Tikje te braaf, voor een sterrentent

Waar eten we?..

Mac van Dinther

Na twee culinair minder geslaagde uitstapjes naar Veendam en Peru (zie volkskrantreizen.nl/restaurant), waren we toe aan een bord goed eten. Dat hoopten we te vinden in Amarone, de sensatie van Rotterdam. Dit naar een rode wijn uit Noord-Italië vernoemde restaurant (de gastheer heeft een huisje aan het Gardameer) maakte een droomstart. Nog geen anderhalf jaar in bedrijf en nu al opgehemeld door restaurantgidsen en een Michelinster. We kennen koks die daar jaren voor op hun knieën liggen.

We staan in de regen op de Meent, een winkelstraat in het centrum van Rotterdam. Door het grote natte raam aan de straatkant werpen we een blik op het interieur: een diepe eetzaal met een houten vloer, een lange bank onder een spiegelwand, zwart-wit plafond.

Het ziet er strak uit, maar binnen voelt het toch genoeglijk aan, merken we als we ons hebben genesteld op een van de lichtbruine banken met uitzicht op de open keuken in de hoek en de oranje opflakkerende gashaard. De tafels staan niet te dicht op elkaar, de akoestiek is prima voor een prettig tafelgesprek. Punten voor Amarone.

De kaart is Frans-mediterraan. Er staat geen culinaire grensverlegger in de keuken, maar dat hoeft ook niet. Niet iedere kok is een avonturier, en als het je ding niet is, kun je het beter niet doen dan slecht. Dat gezegd zijnde vinden we het menu Amarone van vandaag (coquilles, kreeftensoep, eendenborst, chocoladetaartje) wel erg braaf, om niet te zeggen saai. Op ons verzoek wordt de kreeftensoep gewipt voor de opwindender klinkende combinatie van pata negra met makreel.

Met het voorafje hebben we twee echte culimodes te pakken: coquilles en schuim. Met coquilles dreigt het net zo te gaan als met zalm: ooit een tamelijk exquise lekkernij, maar sinds ze schoongemaakt en al in potten of diepgevroren worden aangevoerd zo alomtegenwoordig op de menukaart geworden dat ze bijna gewoon zijn.

Amarone serveert de sluitspier van het schaaldier rauw in plakjes gesneden. Het schuim erop is van pecorino, zegt de attente serveerster. We hadden het niet geraden, het smaakt vooral naar schuim. Maar goed ook misschien, want zo proeven we des te beter de knapperige kruimels zwarte truffel tussen het zachte visvlees.

De makreel is een bespreekgeval. Wij vinden makreel op zijn lekkerst als hij rauw is, of heel zacht gegaard, zodat het visvlees zacht en romig is. Maar dan krijg je niet het knapperige velletje dat het gebakken visje van Amarone heeft. Ook lekker en met de zoute Spaanse ham, de zachte polenta en de kerrievinaigrette op zoete druiven een complete pan-mediterrane combinatie.

Over de eendenborst (van een vrouwtje, dus kleiner en fijner dan die van een mannetjeseend) met witlof en over het machtige chocoladetaartje valt niet zoveel te vertellen. Keurig eten, netjes klaargemaakt, een beetje braaf, maar dat zeiden we al.

Natuurlijk gaan je gedachten dan uit naar al die koks die even goed hun best doen, maar geen sterren of topnotering hebben gekregen in de jaarlijkse restaurantgidsentombola. De snelle opkomst van Amarone zegt ook iets over de zucht naar nieuwe helden. Waarmee we het Rotterdamse restaurant niets tekort willen doen. Als iemand vraagt of we nog een fijne eetzaak weten in Rotterdam sturen we hem met een gerust gevoel hierheen.

Mac van Dinther

Meer over