar zat en naar haar verklaring luisterde, werd ik heel emotioneel. Misschien kwam het door de plek waar ik haar hoorde, maar ik heb mezelf die dag beloofd dat ik er iets aan zou doen.’

Het vonnis uit 1972 bleef staan. De officiële doodsoorzaak van Ahmed Timol was en bleef zelfmoord, ook in het nieuwe Zuid-Afrika. Hawa Timol stierf een jaar na haar getuigenis. Ze zou de waarheid over de dood van haar zoon nooit te weten komen.

Twee veroordelingen

Uiteindelijk lieten meer dan 22 duizend slachtoffers en nabestaanden hun verklaring optekenen. Hier staat tegenover dat, voor zover bekend, sinds 1994 slechts twee leden van de apartheidsveiligheidstroepen zijn veroordeeld en daadwerkelijk in de gevangenis hebben gezeten. De beruchtste: Eugene de Kock, commandant van een doodseskader. Hij kreeg levenslang voor ten minste zes moorden. Het leverde hem de bijnaam ‘Prime Evil’ op. De andere was Ferdi Barnard, lid van een geheime eenheid. Hij werd veroordeeld voor één moord, al had hij er waarschijnlijk meer gepleegd. Het overgrote deel van de politieagenten bleef in functie of stapte over naar de beveiligingssector, zonder verantwoording af te leggen voor hun misdaden. De waarheidscommissie erkende dit en adviseerde in meer dan driehonderd zaken over te gaan tot rechtsvervolging. Eén ervan betrof de dood van Ahmed Timol.

Het was nu aan het Openbaar Ministerie, de National Prosecution Office (NPA), om achter de verdachten aan te gaan. Maar het bleef stil, tot frustratie van Cajee. Ook nadat Thabo Mbeki, Timols kameraad in Moskou, Nelson Mandela in 1999 had opgevolgd als president. ‘Mijn oom was negen maanden met Mbeki in de Sovjet-Unie’, zegt Cajee. Niet dat Mbeki de familie daarom een speciale gunst moest verlenen, maar toch zat het hem dwars dat de nieuwe regering allerlei excuses aanvoerde om de misdaden niet te onderzoeken. Cajee, zelf een ambtenaar, probeerde die passiviteit te begrijpen. ‘Ik denk dat er geen politieke wil was. Ik denk dat ze de boel gewoon lieten gaan.’

In een brief aan de NPA wees hij erop dat geen van de betrokken agenten amnestie had aangevraagd en had verzocht de zaak te heropenen. Kort daarna kreeg hij te horen dat er onvoldoende bewijs was om iemand aan te klagen. Cajee was diep teleurgesteld door de ‘onverschillige houding’ van de NPA. En hij was niet de enige: ook de families van honderden andere vermoorde activisten eisten gerechtigheid. Velen voelden zich verraden en begonnen te vermoeden dat er een ander, sinister motief was voor die houding.

Een geheime deal

Door het gebrek aan vervolging concludeerden veel daders dat ze de dans waren ontsprongen. Eugene de Kock zorgde echter voor een ommekeer. Hij was al veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, maar vroeg amnestie aan bij de TRC. De Kock nam de verantwoordelijkheid op zich voor de moorden onder zijn bevel, maar legde ook verklaringen af tegen de mannen die hem de bevelen hadden geven, onder wie de politiek verantwoordelijken. Hij beschuldigde meer dan honderd hoge politie-, militaire en politieke functionarissen van betrokkenheid bij tientallen moorden, zowel in Zuid-Afrika als in het buitenland.

De Kocks onthullingen leidden tot een stortvloed aan amnestieaanvragen van leden van de apartheidsveiligheidstroepen. Tegen de tijd dat de hoorzittingen in 2001 waren afgerond, waren er meer dan zevenduizend ontvangen en ongeveer duizend toegekend. Maar tot verbazing van De Kock werden zijn sensationeelste onthullingen, waaronder die tegen de voormalige presidenten F.W. de Klerk en P.W. Botha, niet onderzocht. De autoriteiten leken niet van plan achter de hoogste leiders aan te gaan.

