Tijd van hoop of loodzware jaren?

Handen uit de mouwen. Dat beeld overheerst van de naoorlogse tijd. Vrij plotseling verschijnt nu een reeks boeken over de wederopbouw. Met daarin ook aandacht voor de schaduwkanten.

Geschiedenis

*****

Ian Buruma:

1945 - Biografie van een jaar

Uit het Engels vertaald door Arthur

Wevers

Atlas Contact; 400 pagina's; euro 24,95

De tijd van na de Tweede Wereldoorlog was altijd een wat ondergeschoven kindje. Historici waren druk bezig met de oorlogsjaren en als ze al aan de naoorlogse periode toekwamen, waren ze vooral geboeid door de cultuuromslag in de jaren zestig en zeventig. Maar aan de verwaarlozing van de wederopbouwtijd lijkt nu vrij plotseling een eind te komen. Een reeks boeken die vanuit allerlei gezichtshoeken de jaren vanaf 1945 onder de loep nemen, is net verschenen of komt er binnenkort aan.

In de collectieve herinnering kenmerkt de wederopbouwtijd (van 1945 tot omstreeks 1965) zich door wat Kees van Kooten een 'gevoel van geborgenheid en klein huiselijk geluk' noemt. In 1972 schreef hij er samen met Wim de Bie een lied over, 1948, waarvan hij de tekst onlangs voordroeg ter gelegenheid van de Week van de Wederopbouw, een initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Een paar regels om de sfeer te proeven:

En Nederland herrees

Onder Drees, Fanny Blankers-Koen

Die won viermaal goud in Londen

Als je jokte was dat zonde

De legpuzzle was klaar

In het derde vredesjaar

Toen was geluk heel gewoon.

Over dit 'wonder van de wederopbouw' gaat het ook in Monumenten van de wederopbouw dat samen met Atlas van de wederopbouw en Kunst van de wederopbouw een met foto's uit die tijd erg mooi geïllustreerd drieluik vormt. In Kunst van de wederopbouw, met aandacht voor onder anderen Cobra en Karel Appel, staat: 'Wat de kunstwerken gemeen hebben, is dat ze de voor de wederopbouwjaren zo kenmerkende sfeer van optimisme, gedrevenheid en vooruitgang uitstralen.'

Optimisme, vooruitgangsgeloof, huiselijk geluk, handen uit de mouwen, een overzichtelijk bestaan - is dit inderdaad de essentie van het naoorlogse tijdperk? Of wordt dit beeld gekleurd door de behoefte om vanuit onze behoorlijk onoverzichtelijke tijd nostalgisch terug te blikken? En hoeveel weten we eigenlijk over de wederopbouwperiode? Nog niet zo gek veel, meent Ad van Liempt die momenteel de laatste hand legt aan zijn boek Na de bevrijding dat in januari uitkomt, tegelijk met een gelijknamige tv-serie.

Ad van Liempt vindt het lastig om een algemene oorzaak aan te wijzen voor die ineens oplevende belangstelling. 'Voor mijzelf geldt dat ik veel met de Tweede Wereldoorlog bezig ben geweest en nu ook wel nieuwsgierig ben naar hoe het verder is gegaan. En ik ben erg geboeid door de gang van zaken rond Indië, het conflict over de onafhankelijkheid van Indonesië.

'Wat zeker helpt, is dat er meer bronnen bij zijn gekomen, dankzij biografieën over sleutelfiguren uit die tijd. De brieven die bijvoorbeeld generaal Spoor aan zijn vrouw heeft geschreven, of die van de diplomaat Van Roijen die een grote rol bij de dekolonisatie heeft gespeeld. Daar staan dingen in die je in officiële stukken niet tegenkomt, dus daar heb je wat aan als historicus.'

Van Liempts indruk van de jaren na de bevrijding is niet onverdeeld zonnig. 'Mijn visie op die periode is dat er veel is mislukt aan samenlevingsopbouw en aan vernieuwing, omdat het conflict met Indië alle energie opslorpte, zeker in de politiek. Zoals ik het nu aan het beschrijven ben, zie je de zwarte wolk van het Indië-conflict steeds groter worden. Als je ziet hoeveel uren de ministers destijds in vergaderen over Indië hebben gestoken, ongelooflijk.

'Vlak voor zijn dood heb ik Sicco Mansholt nog geïnterviewd, de langst levende minister uit het kabinet-Beel. Hij was indertijd verantwoordelijk voor de voedselvoorziening en dat liep nog helemaal niet goed. Hij zei: 'Ik werd er gek van, altijd maar over Indië vergaderen, we kwamen niet aan ons werk toe.' De Nederlandse politiek is lange tijd gegijzeld geweest door het conflict met Indonesië.'

