ReportagePortland

Tijd voor escalatie of juist voor bezinning? De demonstranten in Portland zijn er nog niet uit

Na honderd dagen van voortdurende antiracismeprotesten overheersen in Portland besluiteloosheid en onenigheid. Hoe moet het nu verder?

Seneca Cayson is een van de leiders van de vreedzame protesten in Portland. Hij vindt het tijd voor bezinning. ‘De relschoppers doen de zaak geen goed.’Beeld Alisha Jucevic

Op een honkbalveld in een park in een gegoede buitenwijk van Portland, Oregon, proberen zo’n 150 schimmen het in het donker eens te worden over het doel van de avond. Het plan was om naar het huis van de gouverneur te gaan, een paar straten verderop, ‘om haar te laten schrikken’. Maar ze blijkt niet thuis te zijn. Wat nu?

Veel van de aanwezigen hebben zwarte kleren aan, al zijn ze zelf bijna allemaal wit. Ze dragen een helm en eventueel een kogelvrij vest, soms een schild, en vaak hebben ze een gasmasker aan de rugzak gebonden. Ze zijn begin 20, maar dit zijn de veteranen van de Portlandse protesten. Er staat een tentje waar je pleisters en oorpluggen kunt inslaan, en vloeistof om het traangas mee uit je ogen te wassen. Dit is de 97ste protestdag sinds de dood van George Floyd, de zwarte man die stikte onder de knie van een politieagent in Minneapolis, maar de mensen op dit veld zijn er nog lang niet klaar mee. Elke dag op naar de volgende slag.

Maar waarheen? Naar het huis van de sheriff? Naar het huis van de burgemeester? Toch naar het huis van de gouverneur, al is het maar om de buren te laten schrikken? Naar een ander park, 10 kilometer verderop?

Steeds als iemand een besluit probeert te nemen, is er iemand anders die protesteert. ‘Wacht, waarom neem jij de leiding?’ Een ander: ‘We zijn allemaal gelijk, hoor!’ Een zucht in het donker. ‘Anarchisten. Niemand die gehoorzaamt. En rechts blijft maar zeggen dat we zo’n geoliede machine zijn.’

Het duurt een uur, mensen gaan naar huis of laten pizza komen. Uiteindelijk zullen er een paar handenvol demonstranten naar het het politiebureau trekken, waar drie van hen worden gearresteerd wegens ordeverstoring.

De besluiteloosheid en onenigheid zijn typerend voor de fase waarin de Black Lives Matter-protesten zijn beland in Portland, het onwaarschijnlijke (want grotendeels witte) epicentrum van de opstand. Terwijl er een steeds hardere kern is die wil escaleren, is er een zachtere schil daaromheen die juist denkt dat dit de zaak alleen maar schaadt. Het is tijd voor decompressie, zegt Seneca Cayson, een van de zwarte leiders van de vreedzame protesten op het plein in het centrum van de stad. ‘Zoals duikers die onder water hebben gezeten en dan weer naar boven komen. Even een tijdje in een zuurstofkamer. De demonstranten hebben nu in honderd dagen ontdekt wat wij al vierhonderd jaar meemaken. Dat moeten ze even laten bezinken.’

Trump-parade

15 kilometer naar het zuiden wappert een blauwe Trump-vlag aan de pick-uptruck van Val Andrychuk. Hij rijdt de oprit van de Chick-fil-A op, een fastfoodrestaurant in het winkelcentrum van Clackamas, een voorstad van Portland. Sommige mensen steken een duim naar hem op, anderen een middelvinger. Andrychuk reageert laconiek. Hij glimlacht als mensen naar hem lachen, hij glimlacht als mensen naar hem schreeuwen. ‘Ik ben er trots op te laten zien waar ik sta’, zegt hij. ‘De reacties bevestigen mijn positie.’

Vanaf dit winkelcentrum vertrok hij zaterdag, met zijn vriendin en twee kinderen op de achterbank, in de optocht van pick-ups met Trump-vlaggen, een parade waarmee honderden inwoners uit de omgeving van Portland de politie en de president een hart onder de riem wilden steken. ‘We wilden laten zien dat er ook mensen zijn die de Amerikaanse vlag wel respecteren’, zegt Andrychuk, een bouwvakker die acht jaar geleden uit Oekraïne naar de VS kwam. ‘We wilden laten zien dat we de president steunen. Het was heel gezellig om al die anderen te zien, het voelde als een grote familie.’

En toen werd het minder gezellig.

