Reportage

Tien jaar na de protesten die Spanje in vuur en vlam zetten: ‘Gevoel dat partijen niet om mensen geven, is niet verdwenen’

Draconische bezuinigingen leidden tien jaar geleden in Spanje tot een protestbeweging die het hele land op zijn kop zette en de stoot gaf tot de wereldwijde Occupy-golf. Wat is er over van de idealen van de indignados, de activisten die de Spaanse politiek voorgoed wilden veranderen?

Protest in Madrid bij het vijfjarig bestaan van 15M Beeld LightRocket via Getty Images
Protest in Madrid bij het vijfjarig bestaan van 15MBeeld LightRocket via Getty Images

Een bel: is er niet. Kloppen dan maar: geen reactie. Een minuut verstrijkt. En dan klinkt, nauwelijks verstaanbaar, een mannenstem door het gebroken glas van de voordeur. Wil hij misschien praten met de Volkskrant?

Een stilte valt. Die krant heeft hij nog nooit bij de kiosk zien liggen. Veel maakt het niet uit. ‘Wij geven geen interviews.’

Daarmee blijft de deur dicht van Hostal Cantábrico, het hostel in hartje Madrid dat begin mei werd gekraakt door linkse activisten. Al vijf jaar stond het gebouw leeg, als verwaarloosd eigendom van rijke vastgoedhandelaren. De krakersclub bouwt het om tot een sociaal centrum, met gaarkeukens voor de armsten en juridische bijstand voor uitgeknepen werknemers. Iedere buurtbewoner met een probleem moet er straks terechtkunnen.

‘We komen in opstand tegen de onzekerheid die ons achtervolgt’, verklaarden de activisten na de bezetting. ‘En wel op de ongehoorzame en blijmoedige manier die we tien jaar geleden leerden bij 15M.’

‘15M’ als inspiratie voor de strijd tegen het rauwe kapitalisme: het zegt veel over de kracht van de herinnering aan de massale protesten die Spanje tien jaar geleden op zijn grondvesten deed schudden. Vanaf 15 mei 2011 voerden tienduizenden, honderdduizenden en uiteindelijk zelfs miljoenen Spanjaarden actie voor een eerlijkere economie, een minder corrupte politiek en een beter leven.

Verontwaardigden

Het was de uitbarsting van een sluimerende vulkaan van woede, die zondag 15 mei 2011. Woede over het gebrek aan vooruitzicht op een goede baan en een fatsoenlijk huis – endemische problemen in Spanje. Woede ook over een corrupt politiek systeem dat geen oog had voor de noden van de bevolking.

De indignados (verontwaardigden), zoals de 15M-demonstranten zich noemden, zagen het ultieme bewijs voor hun aanklacht in de aanpak van de economische crisis die Spanje destijds in zijn greep hield. Het waren de naweeën van de wereldwijde kredietcrisis van 2008. Enerzijds kregen de Spanjaarden te maken met harde, door Brussel opgelegde bezuinigingen op de verzorgingsstaat, anderzijds was er miljarden euro’s steun om de failliete banken overeind te houden.

Vanaf het centrale Puerta del Sol in Madrid, waar ’s nachts honderden indignados sliepen om de controle over het plein niet aan de politie te verspelen, verspreidden de protesten zich naar meer dan vijftig steden in heel Spanje. Pas in juni ging de eerste storm liggen en ruilden de demonstranten de pleinbezetting in voor regelmatige publieke vergaderingen, waarin zij oplossingen voor de grote problemen van hun land bespraken.

15M werd een inspiratiebron voor de Occupybeweging die vanaf oktober 2011 de (westerse) wereld overging. Binnen Spanje leidde de politieke onvrede tot de omvorming van het decennia oude tweepartijenstelsel tot een meerpartijensysteem. De motor achter deze doorbraak was het radicaal-linkse Podemos, dat zichzelf ziet als vertegenwoordiger van de 15M-idealen. Podemos vormt momenteel met de sociaal-democratische PSOE de eerste coalitieregering sinds het einde van de Francodictatuur.