Hij schrijft ook over andere dingen, benadrukt Van Liempt. 'Cobra komt langs, De avonden van Gerard van het Reve, de VVD wordt opgericht, Fanny Blankers-Koen wint goud. Ik probeer het breder te trekken dan alleen de politiek. Maar die vijf jaar, 1945-1950, worden vooral gekenmerkt door die grote nederlaag, het verlies van Indië, die afgang als land.'

Loodzware jaren (de ondertitel van Na de bevrijding) of een tijd van hoop? Daarover zijn de geleerden het nog lang niet eens. Over de naoorlogse tijd staat maar één ding onomstotelijk vast: hij begon in 1945. Over dat turbulente jaar heeft de internationaal befaamde denker Ian Buruma een magistraal boek geschreven: 1945 - Biografie van een jaar.

Ook Buruma stelde zichzelf de vraag waarom juist dat jaartal hem zo boeide. Hij wilde de wereld van zijn vader begrijpen. 'De wereld die mijn vader heeft helpen opbouwen uit de puinhopen van de oorlog (...) is de wereld waarin wij zijn opgegroeid. Mijn generatie werd gevormd door de dromen van onze vaders: de Europese welvaartsstaat, de Verenigde Naties, de voorbeeldfunctie van de Amerikaanse democratie (...), de Europese Unie. Een groot deel van de wereld van onze vaders is alweer ontmanteld of in verval. (...) Sommige dingen waarvoor mensen het bangst waren, zijn niet gebeurd. Het Sovjetrijk is gevallen (...), niet alleen angsten uit de onmiddellijke naoorlogse jaren zijn vervaagd, maar ook veel dromen. Er zijn nog maar weinig mensen (...) die geloven dat een soort wereldregering voor eeuwige vrede zal zorgen. De hoop op een sociale democratie en de welvaartsstaat heeft flinke klappen gekregen(...).'

Meeslepend beschrijft Buruma hoe een gevoel zich van de mensen meester maakte dat een volkomen nieuw begin mogelijk was. De euforie in de bevrijde landen was onvoorstelbaar. In Parijs, Brussel, Moskou en Amsterdam werd op straat feest gevierd in het stralende licht van de weer onbelemmerd schijnende lantarens. 'Juichende, lachende, dansende, onbeheersbare menigtes' omhelsden de bevrijders en elkaar.

In Londen en New York was de vreugde niet minder groot. Meisjes vielen massaal in de armen van geallieerde soldaten, zelfs in het bezette Duitsland en Japan gebeurde dat, al moet daarbij worden opgemerkt dat de Russische militairen het initiatief van de dames heel vaak niet afwachtten en tot verkrachting overgingen. Remco Campert heeft in een door Han van der Horst in De mooiste jaren van Nederland aangehaald gedicht die atmosfeer van mei 1945 treffend beschreven:

[...]

en om mij heen

grootse dronkenschap

van de bevrijding

het water was whisky geworden.

Alles zoop en naaide

heel Europa was één groot matras

en de hemel het plafond

van een derderangs hotel.

Campert, zo vertelt Van der Horst, zou dit gedicht in mei 1964 voorlezen op de AVRO-televisie, maar dat ging niet door. De uitzending werd afgelast, want een woord als 'naaien', dat kon niet op tv. Hetgeen illustreert dat de geest van de (ook seksuele) bevrijding uit 1945 maar kort heeft rondgewaard. Zowel Buruma als Van der Horst constateert dat pas de komst van The Beatles die geest nieuw leven heeft ingeblazen.

Sommige naoorlogse nieuwigheden waren duurzamer. Zoals de verzorgingsstaat, waarvoor de grondslag in Groot-Brittannië werd gelegd. En de Verenigde Naties, tijdens de Tweede Wereldoorlog door Churchill en de Amerikaanse president Roosevelt bedacht. Ook de Europese Unie, product van de wens toekomstige oorlogen in Europa te verhinderen, staat, zij het ietwat wankel, nog overeind. De gedachte dat mensenrechten voor ieder mens ter wereld gelden, neergelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948, werd volgens Buruma door velen 'als de grootste verdienste van de naoorlogse orde beschouwd'.

Een uitvloeisel van het idee dat mensen en ook volkeren gelijke rechten hebben, was de dekolonisatie die vanaf 1945 op gang kwam. Op 17 augustus van dat jaar proclameerde Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesië, op 2 september deed Ho Chi Minh hetzelfde voor Vietnam.

