Ticket voor de genentrein

Nederland moet honderden miljoenen investeren in onderzoek naar de rol en betekenis van de genen, vindt de commissie Wijffels. De gouden bergen die daarbij worden beloofd, zijn puur politiek....

HET IS VEEL geld, heel veel geld. Daarover zijn de experts op het gebied van wetenschapsfinanciering het eens. Niet eerder staat de Nederlandse overheid op het punt om zeshonderd miljoen gulden vrij te maken voor één specifiek wetenschapsgebied. Eerdere impulsen lagen meer in de grootte-orde van tientallen miljoenen guldens.

De commissie-Wijffels stelde vorige week voor om die forse som geld de komende vijf jaar te gaan besteden aan extra onderzoek aan het genoom, in de breedste zin van het woord. Vijf ministeries - Onderwijs, Landbouw, Economische Zaken, Milieu en Volksgezondheid - zijn bij het advies betrokken. Samen moeten ze de miljoenen bij minister Zalm van Financiën zien los te peuteren. In de voorjaarsnota, die waarschijnlijk deze maand verschijnt, moet duidelijk worden of de Nederlandse onderzoekswereld mee mag in de vaart der volkeren bij het onderzoek naar de genen.

Het geld moet gaan naar een aantal thema's, vindt de commissie. Genomics, de studie van de betekenis en werking van de genen in organismen, is een breed veld. De commissie Wijffels noemt vijf terreinen: onderzoek naar de relatie tussen voeding en gezondheid, het mechanisme van infectieziektes, betere voedselveiligheid, het ontstaan van ziektes waarbij zowel genen als omgevingsfactoren een rol spelen - bijvoorbeeld auto-immuunziekten als kanker - en de werking van ecosystemen.

De beloften zijn groot. Geneesmiddelen tegen kanker, veiliger voedsel en goede vaccins zullen door iedereen met gejuich worden ontvangen. In die zin zal het voorstel van de commissie op weinig weerstand stuiten. Maar is zeshonderd miljoen gulden nodig? En waarom geen driehonderd miljoen of een miljard? Vragen waarop niet makkelijk een antwoord valt te geven.

'Dat je met overheidsgeld onderzoek kunt sturen, staat buiten kijf', zegt prof. dr. Arie Rip, hoogleraar filosofie van wetenschap en techniek van de Universiteit Twente. Hij heeft het investeringsprogramma biotechnologie uit de jaren tachtig onder de loep genomen. 'Er zijn grote verschillen tussen de twee programma's, maar het vergelijken van de twee is wel interessant.'

In beide gevallen was er sprake van een hype. In de jaren tachtig leefde het vertrouwen dat met biotechnologie, het gebruik van micro-organismen, veel problemen waren op te lossen. Het was de tijd van nieuwe industriële processen, nieuwe medicijnen en afvalverwerking met bacteriën. De verwachtingen waren hooggespannen. Nu geldt hetzelfde voor de genen.

De hoogleraar vindt de genenhype op een bepaalde manier beangstigend. 'Er wordt een mooie toekomst geboden, en de vraag is of die verwachtingen kunnen worden waargemaakt. Bij de biotechnologiehype waren er wel betrokkenen die voortdurend waarschuwden voor te hoog gespannen verwachtingen. Nu zie je dat minder.'

Hij kan de belofte van de gouden bergen wel verklaren. Uiteindelijk moet de politiek beslissen of het geld wordt vrijgemaakt. 'Je moet je programma verkopen. Zo werkt de politiek nu eenmaal.'

Rip benadrukt dat de belangrijkste motivatie om een groot bedrag te investering puur bedrijfsmatig moet zijn en niet zozeer moet voorkomen uit de hoop op snelle resultaten. 'De BV Nederland vindt de ontwikkelingen op het genengebied belangrijk, dus willen we ons inkopen om internationaal mee te kunnen tellen. Dan moet je veel geld inzetten, anders tel je niet mee. Als er dan belangrijke ontdekkingen volgen, en die komen er, dan heb je het recht om daarvan mee te profiteren.'