Piers Pigou, een ervaren mensenrechtenonderzoeker, bezocht De Kock eind jaren negentig meerdere keren in de streng beveiligde gevangenis in Pretoria. ‘Hij was echt van streek’, vertelt Pigou, als we hem spreken in een koffiebar in Johannesburg. ‘Hij begreep niet waarom de informatie die hij over zijn meerderen had gegeven, niet werd opgevolgd.’

Zelf was Pigou niet verrast. Eerder had een advocaat die agenten van de veiligheidstroepen bijstond, hem toevertrouwd dat er vóór de machtsovergang in 1994 een akkoord was gesloten tussen het ANC en de apartheidsregering. ‘We hadden het over zaken die niet in behandeling werden genomen en hij zei simpelweg dat het niet zou gebeuren, omdat er een soort ongeschreven overeenkomst lag. Zijn uitleg was: als ze achter onze jongens aan komen, komen wij achter hen aan. Het was voor het ANC beter om het te laten rusten.’ Hij weegt zijn woorden zorgvuldig: ‘Ik kreeg het gevoel dat ze met hun discussies de richtlijnen hadden bepaald van wat voor beide partijen acceptabel was. Vanuit een gezamenlijk belang waren ze tot een geheimhoudingsovereenkomst gekomen.’

Zo’n deal werd blijkbaar gesloten tussen de gewapende vleugel van het ANC en de generaals van het apartheidsregime, aldus Pigou. Er zou een algemene amnestie komen voor strijders van beide kanten die gruweldaden hadden gepleegd. Er waren genoeg gevallen waarover het ANC zich zorgen maakte. Zoals de plaatsing van landmijnen op grensboerderijen in Zuid-Afrika, waarbij dodelijke slachtoffers waren gevallen.

Er was meer dat het daglicht niet kon verdragen. In 1994 had het apartheidsspionagenetwerk een aantal compromitterende dossiers samengesteld over corrupte, hooggeplaatste ANC-leden. Verder waren ze ervan op de hoogte welke activisten waren overgelopen en als apartheidsspionnen opereerden. Agenten van de oude veiligheidstroepen zouden niet aarzelen om deze informatie naar buiten te brengen, als ze in het nauw werden gedreven.

Ahmed Timol in de Sovjet-Unie, waar hij negen maanden verbleef nadat hij zich had aangesloten bij de SCAP, de verboden Zuid-Afrikaanse communistische partij.Beeld Privé-archief

Het leidde volgens Pigou tot een ‘inperkingsstrategie’ van politie en het Openbaar Ministerie. TRC-zaken belandden onder op de stapel en kwamen tot stilstand. Pigou beschouwt Mbeki, de oude strijdmakker van Ahmed Timol, als de centrale man van deze strategie. ‘Het was vanaf het begin duidelijk dat hij geen voorstander was van de aanpak uit het verleden – met de TRC en alleen amnestie voor degenen die volledige openheid gaven. Dat zag je terug in zijn antipathie jegens de commissie. In 1998, toen Mandela nog president was, was het Mbeki die de pogingen van het ANC leidde om de TRC tegen te houden.’ Mbeki reageerde niet op het verzoek om een interview voor dit artikel.

De advocaat die Pigou had gesproken over de ‘ongeschreven deal’, blijkt Jan Wagener te zijn. Een voormalige paratroeper, inmiddels 67 jaar. Bijna twee decennia was hij advocaat generaal en juridisch adviseur van de apartheidsregering. Toen het ANC aan de macht kwam, werkte hij in dezelfde functie voor Mandela’s kabinet totdat hij ontslag nam en een privépraktijk begon. Sindsdien heeft hij tientallen agenten van de apartheidsveiligheidstroepen bijgestaan. We spreken Wagener een aantal keer telefonisch. Hij bevestigt het overleg op hoog niveau tussen het ANC en de apartheidsleiders over vervolging van de moordenaars. Door de regeringswisseling was hij zelf bij beide kanten van het proces betrokken. ‘Er waren op een gegeven moment gesprekken over een algemeen pardon’, zegt hij.

Was er een geheim pact dat apartheidspolitieagenten niet zouden worden vervolgd en ze in ruil daarvoor niet zouden onthullen wat ze wisten over ANC-leiders? ‘Ik denk niet dat pact het juiste woord is. Natuurlijk waren er discussies in die richting. Als je de ene kant vervolgt, moet je ook de andere kant aanpakken. Je kunt van de groeperingen die ik vertegenwoordig, de voormalige veiligheidstroepen, niet verwachten dat ze alleen maar toekijken bij de ene na de andere vervolging van hun kant en er niets aan doen.’ Volgens Wagener hebben zijn cliënten ‘veel bewijs’ tegen ANC-leden. ‘Vervolging zou eenvoudig zijn.’