Een omstreden fenomeen uit het bevrijdingsjaar was de zuivering die beoogde af te rekenen met degenen die de kant van de nazi's hadden gekozen. Aan de officiële zuivering (met interneringskampen voor 'landverraders' en 'collaborateurs', speciale rechtbanken en zuiveringscommissies) gingen spontane wraakacties vooraf, soms bloedige. In Frankrijk, meldt Buruma, werden zo'n zesduizend echte of vermeende collaborateurs vermoord, in Nederland wordt dat aantal op enkele tientallen geschat. Maar ook hier werden NSB'ers openlijk vernederd en vrouwen die het met Duitsers hadden gedaan, kaalgeknipt. In de herfst van 1945 zaten er in Nederland circa honderdduizend 'politieke delinquenten' vast in kampen waar het vaak weinig zachtzinnig aan toeging.

Een betrouwbaar overzichtswerk over de gang van zaken in de interneringskampen - die vijf jaar in gebruik waren - bestaat nog niet, wat erop wijst dat het onderwerp lang taboe is geweest. Wat er wel over is geschreven, komt volgens Helen Grevers in Van landverraders tot goede vaderlanders hoofdzakelijk uit de hoek van voormalige collaborateurs die de neiging hadden het ondergane leed aan te dikken.

Helaas geeft ook haar boek geen helder inzicht in de misstanden die er ontegenzeglijk waren. Grevers erkent dat er, zeker in het begin, maar volgens haar niet overal, werd mishandeld in de Nederlandse kampen en dat de toestand er op het gebied van hygiëne en gezondheid slecht was, maar ze gaat er niet diep op in en haar toon heeft een hoog 'het kon ook haast niet anders'-gehalte.

Dan is het in dezelfde serie 'Erfenissen van de collaboratie' verschenen Doorn in het vlees van Ismee Tames een stuk interessanter. Tames gaat na welke plek in de samenleving de voormalige politieke delinquenten in de jaren vijftig en zestig innamen en concludeert dat er geen sprake is van één homogene groep. Vroegere NSB'ers die openlijk afstand namen van hun verleden kregen vaak nieuwe kansen, de positie van degenen die zwegen, bleef erg kwetsbaar en de kleine minderheid die vasthield aan het oude 'ideaal' werd maatschappelijk niet geaccepteerd.

Niet alleen degenen die, in die typisch Nederlandse terminologie, 'fout' waren geweest, hadden weinig op met de naoorlogse zuivering, ook in kringen van het voormalige linkse verzet bestond er scepsis. Voor hen, schrijft Buruma, 'was 1945 de uitgelezen kans om voor altijd af te rekenen met de (...) financiële en politieke gevestigde orde die met het fascisme had gecollaboreerd.' Dat is niet gebeurd. De zuivering beperkte zich voornamelijk tot leden van nationaal-socialistische organisaties en was vaak nogal willekeurig.

Een schrijnend voorbeeld hiervan staat in De drogist van - weer - Ad van Liempt. Hoofdpersoon Gerard Reeskamp, de drogist, was onder de schuilnaam Harry zeer actief in het Friese verzet. Hij nam deel aan de beroemd geworden overval op het Huis van Bewaring in Leeuwarden, waarbij 51 gevangenen werden bevrijd, en het was zijn verdienste dat die vermetele actie niet in een bloedbad eindigde.

Na de oorlog werd Reeskamp beschuldigd van betrokkenheid bij de moord op een Friese boer. In werkelijkheid betrof het een uit de hand gelopen schietincident waar Reeskamp niet bij was. De rechercheur die zich fanatiek vastbeet in het onderzoek naar deze veronderstelde roofmoord, Simon Aukema, was in mei 1945 op non-actief gesteld omdat hij de stoot had gegeven tot het oppakken van zes Joodse onderduikers die later in Auschwitz de dood vonden. Aukema kreeg in 1946 een berisping en mocht weer aan het werk. In 1949 werd hij definitief buiten vervolging gesteld vanwege zijn 'buitengewone dienstprestaties'. Bij het vervolgen van verzetsman 'Harry' dus. Die was ondertussen tot vier jaar veroordeeld. Vrouwe Justitia was blijkbaar behoorlijk in de war.

Mislukte zuivering, haperende dekolonisatie, angst voor een nieuwe oorlog aan de ene kant. Groeiende welvaart en sociale zekerheid, geloof in de toekomst aan de andere. Hoe is de balans? Voor het bevrijdingsjaar 1945 geeft Ian Buruma daar een mooie impressie van. Over de naoorlogse tijd als geheel valt nog genoeg te ontdekken.

Wraak en euforie

'Ik ben te laat (...) geboren om iets van de gevolgen van honger te merken. Maar de vage echo's van wraak en euforie waren nog wel te horen. Op mensen die hadden gecollaboreerd of, nog erger, met de vijand naar bed waren geweest, werd nog altijd wraak genomen, maar wel op een onopvallende (...) manier. Bij een bepaalde kruidenier kocht je geen groenten en bij een andere winkel geen sigaretten.'

undefined

Meer over