Rip wijst ook op grote verschillen tussen het biotechnologie- en het genenprogramma. 'In de jaren tachtig ging er in twee stappen zestien miljoen naar de biotechnologie, de genen krijgen veel meer. Het grote verschil is dat er destijds twee vakgebieden anders moesten gaan werken. Biologen en chemici moesten hun traditionele paden verlaten en nieuwe wegen inslaan. Bij de genen is het anders. Daar bestaan al prima onderzoeksgroepen, die moeten alleen meer mogelijkheden gaan krijgen. Ik zie die zeshonderd miljoen als een bedrijfsmatige investering.'

Rip meent dat het programma in de jaren tachtig geslaagd is. 'Je zag dat de groepen hun aandachtsveld gingen verleggen. De vraag is of dat door het geld en het stimuleringsprogramma komt of dat de verschuiving toch wel zou gebeuren.'

Bij de chemici was de verschuiving al zichtbaar en heeft het programma het proces vergemakkelijkt. Bij de biologen was veel weerstand tegen de nieuwlichterij. Daar heeft het programma, niet alleen door het geld, een verschuiving teweeg gebracht. Het beschikbaar stellen van geld ging samen met veel discussie over het vak en dat op zichzelf leidde tot een verschuiving van de aandacht.

Een mogelijkheid om een grote financiële injectie van zeshonderd miljoen zichtbaar te maken voor een breed publiek, is de bouw van een nationaal genenlab ergens in het land. Daar zou het onderzoek kunnen gebeuren. 'Er is lang over nagedacht', zegt voorzitter prof. Eduard Klasen van het NWO (Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek), een organisatie die jaarlijks 750 miljoen gulden verdeelt over de gehele wetenschap. 'Maar voor deze simpele benadering zijn geen voorstanders.'

NWO is betrokken bij de verdeling van het geld over het land. 'Een centraal instituut hoeft niet. De afstanden in Nederland zijn klein. Er zijn goede instituten en de vraag is waarom je die wetenschappers daar zou moeten weghalen en bij elkaar moet stoppen. We bouwen in Nederland een virtueel instituut. De leiders van de genomenlabs komen regelmatig bij elkaar en overleggen over het onderzoek.'

Blijft de vraag, hoe je beoordeelt of die zeshonderd miljoen terecht zijn uitgegeven. Klasen: 'Ik geef toe dat het veel geld is dat er wordt gevraagd en dat sommige commissieleden twijfelden of het geld ook werkelijk kan worden uitgegeven. We worstelen met het probleem dat er weinig nieuwe onderzoekers instromen. Maar ik benadruk dat deze investering niet alleen naar meer mensen moet gaan, maar ook naar apparatuur. We willen Nederland met zo'n investering aantrekkelijk maken voor buitenlandse onderzoekers en we hopen zo vertrokken Nederlanders terug te lokken.'

Het geld helpt, zegt de NWO-directeur. 'We hebben goede onderzoekers, die meer willen dan ze kunnen doen. Door fors te investeren, hoeven ze niet steeds voor kleine projecten subsidie aan te vragen. Ze kunnen in betrekkelijke rust hun werk doen. Dan komen de onderzoeksresultaten vanzelf.'

Maar hoe meet je dan of driehonderd miljoen evenveel succes kan opleveren als zeshonderd? Klasen: 'We gaan evalueren. Dat moet. We kijken naar de publicaties in erkende wetenschappelijke tijdschriften en naar het aanvragen van patenten en of er samenwerking is gekomen met de industrie. Maar de vraag wat je met driehonderd miljoen extra voor elkaar hebt gekregen, is lastig te beantwoorden.'

Rip rekent erop dat het geld er komt. 'Het gaat goed met de economie. Nu kan er worden geïnvesteerd. We zijn rijk. Dan zeg ik: waarom niet? Als dan over tien jaar wordt gevraagd of het goed is besteed dan weet ik zeker dat het antwoord positief zal zijn.'

Meer over