Tijd voor een cursus humor en ironie, Leon?

ALEID TRUIJENS

V iereneenhalve ton. Daar moeten brave vrijwilligers heel wat keren zwetend de Alpe d'Huez voor op. Je kunt er ook aardig wat 'onbetaalbare' kankerbehandelingen mee bekostigen. KWF Kankerbestrijding trekt het geld door de plee. Op de komisch bedoelde filmpjes over gebrek aan aandacht voor kankerpatiënten, niet bedoeld voor het publiek maar voor zorgverleners, kwam zoveel kritiek dat KWF ze terugtrok. Gauw kijken op Youtube.

Viereneenhalve ton voor een paar minuten cursusmateriaal? Ongelooflijk. De makers hebben de cursisten niet hoog zitten. Wat kunnen ze ervan opsteken? Dat verpleegkundigen vaak dom, dik en klagerig zijn, bijvoorbeeld, en artsen autistisch of juist emotioneel incontinent. Of dat kankerpatiënten, door hun ziekte, vanzelf heel wijze mensen zijn? De filmpjes zijn volkomen onduidelijk in hun bedoeling. Wat wel doorkomt is dat ze ontzettend grappig bedoeld zijn. En dat totaal niet zijn.

Niet dat je geen harde grappen over kanker zou mogen maken. Of over de Holocaust of Anne Frank. Hoewel, je moet tegenwoordig uitkijken. Toen mijn man laatst, in aanwezigheid van twee vijfjarigen, weer eens zijn Hitler-act deed, waarbij zijn eigen kinderen vroeger omvielen van het lachen, viel er een pijnlijke stilte. Ik herinner me een grap van Freek de Jonge, begin jaren tachtig, toen er ook een toneelstuk liep over Anne Frank. De Jonge zei - uit mijn hoofd - dat hij de voorstelling zo erbarmelijk geacteerd vond, dat hij de neiging had te roepen: 'Ze zitten dáár, achter!' Ook maakte hij in elke voorstelling een wrange grap over een dood kind ('De hond hebben we nog wél').

Zou Leon de Winter daar indertijd ook, net als ik, zo om hebben gelachen? Hij had toen nog een baard en was nog geen beroepsgekwetste. Nu is alleen al het feit dat iemand in een interview zégt dat zij thuis, onder vrienden, weleens een harde grap maakt over Anne Frank of concentratiekampen voor hem reden om diegene publiekelijk in De Telegraaf te geselen. Of de huiselijke grappen van Sylvia Witteman leuk zijn of niet, of kwetsend voor iemand in haar kamer, De Winter noch wij weten dat. Maar dat de columniste zich op de dijen zou slaan van de pret over een pubermeisje dat in een concentratiekamp aan de tyfus bezweek, is wel een heel rare aantijging.

Een groot humorist is De Winter nooit geweest, maar hij is toch een schrijver. Hij moet toch weleens íets gehoord hebben over de werking van humor en ironie? Zou hij echt niet weten dat mensen die grappen maken over kanker, dode kinderen, concentratiekampen of Hitler, niet per se kanker, dode kinderen, Hitler of concentratiekampen bagatelliseren ?

Sommige dingen zijn zo onzegbaar verschrikkelijk, en boezemen zoveel angst in dat we er eigenlijk alleen maar grappen over kunnen maken. Die grappen maken de dingen niet minder verschrikkelijk, maar ze geven even lucht. Vooral aan mensen die zelf of in hun familie te maken hebben gehad met kanker, dode kinderen of de holocaust. Mensen met de fijnst afgestelde antenne voor wreedheid en onrecht zijn er doorgaans het beste in.

Zou De Winter het 'Antisemitismepakket voor beginners' hebben gelezen, van Jamal Ouariachi? Deze bijlage bij een nummer van Das Magazin bevat een hoop ongein, zoals een aanplak-Hitlersnor, de tip 'Zing dagelijks het Horst-Wessellied' en twee voodoopoppetjes met de gestalten van Leon de Winter en Jessica Durlacher, om in te prikken. Leuk? Nee, zouteloze lol, volkomen ongrappig. Met de KWF-filmpjes heeft dit boekje gemeen dat het bedoeld is om met humor te choqueren - wat jammerlijk mislukt. Dat de bedoelingen 'goed' zijn en we hier niet met een halvegare antisemiet te maken hebben, moet blijken uit het feit dat het boekje is ingesloten bij een echt literair tijdschrift en de schrijver bij een echte literaire uitgeverij zit. Maar wat moet een scholier die dit gelikt vormgegeven boekje zonder context leest ervan denken? De Winter zweeg erover.

Leuk of niet, dat is de enige lakmoesproef voor humor. Humor die mensen diep kwetst, is niet leuk. Maar enige training in humor en ironie mag de komende generatie wel krijgen. Als we alleen nog met uitgestreken grafkoppen of een trillend lipje mogen reageren op onheil en wreedheid, en als onze eigen gekwetstheidjes de enige norm worden, dan is het leven niet meer te harden.

undefined

Meer over