'Tijgermoeder' brult VS weer wakker: waarom Joden en Indiërs beter zijn

VAN ONZE CORRESPONDENT ARIE ELSHOUT

NEW YORK - De Tijgermoeder is weer op oorlogspad. Prof. Amy Chua schrijft in een nieuw boek dat sommige bevolkingsgroepen in Amerika het zoveel beter doen dan andere en probeert te verklaren waarom dat zo is. Het is een gevoelig onderwerp en het woord 'racistisch' is al gevallen, nog voordat het boek is uitgekomen.

Chua, een Amerikaanse van Chinese komaf, die doceert aan de prestigieuze Yale-universiteit, is niet bang. Drie jaar geleden trapte ze op vele tenen met het boek Battle Hymn of the Tiger Mother. Zij beschreef daarin hoe zij haar twee dochters opvoedde: snoeihard en veeleisend en niet begripvol en omzichtig, zoals ouders in de VS.

Ze beweerde dat haar 'Chinese' aanpak betere resultaten oplevert. Ze bezorgde de Amerikanen daarmee een acute aanval van existentiële nood. Zijn we te soft voor onze kinderen en zullen we het daarom afleggen tegen Azië en de Aziaten?, vroeg menigeen zich af.

Nu lijkt het erop dat Chua met haar komende maand te verschijnen boek The Triple Package andermaal een aanslag pleegt op de Amerikaanse gemoedsrust. Het werk ligt in het verlengde van het vorige: opnieuw onderzoekt zij wat er ten grondslag ligt aan maatschappelijk succes.

Volgens recensenten die voorinzage hebben gehad, schrijft Chua over bepaalde 'culturele' groepen die veel beter presteren dan anderen. Dat zijn volgens haar Joden, Mormonen, Chinezen, Cubaanse ballingen, Nigerianen, Indiërs, Libanese Amerikanen en Iraniërs. Joden winnen veel Nobelprijzen, Mormonen doen het goed in het bedrijfsleven en de financiële sector en Chinese kinderen excelleren op school, zelfs als hun ouders arm en laagopgeleid zijn. Hoe kan dat?

Samen met haar man, Yale-hoogleraar Jed Rubenfeld, meent zij het antwoord te hebben gevonden. Het komt door een zeker superioriteitscomplex, een gevoel van onzekerheid en 'controle over de driften'. Alle succesvolle groepen in de VS denken dat ze exceptioneel of uitverkoren zijn. Tegelijkertijd zijn ze onzeker, hebben ze het gevoel steeds tekort te schieten en menen ze dat ze daarom beter hun best moeten doen zich te bewijzen. Ten slotte beschikken ze over een grote discipline.

Chua erkent dat het onderwerp gevoelig ligt. Maar volgens haar doorbreken de feiten die zij brengt juist de racistische stereotypen. Er zijn zwarte en Spaanstalige subgroepen die het veel beter doen dan veel blanke en Aziatische subgroepen. Bovendien blijkt dat ook binnen succesvolle groepen het succes bij de derde generatie afneemt, waarmee volgens Chua het idee van aangeboren groepsverschillen of 'modelminderheden' wordt ontkracht.

undefined

Meer over