Ingeslapen

‘Het was niet eerlijk. We hadden hard gestudeerd, gingen meteen op zoek naar een baan. En toch hadden we geen zekere toekomst voor ons.’

Aan het woord is Fabio Gándara, een van de organisatoren van wat uiteindelijk 15M zou worden. In 2011 was Gándara (nu 37) een typische indignado. Als gediplomeerd jurist had hij al twee jaar stage gelopen bij een advocatenkantoor, maar door de economische crisis kon hij een vast contract wel vergeten.

Zoals hij waren er zovelen, vertelt Gándara per videoverbinding vanuit zijn woning in Valencia. ‘De politiek had er geen oog voor. De partijen zaten hun regeerperiode van vier jaar uit zonder echt naar de stem van het volk te luisteren.’

Gándara begon een blog om de wanhoop van zich af te schrijven. Al snel kreeg hij bijval van gefrustreerde lotgenoten. Het blog werd een Facebook-pagina, en de pagina een oproep om te komen protesteren op 15 mei, een week voor de verkiezingen in Madrid. ‘We wilden vooral een sterkere civil society bouwen, mensen betrekken bij de politiek’, blikt hij terug. ‘Spanje was ingeslapen. Er was nauwelijks publiek debat.’

Maar het borrelde onder de oppervlakte, vertelt Armando Fernández Steinko, hoogleraar sociologie aan de Complutense Universiteit van Madrid. Zoals Gándara begonnen overal in Spanje, maar zeker in de hoofdstad, (jonge) verontwaardigden zich te roeren en samen initiatieven op te zetten.

Hun hoge opleidingsniveau maakte het verschil, zegt Fernández Steinko. ‘Ze wisten hoe ze zich moesten organiseren. En ze werden gesteund door hun ouders uit de middenklasse, die veel geld voor de studie van hun kind hadden betaald zonder zichtbaar maatschappelijk resultaat.’

Onderlinge ruzie

Bijna even groot als het succes zelf was de verbazing daarover bij Gándara en de andere organisatoren. In de dagen voor 15 mei had de oproep tot protest nauwelijks aandacht gekregen in de traditionele media. Alles verliep via sociale media. En toen stonden daar ineens tienduizenden verontwaardigden op het Puerta del Sol.

Dat het protest zo’n lange adem had, kwam volgens Fernández Steinko in belangrijke mate door het optreden van de autoriteiten. De pogingen van de politie om het tentenkamp op te breken, maakten de demonstranten enkel standvastiger en talrijker. Zelf was de links-angehauchte socioloog er vanaf het eerste uur bij. Hij zag een bonte bedoening: ‘Er waren vergaderingen over de economie en dierenrechten, maar je kon er gerust ook yoga doen.’

Het 15M-protest in Madrid sloeg over naar het hele land. Uiteindelijk zouden volgens onderzoeksbureau Ipsos 6- tot 8,5 miljoen Spanjaarden op enigerlei wijze deelnemen aan de acties. Een duidelijk eindpunt hadden die niet. Ze doofden langzaam uit, met sporadische oprispingen tot in 2012. Een conflict tussen de organisatoren over het vervolg dat 15M moest krijgen, leidde tot het einde van het activistenbestaan van Gándara. Tegenwoordig runt hij zijn eigen communicatiebedrijf.

Podemos

Vanaf het begin was de 15M-beweging partijloos. Ze richtte haar kritiek op het politieke bestel van Spanje als geheel. Dat partijloze karakter veranderde met de opkomst, in 2014, van het radicaal-linkse Podemos (‘We kunnen’). Met de belofte van omvangrijke investeringen in sociale voorzieningen, een harde aanpak van corruptie en meer directe democratie werd Podemos in nog geen jaar tijd de grootste partij van het land – in de peilingen.

