Tien lange prikstraten, en alles loopt op rolletjes

Reportage..

Amsterdam Ursula Boodie is met de auto gekomen, zegt ze verontschuldigend. ‘Ik zou met de fiets komen, maar het is zulk slecht weer’, zegt ze, terwijl ze de buggy met zoon Oscar van één jaar vooruit duwt. Dochter Ella van vier heeft er wel zin in. Ze is vanmorgen nog naar school geweest, maar na de prik mag ze met haar moeder mee naar huis, en dat vindt ze een vrolijk vooruitzicht.

Lang niet iedereen heeft zich zoals Ursula door de stormachtige wind en de felle vlagen regen van de fiets laten jagen. Voor de ingang van de RAI staat het vol met fietsen, met verlengde bagagedragers, fietsen met zitje voor en achter, en natuurlijk tientallen bakfietsen van de hippe soort – kinderverplaatsers bij uitstek – allemaal met het plastic zeiltje dicht.

Overal in Nederland wordt gevaccineerd, maar de RAI is veruit de grootste prikfabriek. In twee dagen wil de Amsterdamse GGD rond 65 duizend mensen prikken. Meest kinderen van zes maanden tot en met vier jaar. Maar ook de huisgenoten van baby’s jonger dan zes maanden zijn opgeroepen.

Ongeveer eenderde van de geprikten is ouder dan tien jaar. De GGD verwacht 120 duizend mensen door de vaccinatiefabriek te leiden, de begeleiders meegerekend. Er rijden extra trams en verlengde metro’s naar de RAI, van drie gemeenten (Aalsmeer, Ouder-Amstel en Uithoorn) worden de mensen met gratis pendelbussen aangevoerd. De parkeerkelders zijn voor de gelegenheid gratis, en er is een commandocentrum op het stadhuis.

Er zijn tien prikstraten met elk acht priktafels, elk bemand met drie personen. De stroom kinderduwende en -dragende mensen wordt door tientallen verkeersleiders verdeeld over de prikstraten. Zodra een tafeltje vrij is, steekt een verkeersregelaar een groen bordje omhoog. Nergens is een opstopping te zien.

Als het groene bordje naar Ursula wordt opgestoken, heeft ze de rechterschouder van dochter Ella al uit haar trui gewurmd. Aan de tafel gaat het razendsnel. Ursula geeft papieren af. Ella – de lippen een beetje naar binnengevouwen want spannend is het natuurlijk wel – gaat zitten op de schoot van een van de verplegenden. Die houdt haar armen stevig vast, een collega prikt, wat loftuitingen over ‘grote meid’, klaar. Met broertje Oscar gaat het zo mogelijk nog sneller, zij het dat die het wel op een huilen zet. Ella veegt zorgzaam de tranen van haar broertje weg. Er zijn nauwelijks tien minuten verstreken sinds ze de RAI binnen kwam.

Dat huilen, daarvoor waren sommige GGD’ers nog wel beducht. Zo veel kinderen in zo’n kale galmbak, dat zou een herrie als een oordeel worden, goed voor een priktrauma voor een hele generatie Amsterdammers. Maar niets van dat al. Er wordt her en der gehuild, maar er gaat geen wave van gekrijs door het gebouw. Ze worden kundig afgeleid, het tempo wordt hoog gehouden. ‘Kijk eens wat een mooie ballonnen!’

Voor de moeilijke gevallen zijn vier aparte kamertjes gemaakt, met een vierkoppig team. Voor iedereen die veel stress of angst verwacht. En voor mensen met een bloedstollingsziekte, die op een speciale manier moeten worden geprikt. Maar ook hier: geen enkel probleem, zegt Arwen Soeting. Kinderen prikken is makkelijk: ‘Je pakt wat vel bij elkaar en dan jens je die naald er in.’ Een volwassene is nog makkelijker. ‘Meer spieren’, legt ze uit.

Tieners willen wel eens hysterisch doen. Flauwvallen, zelfs. Maar die heeft ze vanochtend niet gehad. ‘Ik ben benieuwd hoe het gaat bij de tweede prik, op 14 en 15 december. Nu komen de kinderen nog onbevangen, maar dan weten ze wat hen te wachten staat.’

Meer over