Ja, Andrychuk is ook van de route afgeweken en het centrum van Portland ingereden, zegt hij, om zich te laten zien aan de linkse betogers in de straten van de stad. ‘Wat heeft het anders voor zin? Een demonstratie is toch om iets te demonstreren?’ Hij had geen wapen bij zich, zegt hij, alleen een alarm, dat hij af en toe over de tegenstanders liet toeteren. Anderen hadden pepperspray en paintballgeweren, waarmee ze in een soort drive-by-schietpartij vanuit de achterbak op hun tegenstanders vuurden.

Eén linkse betoger besloot ook te schieten, maar dan met een echt pistool, en schoot Aaron Danielson dood, die met de Trump-parade was meegekomen. De schutter, Michael Reinoehl, was lid van de ordedienst van de betogers en overtuigd ‘antifa’, zoals hij zelf in een interview in juli had gezegd. Hij werd donderdagavond in de staat Washington door de politie doodgeschoten door agenten die zeiden dat hij met een wapen dreigde toen ze hem probeerden te arresteren.

Danielson was geen gewone betoger. Hij was lid van Patriot Prayer, een Fight Club-achtige groepering met leden die graag een knokpartij aangaan. Hij zou, vlak voor de schoten, met pepperspray hebben gedreigd. De oprichter van Patriot Prayer heeft eerder gezegd dat de leden van zijn club altijd gewapend moeten zijn, omdat er ‘een oorlog’ aan zit te komen.

‘Ik had Danielson op de parkeerplaats nog gesproken’, zegt Andrychuk. ‘Hij stond er iets anders in dan ik. Hij was een oud-militair, tough guy, met een kogelvrij vest, misschien een wapen – hij wilde meer dan door de stad rijden. Er waren er meer zoals hij. Ik ben niet zo fanatiek. Ik wilde alleen maar met die toeter blazen.’

Om maar te zeggen: de polarisatie die vorige week tot dodelijke botsingen in de Verenigde Staten leidde – niet alleen in Portland, maar ook in Kenosha, waar het een rechtse extremist was die twee linkse betogers doodschoot – is genuanceerder dan die op het eerste gezicht lijkt. Onder de tegenstelling van links tegen rechts zitten grijze schakeringen van gematigden die weliswaar nog steeds voor een partij kiezen, maar niet voor het geweld. Tegenover het gehuiver over een aanstaande burgeroorlog kun je de hoop zetten dat er, zelfs in kruitvat Portland, nog genoeg mensen rondlopen die de lont niet willen aansteken.

Val Andrychuk rijdt met zijn Trump-vlag door de voorstad Clackamas. ­Beeld Michael Persson

Testcase

Dit weekend wordt een zware testcase. Maandag is het Labor Day, een vrije dag die het einde van de zomervakantie markeert. Dit lange weekend is traditioneel al gewelddadig, maar staat dit jaar ook onder politieke hoogspanning. Zaterdag wordt in Portland de honderdste dag van de protesten gevierd en maandag vindt er een nieuwe ‘Trump Cruise’ plaats, een nieuwe optocht van auto’s door de stad.

Die wordt georganiseerd door Michael Heffner, een bewoner van een van de voorsteden die vertelt dat hij nu echt de binnenstad wil vermijden en op de snelwegen rond de stad wil blijven. ‘Het gaat om de optocht, het is geen confrontatie’, zegt hij. ‘Veiligheid gaat voor alles.’

Hij vindt dat die eerste optocht uit was op problemen. ‘Ze hadden mensen met pepperspray en paintballgeweren in de laadbak. Dan zoek je ruzie.’

De organisatoren van de eerste optocht willen geen commentaar geven. Op Facebook verbergen zij zich achter schuilnamen, maar het blijkt na enig zoeken te gaan om enkele Russische immigranten. Alex Kuzmenko, die nu huwelijksfotograaf is in Boise, Idaho, zegt dat de rally voor zichzelf spreekt. In een YouTube-filmpje over de optocht levert een van de andere organisatoren, Julia Kuzmenko, enthousiast commentaar. ‘Dit is Trump 2020. Nog twaalf jaar! Niet slechts vier.’

Onwaarschijnlijk epicentrum

Portland leek zo’n onwaarschijnlijke plek voor gewelddadige uitbarstingen. Het is een stevige havenstad dicht bij de Stille Oceaan, die zich de afgelopen twee decennia opnieuw heeft uitgevonden als een van de hippe steden van Amerika, met zijn ambachtelijke brouwerijen en eindeloze fietspaden. Het is een stad vol parken en buitensporttypes, met in het westen de stranden en in het oosten de bergen.

