Reportage

Tijdens herdenking ‘veldslag van Vaassen’ lopen Molukkers en burgemeester zij aan zij

De gewelddadige ontruiming van het woonoord in Vaassen in 1976 is een zwarte maar minder bekende bladzij uit de geschiedenis van Molukkers in Nederland. Waar herdenken de Molukse gemeenschap recent nog verdeelde, overheerst zaterdag op de Veluwe eendracht: ‘Ik hoop dat we met deze wandeling een stap naar een gezamenlijke toekomst zetten.’

Molukkers herdenken de gewelddadige ontruiming van de houten barakken in Vaassen, op 14 oktober 1976. Ook de burgemeester (met ketting) loopt mee:  ‘Ik hoop dat we met deze wandeling een stap naar een gezamenlijke toekomst zetten.’ Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Molukkers herdenken de gewelddadige ontruiming van de houten barakken in Vaassen, op 14 oktober 1976. Ook de burgemeester (met ketting) loopt mee: ‘Ik hoop dat we met deze wandeling een stap naar een gezamenlijke toekomst zetten.’Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

‘Mama, trein! Mama, trein!’ Maria Lekransy (67) hoort nog de woorden waarmee haar toen 2-jarige peuter de rupsbanden aankondigde die hun houten barak die vroege ochtend naderden. Toen het Molukse woonoord in Vaassen 45 jaar geleden op gewelddadige wijze werd ontruimd, was ze een jonge moeder van 24 jaar. ‘Sindsdien weet ik hoe oorlog klinkt. Het trauma is altijd gebleven.’

‘Veldslag bij ontruiming Moluks oord’, opende NRC Handelsblad die donderdagmiddag 14 oktober 1976. Met ‘gewapend verzet’ weigerden de Molukkers hun houten barakken te verruilen voor stenen nieuwbouw in het dorp op de Veluwe. Een politiemacht van 470 agenten en twaalf pantservoertuigen kwam eraan te pas. Er werd met stenen gegooid en over en weer geschoten. Zes mensen raakten gewond. Een huis ging in vlammen op.

Sinds 1958 woonden 133 Molukse gezinnen in het woonoord in Vaassen. Een groot deel van de gemeenschap verhuisde later vrijwillig naar de nieuwbouw. Weigeraars beschouwden hun barakken als een symbool voor de Molukse zaak. ‘We zijn 26 jaar aan het lijntje gehouden door de Nederlandse regering’, aldus destijds een woordvoerder van de bewoners: ‘Van een tijdelijk onderkomen wil men ons nu overbrengen naar een vast verblijf. Maar wij willen geen deel gaan uitmaken van het Nederlandse volk. Wij zijn Molukkers, wij willen terug naar ons vaderland.’

Ontruiming van de laatste barakken werd enkele keren uitgesteld omdat voor gewapend verzet werd gevreesd. De vermeend aanwezige grote hoeveelheid zware wapens werd echter nooit aangetroffen. ‘Het gezin dat als laatste naar buiten kwam was slechts in het bezit van een zakmes’, noteerde de verslaggever van NRC.

Trots

Met een herdenkingswandeling werd zaterdag, 45 jaar later, stilgestaan bij de gebeurtenis die een zwarte bladzijde is in de geschiedenis van de aanwezigheid van de Molukkers in Vaassen. Jetro Pelamonia draagt twee zwart-witportretten met zich mee van zijn opa en oma. Een van vlak voor hun vertrek naar Nederland, een op latere leeftijd in de Hollandse sneeuw.

‘Ik ben trots op hen’, zegt de 42-jarige Pelamonia. ‘Ze hebben in het woonoord gewoond. Als lid van de derde generatie draag ik hun geschiedenis met me mee. We kennen het verdriet en de frustraties van vroeger.’ Daarom is het belangrijk bij de ontruiming stil te staan, zegt hij. ‘Voor vorige generaties is dit een open wond. Ik heb het zelf niet meegemaakt. Voor ons is er meer ruimte om vooruit te kijken en toenadering te zoeken.’