Dat politiek getouwtrek achter de schermen strafvervolging kon tegenhouden, werd Wagener duidelijk toen drie van zijn cliënten op het punt stonden te worden gearresteerd. Hij zorgde ervoor dat Mbeki bemiddelde. ‘Ik nam contact op met mensen tegen wie ik zei: laten we hiermee stoppen. Zij hebben vervolgens meneer Mbeki benaderd.’ Is hij ervan overtuigd dat president Mbeki heeft ingegrepen? ‘Ja, mij is verteld dat de arrestaties niet zouden doorgaan.’

Doorbraak

Ondanks alle tegenstand weigerde Cajee de zaak van zijn oom los te laten. Hij raakte ervan overtuigd dat het nieuwe Zuid-Afrika alleen kon functioneren als de pijnlijke geheimen uit het verleden aan het licht zouden komen. Hij begon een website over Timol en verzamelde een groep advocaten en adviseurs om zich heen.

De ‘inperkingsstrategie’ ging echter onverminderd door. De politie stelde geen ervaren rechercheurs aan, stukken en bewijzen raakten kwijt en veel kroongetuigen werden niet gehoord. Er kwam zelfs enige tijd een moratorium op alle TRC-zaken. Later verstevigde de regering directe politieke inmenging. Gerechtelijke dossiers in een andere zaak onthulden hoe Mbeki’s minister van Justitie de hoofdaanklager onder druk probeerde te zetten om alle TRC-vervolgingen te stoppen. Toen de hoofdaanklager weigerde, werd hij ontslagen. De zaken werden jarenlang bevroren.

In een poging de impasse te doorbreken, kwamen Cajee en zijn advocaat in februari 2015 bijeen in het kantoor van Yasmin Sooka, uitvoerend directeur van de Foundation for Human Rights. Als voormalig lid van de waarheidscommissie zag ze vervolging als een onderdeel van de TRC. ‘Als een verdachte geen amnestie aanvraagt ​​of de amnestie wordt geweigerd, dan moet de wet haar beloop krijgen.’ Dat in de driehonderd aanbevolen zaken nog geen dader in de gevangenis was beland, zag ze als ‘een totale minachting van de rechten van de slachtoffers.’

Ze concludeerden dat nieuw bewijsmateriaal noodzakelijk was om Timols zaak heropend te krijgen. Frank Dutton, een gedecoreerde voormalige politierechercheur die eveneens was aangeschoven, kreeg de taak dit te vinden.

Al na enkele maanden was er een grote doorbraak toen hij Salim Essop interviewde, Timols vriend die de gele Anglia had bestuurd. Essop, die tegenwoordig in het Verenigd Koninkrijk woont, beschreef tot in detail de gruwelijke martelingen die hij had doorstaan. Hij was niet eerder gehoord. ‘Er was geen reden om aan te nemen dat meneer Timol anders is behandeld dan meneer Essop’, concludeerde Dutton. Eindelijk, na 46 jaar, moest het Openbaar Ministerie wel in actie komen. Timols zaak werd heropend. De eerste van de 73 in detentie omgekomen anti-apartheidsactivisten. Een onafhankelijke rechter zou nagaan wat zich werkelijk had afgespeeld in verhoorkamer 1026.

De opluchting bij Cajee was enorm – voor even. Bij het traceren van de belangrijkste getuigen kreeg hij de ene na de andere teleurstelling te verwerken. Het had jaren geduurd om zover te komen en in die tijd waren bijna alle betrokken agenten gestorven. Slechts drie bleven er over, onder wie Joao Roderigues, de kroongetuige die naar eigen zeggen Timol had zien springen. Maar hij was onvindbaar. Cajee had geen idee of ook hij was overleden, of misschien onder een valse naam een nieuw bestaan had opgebouwd.