Aan de partijleider, Pablo Iglesias, een welbespraakte universitair docent politicologie en tv-debater met een paardenstaart, werden al gauw messianistische kwaliteiten toegedicht. Het was ook niet niks. Voor het eerst wist een partij de woede te kanaliseren die door 15M zichtbaar was geworden. Voor het eerst wist een nieuwe politieke beweging het tweepartijensysteem, bestaande uit een machtige linkse (PSOE) en rechtse partij (Partido Popular, Volkspartij), het mes op de keel te zetten.

De grootste zou Podemos niet worden. Wel vormt het samen met de PSOE sinds 2019 een linkse coalitieregering, die vele miljarden euro’s heeft uitgetrokken om zelfstandigen en kleine ondernemers door de coronacrisis te loodsen. Het is het meest tastbare overblijfsel van (de krachten achter) 15M.

Luxe villa

Sinds 2015 verloor Podemos veel van haar glans. Iglesias raakte in opspraak met de aankoop van een luxe villa, terwijl hij eerder politieke tegenstanders op het bezit van zulke stulpjes had aangevallen. De decentrale structuur van Podemos, in de traditie van 15M, maakte toen de partij groeide, plaats voor grote controle door de top. Een gemiste kans, zegt Gándara. ‘Het was een andere manier van politiek bedrijven.’

Spanje begon intussen aan een nieuw hoofdstuk: de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd. De thema’s van 15M, en dus Podemos, raakten op de achtergrond. Andere opkomende partijen, zoals het centrum-rechtse Ciudadanos en het radicaal-rechtse Vox, kregen dankzij hun felle verzet tegen een Catalaanse afscheiding de wind in de zeilen. ‘Maar Iglesias veroordeelde de onafhankelijkheidsbeweging nooit, en steunde die zelfs stilzwijgend’, zegt Fernández Steinko. ‘Dat is, als je het mij vraagt, het begin van de neergang van Podemos geweest.’

Begin deze maand dreigde de partij zelfs uit het regioparlement van Madrid te verdwijnen, en daarmee indirect de landelijke coalitie in grote moeilijkheden te brengen. Iglesias offerde zich op. Hij legde zijn functie als vicepresident van Spanje neer en behield Podemos als kleine partij voor de hoofdstad.

Het was de laatste daad van Iglesias, de man die op de vleugels van 15M het aangezicht van de Spaanse politiek veranderde. Al op de verkiezingsavond maakte hij zijn vertrek uit de politiek bekend. Een week later was de paardenstaart afgeknipt.

15M is dood, leve 15M?

Wat is er nog over van 15M en de veranderingen die in mei 2011 in gang werden gezet? Een verzwakt Podemos, een linkse regering die rechts glansrijk zag winnen in Madrid. ‘15M is dood’, zei donderdag Iñigo Errejón, partijleider van Más País, een afsplitsing van Podemos die in Madrid de grootste op links werd. Het land bevindt zich ‘in een andere cyclus’.

Die cyclus is er een van politieke polarisatie, met twee kampen die elkaar het licht in de ogen nauwelijks gunnen. Ook de gewone Spanjaard doet daar online en in manifestaties op straat aan mee. In die zin is de opzet geslaagd om burgers meer bij de politiek te betrekken, zegt Gándara. Maar het is doorgeschoten. En de fundamentele problemen van de Spaanse economie, met de hoge structurele (jeugd)werkloosheid voorop, zijn intussen niet verholpen.

Is een herhaling van 15M mogelijk? Zo’n nieuwe beweging is niet te voorspellen en zal om andere thema’s draaien, zegt Fernández Steinko, zoals de Catalaanse onafhankelijkheidskwestie. Maar de ingrediënten voor een nieuwe poging om de politiek van buitenaf tot verandering te dwingen, zijn volgens hem aanwezig. ‘Het gevoel dat de politieke partijen niet echt om de mensen geven, is niet verdwenen.’

Meer over