Tijdgeest en engagement

Zolang mensen denken en schrijven, zolang al bestaat het fenomeen van de geëngageerde intellectueel, die zich kritisch uitlaat over de bestaande maatschappelijke verhoudingen....

Anet Bleich

Luther, Calvijn, Spinoza, John Locke, Descartes, Rousseau, Karl Marx, ze behoren alle tot diezelfde categorie van denkers en schrijvers die hebben geprobeerd een aanzet te geven tot verandering van de maatschappij of vanbelangrijke instituties daarbinnen.

Het voorlopig onbetwiste hoogtepunt van het intellectuele engagement valt te signaleren in de vorige, 20ste eeuw. In het kielzog van de ideologieën die bepalend zijn geweest voor de geschiedenis van die periode roerden massas intellectuelen hun mondje. Tegen de Eerste Wereldoorlog en het imperialisme dat daaraan ten grondslag lag: Jean Jaurès, Rosa Luxemburg, Henriëtte Roland Holst. Vóór de Russische Revolutie, die, hoopten de aanhangers, de weg naar het Rijk van de Vrijheid zou openen: Majakovski, Maxim Gorki, André Gide, Jef Last. Tegen het opkomende fascisme in Italië en Duitsland: Antonio Gramsci, Kurt Tucholsky, Bertold Brecht, Thomas Mann. Tegen de koloniale oorlogen die landen als Frankrijk en Nederland na 1945 voerden: Jean-Paul Sartre, Henk van Randwijk.

Geleerden van naam keerden zich tegen de atoomwapenwedloop die gepaard ging met de Koude Oorlog, de onzalige Amerikaanse interventie in Vietnam bracht hele generaties studenten in het geweer. Ook het door Stalins terreurheerschappij onherstelbaar bevlekte communisme bracht haar eigen maatschappij-critici voort: het echtpaar Sacharov, Vaclav Havel, Adam Michnik, Wolf Biermann.

Pas tegen het eind van de 20ste eeuw, toen de Berlijnse Muur was gevallen en het er heel even op leek dat het Rijk van de Vrijheid, dit keer in de vorm van een wereldwijde verbreiding van democratie en mensenrechten, nu toch echt binnen handbereik kwam, werd het stiller aan het intellectuele front.

De bloedige en met ongelijke krachten gevoerde burgeroorlog in voormalig Joegoslavië verleidde sommigen wel tot gepassioneerde stellingnames (David Rieff, Bernard-Henry Lévy, Chris Keulemans, Elsbeth Etty), maar al snel kwam er nu een sterke tegenstroming op die zich verenigde onder het motto: Schoenmaker, houd je bij je leest en de opvatting verkondigde dat goede bedoelingen in de meeste gevallen averechtse gevolgen hebben. Niet engagement, maar objectiviteit werd in veler ogen de na te streven intellectuele norm en de vrijblijvende of zelfs gevaarlijke gezindheidsethiek moest als ideaal wijken voor een verantwoordingsethiek die de gevolgen van dat wat men aanprijst uitdrukkelijk mee incalculeert.

Het zou onzin zijn om te beweren dat hiermee het progressieve intellectuele engagement definitief als historisch verschijnsel kan worden bijgezet. Zo spelen popsterren nu een voortrekkersrol bij het mobiliseren van de publieke opinie tegen het in z'n sop gaar laten koken van Afrika en hoorde een eminent intellectueel als de onlangs overleden paus tot de miljoenen wereldburgers die méér dan twijfelden aan het heilzame effect van de Amerikaanse bevrijding van Irak.

Toch zit onmiskenbaar de klad in de linkse variant van intellectueel engagement. Wie vandaag de dag het woord hervorming hoort, denkt eerder aan pogingen om de sociale zorgstelsels te saneren dan aan strijd voor meer gelijke kansen of rechtvaardigheid. Kansarm, dat woord betekende een paar decennia geleden dat iemand als gevolg van een onvolkomen politiek beleid onvoldoende kansen kreeg om zich tot volwaardig deelnemer aan de samenleving te ontwikkelen. Heden ten dage is datzelfde woord kansarm een stigmatiserend epitheton geworden: je bent arm, je hebt het niet gemaakt, eigen schuld, loser!

De enige plaats waar het intellectuele engagement op dit moment bloeit, is bij neo-conservatieven en fortuynisten. De mannen van de Burke-stichting, de Cliteurs en Ellians. Zij lijken als enigen te zijn vrijgesteld van de norm van objectiviteit en verantwoordingsethiek.

Zij zeggen waar het op staat, rollen genadeloos de laatste taboes van de multiculturele samenleving op, roeien tegen de stroom in. Denken ze. Want in werkelijkheid vormen ze veeleer de voorhoede van een overweldigende vloedgolf van conservatisme.

Lees voor de aardigheid eens het allerjongste produkt van Nederlands intellectueel engagement, het pamflet van de schrijver Thomas Rosenboom, Denkend aan Holland. Rosenboom ergert zich aan hangjongeren. Denkend aan Holland, parafraseert hij Marsman, zie ik groepen jongeren/breed voor me/op de stoepen staan. Hij doet twee concrete voorstellen: een verbod om te schreeuwen op de scholen en geen televisie meer voor gevangenen.Eigentijds engagement par excellence!

Meer over