Imtiaz CajeeBeeld Privé-archief

Nieuw leven

Ondertussen had Roderigues’ dochter Tilana Stander geprobeerd het verleden achter zich te laten. Contact met haar ouders, broers en zussen was er nauwelijks. Op een avond keek ze televisie met haar man, toen onder in beeld het laatste nieuws in een paar zinnen voorbijkwam: de zaak-Timol was heropend, maar onderzoekers konden geen getuigen vinden. Die waren waarschijnlijk allemaal overleden. Stander: ‘Ik zei tegen mijn man: dat is onzin. Ik ga contact zoeken met de mensen die informatie nodig hebben.’

Hoewel ze haar vader in geen jaren had gesproken, wist ze waar hij woonde. Na zijn vertrek bij de Security Branch was hij terechtgekomen bij de organisatie voor nationale parken, waarvoor hij boeken schreef met titels als Die veldwagters vertel, over het spannende leven van Zuid-Afrikaanse jachtopzichters. Allemaal onder de naam Jan Roderigues (afgeleid van zijn initialen J.A., Joao Anastacio).

Stander vond Cajees website over Timol en stuurde hem een e-mail met de echte naam van haar vader. Het bleek dat de autoriteiten zijn achternaam verkeerd hadden gespeld: Rodrigues in plaats van Roderigues met een ‘e’. Ze twijfelde geen moment en voegde het adres van haar vader toe, naast haar eigen contactgegevens.

‘Alleen maar om u te laten weten waar de ex-sergeant JA Roderigues (bijnaam JAN) is – hij is nog levend en wel. Eigen website – boeken over wild. Hopelijk helpt dit om het af te sluiten.’

Toen hij Standers e-mail kreeg, was Cajee overdonderd. Na jaren doorzetten kreeg hij hulp uit onverwachte hoek. ‘Ze vond het inspirerend dat we nog steeds op zoek waren naar antwoorden’, zegt Cajee. ‘We waren totaal verrast dat juist zij, als dochter, ons hielp met het vinden van haar vader.’

Die avond kreeg Stander een telefoontje van Cajee. ‘Hij was geëmotioneerd en helemaal opgetogen. We begonnen te praten en vanaf daar zijn we verdergegaan.’ Nadat ze Cajee had gesproken, bracht Stander haar familie op de hoogte. Ze benaderde haar oudste broer, van wie ze het meest te duchten had. Hij was ‘een enorme racist’, die in de voetsporen van zijn vader was getreden en werkte als politieagent. ‘Ik stuurde hem een WhatsApp-bericht waarin stond: ‘Ik heb het gedaan. Het is gebeurd.’ Haar familie was woedend. Ze wilden weten waarom ze vond dat ze het recht had haar vader te ontmaskeren. ‘Ze hebben volledig met me gebroken.’

Voor de camera

En zo begon op een zonnige winterdag in 2017 een nieuw gerechtelijk onderzoek naar Timols dood. Naast familie en vrienden stroomde de rechtszaal vol met journalisten en advocaten. Niet veel later nam ook de ervaren rechter Billy Mothle plaats.

Salim Essop was een van de eerste getuigen. Zijn verklaring maakte diepe indruk. ‘Ze bonden me vast en pakten van die apparaten (…), waarmee ze schokken op mijn bovenbenen gaven.’ Even werd het hem te veel. Na een slok water ging hij verder: ‘Ze verhoogden de spanning. De elektriciteit stroomde uit de machine (…). Ik voelde me gedesoriënteerd, bijna alsof ik zweefde. De pijn was ondraaglijk.’

Als dit Salim Essop was overkomen, waarom Timol dan niet? Eén man kon hierover duidelijkheid geven. Een paar dagen later was het de beurt aan Joao Roderigues, de belangrijkste getuige van de drie agenten. Hij was de 70 inmiddels ruim gepasseerd en liep met een wandelstok, maar hij zag er nog steeds krachtig uit. In een beige jasje en met geamuseerde blik trotseerde hij de talrijke camera’s, voordat hij plaatsnam in de getuigenbank. Stander probeerde alles vanuit Kaapstad zo goed mogelijk te volgen. ‘Ik was nerveus, maar opgelucht’, zegt ze. Haar vader zat in de rechtszaal met een grijns op zijn gezicht. Wat dacht ze toen ze dat zag? ‘Hij was altijd zo arrogant. Ik weet niet of het een façade was, maar zo ken ik hem. Hij is de grote man, het draait allemaal om hem – zelfs bij zijn vrouw.’