Maar schijn bedriegt. Net als in de rest van Amerika is de politieke en culturele afstand tussen de stad en het platteland de laatste jaren gegroeid. De progressieve meerderheid in Portland kiest steevast een Democratische gouverneur, die ook de baas is over de rest van de staat en die volgens conservatieven te weinig oog heeft voor de landelijke kwesties die daar spelen. Toen begin jaren negentig de bosbouw aan banden werd gelegd ter bescherming van de gevlekte bosuil, was dat een grote economische klap voor de houthakkers en andere arbeiders, terwijl in Portland, gelegen tussen Silicon Valley en Seattle, een bruisende kenniseconomie bloeide.

In de stad deed de gentrificatie haar zielloze werk: de opkomst van de koffietentjes en bierbrouwerijen ging gepaard met een uittocht van de zwarte bewoners, die de hogere huren niet meer konden betalen. De slogan ‘Keep Portland Weird’ betekende voor hen ‘Keep Portland White’ – waardoor ze nog marginaler werden dan ze al waren, met 6 procent van de bevolking.

Dus er was een voedingsbodem, zowel voor zwarte onvrede als voor antipathie tussen stad en platteland, tussen de fietsers en de pick-uptrucks.

De dood van George Floyd was de vonk die leidde tot de voortdurende veenbrand van dagelijkse demonstraties van duizenden op de twee centrale pleinen van de stad, bij de rechtbanken. ’s Avonds gingen de protesten over in rellen, waarbij vooral het federale gerechtsgebouw werd belaagd. Toen president Trump federale troepen stuurde om het te beschermen, werkte dat als een rode lap op een stier en zwol het protest alleen maar aan. Betogers schoten vuurwerk af op de politie en gooiden met stenen; de agenten schoten met ‘niet zo dodelijke’ projectielen op de demonstranten, waardoor sommigen zwaargewond raakten, vooral aan ogen.

Toch hebben de onlusten niet zo veel sporen nagelaten. Ja, het gerechtsgebouw is nog dichtgetimmerd met dikke grijze spaanplaten en ziet eruit als een gestrand oorlogsschip. Er is graffiti te zien op de standbeelden in het park en schoonmaakploegen zijn dagelijks in de weer om dat te beperken. Maar achter het gerechtsgebouw is de Starbucks open en ook banken, hotels en andere bedrijven met glazen puien staan gewoon overeind. Branden zijn er, in tegenstelling tot in Minneapolis en Kenosha, in Portland nauwelijks geweest. ‘Dit is geen Beiroet’, zegt Gayle Martell, een bewoner van een van de voorsteden, die om de zoveel tijd een kijkje komt nemen. ‘Ik kan haast niet geloven hoe rustig het is. Trump doet alsof Portland in puin ligt en ik moet zeggen: dat doet hij geweldig, want al mijn buren geloven het en we wonen hier maar 15 kilometer vandaan. Ik wou dat zij dit zagen. Ik wou dat de rest van Amerika dit zag.’

Witte demonstranten bij het huis van burgemeester Ted Wheeler.Beeld Alisha Jucevic

Ongeduld

Tegelijkertijd is er wel de neiging onder het ‘zwarte blok’, dat zich bijna elke avond verzamelt op een andere plek in de stad, om meer schade aan te richten. Maandag verschenen ze voor het flatgebouw waar burgemeester Ted Wheeler woont, die ze verwijten dat hij als politiechef zijn mensen niet genoeg beteugelt – en die volgens de demonstranten dus moet opstappen. Bij het protest op maandag werd er vuurwerk in een tandartspraktijk gegooid, met vijftien verdiepingen aan bewoonde appartementen daarboven. De politie greep in en arresteerde negentien relschoppers; de burgemeester kondigde aan te verhuizen.

‘Ze doen de zaak geen goed’, zegt Seneca Cayson, de Black Lives Matter-aanvoerder. ‘Het zijn geprivilegieerde witte kinderen die nu denken dat zij óók de pijn voelen van politiegeweld. Maar zij kiezen voor de confrontatie. Wij zwarte Amerikanen worden er elke dag aan onderworpen, wij hebben geen keuze. De demonstranten zijn te ongeduldig met de veranderingen die ze eisen. Je kunt racisme niet wegstemmen. Je kunt het niet afkopen. Je kunt het niet wegschieten. Je moet het wegpraten. Dat kost tijd.’

Meer over