De stoet van ruim honderd Molukkers heeft al ruim 8 kilometer afgelegd als bij een tankstation burgemeester Tom Horn van Epe zich bij hen voegt. De kampen die 45 jaar geleden tegenover elkaar stonden – de burgemeester van destijds zei nog onomwonden dat van uitstel van de ontruiming geen afstel zou komen – lopen nu voor het eerst zij aan zij, op het ritme van traditioneel Molukse trommelslagers.

Die toenadering is geen vanzelfsprekendheid. Hoe moeizaam de omgang met het gedeelde verleden is, bleek eerder deze maand. Een landelijke herdenking van 70 jaar Molukkers in Nederland in aanwezigheid van premier Rutte, met een nagespeelde aankomst in de haven van Rotterdam, werd afgeblazen vanwege diepe verdeeldheid in de Molukse gemeenschap, met beschuldigingen over en weer.

Ook in Vaassen dreigde dat scenario even. De uitgesproken stichting Maluku4Maluku van Ambonese KNIL-veteranen en hun nazaten waarschuwde dat de burgemeester maar beter weg kon blijven vanwege de rol van het toenmalige gemeentebestuur bij de ‘militaire operatie die grote trauma’s heeft veroorzaakt’. Maar, zegt organisator Allison Leeuwol van de Molukse wijkraad Berkenoord 2: ‘Die mensen komen niet uit Vaassen. De spanningen waarover zij spreken, ervaar ik niet.’

Pantserwagens van de Koninklijke Marechaussee bij de ontruiming van het Molukse barakkenkamp in Vaassen, op 14 oktober 1976.  Beeld Nationaal Fotopersbureau
Pantserwagens van de Koninklijke Marechaussee bij de ontruiming van het Molukse barakkenkamp in Vaassen, op 14 oktober 1976.Beeld Nationaal Fotopersbureau

Verbinding

Er moet altijd ruimte zijn voor verschillende opvattingen, meent Leeuwol. ‘Maar wij waarderen het dat de burgemeester en de wethouder vandaag meelopen. Wij streven naar saamhorigheid en verbinding. Alle mensen die vandaag meelopen, weten dat.’ Vrijdag zette Leeuwol een stop op nieuwe aanmeldingen, uit vrees dat het te druk zou worden.

Tom Horn (PvdA) is een van de elf burgemeesters van gemeenten met een Molukse gemeenschap die eerder dit jaar in een open brief in de Volkskrant het kabinet opriepen te erkennen dat de ontvangst en de opvang van de Molukkers in Nederland in 1951 na de onafhankelijkheid van Indonesië onwaardig was. ‘Ik loop mee om te erkennen welk leed de Molukse gemeenschap ook hier in Vaassen 45 jaar geleden is aangedaan’, zegt Horn, die inging op een uitnodiging van de organisatie. ‘Ik hoop dat we met deze wandeling een stap naar een gezamenlijke toekomst zetten.’

Lokale gezagsdragers staan dichter bij de bevolking, zegt Horn. ‘De signalen over hoe het leed uit het verleden nog steeds doorwerkt, komen ongefilterd door.’ Of daar een verontschuldiging van het kabinet bij past, laat Horn liever aan Den Haag. ‘Wij hebben gevraagd om een betekenisvolle stap en de erkenning van het leed. Excuses zouden mooi zijn, een andere bewoording kan ook.’

De nasleep van de ontruiming raakte de ontaarde Molukse gemeenschap in Vaassen hard, zegt Jeftha Pattikawa. Wantrouwen, werkloosheid en drugs overheersten. ‘Bijna óm het huis woonde wel een verslaafde. Het gaat vaak ook over de ingepakte koffers die onder de bedden klaarlagen voor de terugkeer naar de Molukken. En zelden praten we over de ongeopende enveloppen met onbetaalde rekeningen.’

Pattikawa roemt de veerkracht van de gemeenschap. Aangekomen bij het Molukse monument in de Molukse wijk die Vaassen nog steeds heeft, zingt Maria Lekransy een Moluks lied mee over verbroedering en steun. Behoorlijk wat niet-Molukse Vaassenaren melden zich langs de route met een begripvolle knik. Dat was in 1976 wel anders, zegt Lekransy. ‘Toen applaudisseerden ze toen de pantservoertuigen kwamen. Ontwikkeling en begrip, daar gaat het om.’

Meer over