Imtiaz Cajee nam in de rechtszaal elk woord en elke blik in zich op. ‘Het was moeilijk om die veiligheidsagenten voor me te zien staan’, zegt hij. ‘Vooral Roderigues. Hij keek me lachend aan. Lachend.’

Het kruisverhoor

Met schorre stem beschreef de oud-agent hoe hij naar kamer 1026 was gegaan. Hoe hij kopjes koffie, looncheques en een envelop had gebracht aan de ondervragers, kapitein Johannes Hendrik Gloy en kapitein Johannes van Niekerk. Hoe hij Ahmed Timol met hen aan tafel zag zitten, zonder zichtbare verwondingen. Hoe er vervolgens een andere agent binnenkwam om te vertellen dat drie van Timols handlangers waren gearresteerd. En hoe Timol zich rot was geschrokken van het nieuws. Roderigues: ‘Zijn ogen waren groot en hij schudde zijn hoofd.’ Gloy zou hem hebben gevraagd de verdachte in de gaten te houden, terwijl ze buiten de kamer de nieuwe informatie naliepen. Een paar minuten later zou Timol uit het raam zijn gesprongen.

Roderigues herhaalde zijn getuigenis uit 1972 haast woordelijk. ‘Hij toonde geen enkele spijt, helemaal niets, hij hield vast aan zijn leugens’, zegt Cajee. ‘Hij maakte duidelijk: jullie kunnen me toch niks maken. Hij had geen enkele schaamte in zijn ogen.’

Het kruisverhoor richtte zich op Timols verwondingen. ‘Kon u zien of de heer Timol mank liep, toen hij zich naar het raam bewoog?’, vroeg de advocaat-generaal.

‘Dat kon ik niet zien. Het ging zo snel’, antwoordde Roderigues.

‘Had u hem kunnen tegenhouden, als u wat soepeler was geweest?’

‘Ik heb mijn best gedaan’, antwoordde Roderigues, en tot ontzetting van Cajee glimlachte hij.

Op basis van het originele post-mortemrapport stelden twee pathologen vast dat van de 35 verwondingen er 27 waren toegebracht terwijl Timol in politiehechtenis zat. Ze concludeerden dat hij nauwelijks nog leefde of al buiten bewustzijn was toen hij viel. De aanklager concludeerde dat het onmogelijk was om in zijn conditie naar het raam te snellen, dat te openen en naar buiten te springen. Tegen Roderigues: ‘Het is weer een voorbeeld van een doorzichtige leugen, waar u onderdeel van bent.’

Roderigues reageerde gebeten: ‘Edelachtbare, wat er nu gezegd wordt is absoluut niet waar. Dit is nie waar nie.’

Vernietigende verklaringen stapelden zich op. Een vooraanstaand technisch specialist berekende de baan van de val en toonde aan dat Timol ofwel uit het raam was geduwd, of van het dak was gegooid. Uit andere getuigenissen bleek bovendien dat de twee agenten die Timol hadden verhoord, Gloy en Van Niekerk, eerder waren beschuldigd van het martelen van gedetineerden.

Na de laatste getuigenverklaring draaide rechter Mothle zich naar Roderigues. ‘In de afgelopen weken heb ik bewijs gekregen van deskundigen, van voormalig gedetineerden (…), waaruit blijkt dat uw verhaal onwaarschijnlijk is of volledig gelogen.’

Roderigues zette zich schrap voor wat er ging komen.

‘Wat moet ik doen?’, drong de rechter aan. ‘Moet ik uw versie aanvaarden en het autopsierapport afwijzen dat zegt dat er oogletsel was?’

Roderigues: ‘Nou –’

‘Want ik kan niet beide accepteren.’

‘Dat begrijp ik helemaal’, zei Roderigues. ‘Maar u moet niet vergeten dat het 46 jaar geleden was. Ik kan het vergeten zijn. Ik weet het niet.’

Rechter Mothle reageerde afwijzend. ‘Waarom verwijst u er nu naar dat het 46 jaar geleden was? Dat u het misschien vergeten bent? U zag het of u zag het niet.’

‘Oké. Ik heb het niet gezien.’

Cajee zegt: ‘Wij, de familie, hebben Roderigues voortdurend duidelijk gemaakt: het was oorlog. En in een oorlog vallen er slachtoffers en volg je instructies op. Als u bereid bent schoon schip te maken, zelfs nu, dan steunen wij uw amnestie en zeggen we: niet vervolgen. Hoe kunnen we het anders afsluiten? En daarmee stellen we een voorbeeld voor andere families.’ Aanvankelijk was Cajee optimistisch dat Roderigues zoveel jaar na dato zijn werkelijke rol in de dood van Timol zou bekennen. ‘We hadden altijd die hoop, bij alle drie de getuigen. Maar ze hebben ons zo teleurgesteld. Ik bedoel, hun versie is dat ze geen idee hadden van martelingen, dat ze daarover alleen in de kranten lazen.’

Aanvankelijk was hij niet uit op vervolging. Maar dat is nu veranderd. ‘Ik was boos. Zo verschrikkelijk boos. Ja, we willen nu vervolging.’

Ook voor Stander was het onbegrijpelijk dat haar vader de waarheid bleef verzwijgen. Nog altijd weet ze niet wat de reden is. ‘Misschien vanwege zijn achtergrond. De groep waarmee hij samenwerkt, is heel gesloten, ze beschermen elkaar. Het probleem is dat ze zelf in hun verhaal gaan geloven.’

Roderigues was vrij om te gaan, hij had zijn getuigenis afgelegd. Zichtbaar opgelucht stapte hij naar buiten. Op straat kon hij het niet laten een vuist op te steken naar een van de camera’s. Alsof hij zijn oude kameraden wilde laten weten dat de autoriteiten hem niets konden maken. Hij was onaantastbaar, nog steeds in staat om de gruwelijkste misdaden uit de apartheidsperiode te verhullen.

­Timols begrafenis in Johannesburg.Beeld Privé-archief

Uitspraak

Zeven weken later was rechter Mothle terug in de rechtbank om zijn oordeel uit te spreken. Televisieverslaggevers legden in de zaal het belang van de zaak uit aan hun publiek. Imtiaz Cajee werd scherp in de gaten gehouden door de cameraploegen. Hij was gespannen. Zou de onafhankelijke rechtspraak in Zuid-Afrika een vonnis uit de apartheidsjaren kunnen herroepen?

De aanwezigen keken verwachtingsvol toe. Roderigues en de andere leden van de veiligheidsdiensten waren niet komen opdagen. ‘De heropening van dit gerechtelijk onderzoek door het Hooggerechtshof van Zuid-Afrika is de eerste in zijn soort’, begon rechter Mothle plechtig. Hij verwierp de bewering dat Timol niet was mishandeld: ‘Timol was gemarteld.’ Op basis van de getuigenissen van experts concludeerde Mothle: ‘Hij pleegde geen zelfmoord, maar werd vermoord.’

Cajee voelde een last van zijn schouders vallen. Hij moest onmiddellijk aan zijn grootouders denken.‘Ik hoopte dat ze rust zouden vinden nu er eindelijk gerechtigheid was voor hun zoon.’

Niet alleen was de waarheid over de dood van zijn oom vastgesteld. Het vonnis zette ook de deur open voor de families van andere slachtoffers van politiegeweld.

Voor Cajee is het onbegrijpelijk dat het allemaal zo lang heeft geduurd. We leggen hem de verklaringen voor over de ongeschreven overeenkomst tussen het ANC en de apartheidsleiders om elkaars geheimen toe te dekken. Cajee: ‘Dat verklaart de moeilijkheden en obstakels die we voortdurend tegenkomen.’ Op de vraag of het mogelijk was geweest een nieuw Zuid-Afrika te smeden als er tot vervolging was overgegaan, antwoordt Cajee: ‘Ik begrijp dat er compromissen nodig waren. Maar dit specifieke compromis is op geen enkele manier te rechtvaardigen. Er had van beide kanten volledige openheid moeten komen. Pas dan kunnen we het oplossen en verder gaan. Het is de grootste tragedie, het grootste verraad ooit.’

Aan het einde van het vonnis had rechter Mothle nog een aanbeveling voor het Openbaar Ministerie: ‘Met zijn getuigenis heeft Roderigues meegewerkt aan het afdekken van de moord (…) en pleegde daarna meineed’, zei hij. ‘Aangeraden wordt hem te onderzoeken en over te gaan tot vervolging van deze misdrijven.’ Voor Roderigues was het verhaal nog niet afgelopen.

Kaapstad

Tilana Stander had tijd nodig om het vonnis te verwerken. Ze was niet verrast dat het moord bleek. De vraag bleef of haar vader de zaak had toegedekt, of dat hij er zelf actief bij betrokken was geweest. ‘Het enige wat ik absoluut zeker weet, is dat hij daar was.’

De zaak opende tegelijkertijd een diepe wond uit haar verleden. Ze had gezien hoe haar vader in de rechtbank werd aangepakt. Ondanks zijn bravoure zag hij er anders uit, kwetsbaarder; voor haar was hij niet meer de krachtige man die haar ooit domineerde. ‘Het had een enorm effect op me’, zegt ze. Voor het eerst durfde ze iets onder ogen te zien dat ze jarenlang had weggestopt: dat ze als meisje seksueel was misbruikt door haar vader.

‘Wat hij me heeft aangedaan, is denk ik kenmerkend voor wie hij was. Hij vond zichzelf heel wat. En dan kwam hij thuis, na wat hij ook had gedaan en waar hij ook was geweest, en misbruikte hij me. Misschien was het een ego-ding. Geen idee. Ik dacht al die tijd: hoe kan ik deze man laten zien dat wat hij me heeft aangedaan, niet oké was.’ Het is pijnlijk voor haar om het erover te hebben. Toch wil ze het onderwerp bespreken. ‘Ik was een klein, bang kind, dat hij misbruikte. De rechtszaak heeft me geholpen erover te praten. Het is onderdeel van mijn herstelproces.’

Met haar moeder kan ze er niet over praten. ‘Zij steunt mijn vader onvoorwaardelijk. Ze is ongetwijfeld bang voor hem, voor wat ze kan verliezen. Want als je je in zijn kringen begeeft, dan manipuleert hij je. Hij is een heel krachtige manipulator.’

Stander wil dat de strafzaak wordt doorgezet. Ze is ervan overtuigd dat het de enige manier is om hem te laten bekennen. ‘Als hij naar de gevangenis moet, gaat hij waarschijnlijk praten.’ Zou ze de kans krijgen, zegt ze, dan zou ze hem vertellen dat ze bezig is hem te vergeven. ‘Hij moet gewoon uitspreken wat hij heeft gedaan. Hij kan zomaar sterven, hij kan een hartaanval krijgen. En dan kent niemand de volledige waarheid. Waarom vertelt hij het deze mensen niet, zodat ze in vrede verder kunnen leven?’

Een gebroken man

Roderigues meldde zich in september 2018 als verdachte bij het hooggerechtshof van Zuid-Gauteng. Dit keer was er nauwelijks publiek, de aandacht was weggeëbd nu vaststond dat Timol was vermoord. Andere verdachten die op hun beurt wachtten, fraudeurs, overvallers, negeerden hem. De enige die hem van achter in de zaal in de gaten hield, was Imtiaz Cajee. Hij merkte dat Roderigues was veranderd: ‘Hij was nog steeds lang en sterk voor zijn leeftijd. Maar nu was hij een gebroken man.’ Cajee kon het niet laten hem te fotograferen. In hetzelfde beige jasje, maar nu ontdaan van zijn kracht. In de koude, bijna lege rechtszaal begon het eerste moordproces na heropening van een gerechtelijk onderzoek naar de dood van een anti-apartheidsactivist.

We proberen Roderigues te spreken te krijgen. Hij woont nog steeds in Wonderboom South, een grotendeels witte buitenwijk in Pretoria, in het huis waarin Tilana opgroeide. Bij de ingang staat een imposante metalen poort met een elektrische afrastering en de waarschuwing: ‘U zult blijvend letsel oplopen, als u naar binnen durft te gaan.’ De deurbel is verwijderd, maar een buurvrouw biedt vriendelijk aan om hem te bellen. Even daarna komt zijn vrouw Susan, Tilana’s moeder, schuifelend de oprit af om te laten weten dat haar man niet beschikbaar is. Ze houdt afstand, oogt bedeesd. ‘Hij kan niets zeggen. De zaak is in behandeling, dat kan ik u vertellen. Hij is op borgtocht vrijgelaten.’ Ze beklaagt zich erover dat hij voortdurend voor de rechter wordt gesleept. ‘Hij had die eerste zaak. Nu zijn de Indiërs weer gekomen om hem aan te klagen. Onze advocaat wil dat we er niet over praten.’ Ze volgt zijn advies nauwgezet op. Voordat we haar kunnen bevragen over haar dochter, draait ze zich om en gaat weer naar binnen, waar haar man zich verbergt voor ongewenst bezoek.

Cajee denkt niet dat het ooit tot een veroordeling komt. De gerechtelijke procedures zullen zo lang mogelijk worden gerekt. Roderigues heeft de rechtbank gevraagd om schorsing van vervolging. Toen dat niet lukte, ging hij in beroep. ‘Hij gaat waarschijnlijk dood voordat er een veroordeling komt’, zegt Cajee. ‘Te oud, ja.’ Hij haalt zijn schouders op, probeert zich dapper te houden. Cajee heeft het te accepteren. Hij troost zich met de gedachte dat in elk geval vaststaat dat zijn geliefde oom Ahmed Timol is vermoord.

Geheime regeling?

Twee weken geleden, in de aanloop naar het hoger beroep begin november, kwam de verklaring naar boven die Roderiques had ingediend bij het Hof van Beroep. Het zorgde voor een onverwachte wending. De advocaten stellen dat Roderigues ervan uitgaat dat hij al amnestie heeft gekregen. Volgens hen is het duidelijk dat ‘er een besluit is genomen en/of een overeenkomst en/of een regeling tussen de overheid op het hoogste niveau en andere belanghebbende partijen (…) dat er geen vervolging zal worden ingesteld voor bepaalde politieke misdrijven’. Waarom zijn ze anders nooit achter Roderigues aangegaan? Sinds de TRC, ruim twintig jaar geleden, is er niemand vervolgd, redeneren de advocaten. De verdediging grijpt de ongeschreven overeenkomst en discussies over algemene amnestie aan om onder het hoger beroep uit te komen.

Yasmin Sooka, voormalig lid van de waarheidscommissie, noemt dit argument ‘volslagen onzin’. Een geheime algemene amnestie zou tegen de grondwet ingaan. Sooka pleit samen met andere leden van de waarheidscommissie voor een onderzoek naar de politieke inmenging die leidde tot het stopzetten van de zaken. Het Openbaar Ministerie heeft al toegegeven dat politici pogingen tot intimidatie hebben gedaan om de TRC-zaken niet te laten vervolgen. Maar de Zuid-Afrikaanse regering onder leiding van Cyril Ramaphosa hult zich in stilzwijgen. 

Als we Sooka spreken, bevestigt zij dat de afgelopen weken achter de schermen eindelijk gesprekken hebben plaatsgevonden met de leiding van het ANC, onder wie de minister van Justitie. Volgens Sooka ontkent het ANC iets te weten van een afspraak of politieke inmenging. ‘Maar ze zeggen een een onderzoek te steunen.’ Ze blijft na al die jaren achterdochtig en hoopt dat Nederland en andere westerse landen die de waarheidscommissie steunden, druk zetten op de Zuid-Afrikaanse regering. Dat is ‘cruciaal’ om echt te kunnen beginnen met onafhankelijk onderzoek. Sooka: ‘Je kunt een nieuw land niet bouwen op straffeloosheid. Deze daders moeten worden vervolgd. Anders maak je al het werk dat eraan voorafging tot een aanfluiting.’

De Volkskrant heeft het ANC benaderd met de vraag of de partijtop een onderzoek publiekelijk wil bevestigen. Deze week liet algemeen directeur Fébé Potgieter weten dat het ANC samen met de getroffen families en een aantal betrokken maatschappelijke groeperingen een comité heeft gevormd om de kwesties te onderzoeken. ‘Om recht te doen aan de families van de slachtoffers van misdaden uit het apartheidstijdperk die nog steeds niet zijn opgelost.’ Voor het eerst onderschrijft het ANC het uitblijven van gerechtigheid en bevestigt dit te willen aanpakken. Hoelang het gaat duren voordat er meer zaken worden heropend, is niet duidelijk. Achter de namen van tientallen vrijheidsstrijders die omkwamen in politiehechtenis blijft het officiële oordeel uit de apartheidsjaren vooralsnog staan. Doodsoorzaak: zelfmoord.

Meer over