Thuiswerk blijft populair in Nederland

In de Verenigde Staten is een tegenbeweging op gang gekomen, maar hier zien bedrijven alleen voordelen dat de werknemer thuiswerkt. Ofschoon kosten en opbrengsten slecht te meten zijn. Tekst

JONATHAN WITTEMAN

Voor wie veel thuiswerkt, maar bang is de sterke verhalen van zijn collega's te moeten missen bij de koffieautomaat, hebben Amerikaanse technologiebedrijven een oplossing: de plaatsvervangende robot. Bijvoorbeeld de 12 duizend euro kostende robot Beam van het Californische Suitable Technologies, een soort rondrijdende stofzuiger met bovenop een aan twee stangen bevestigd beeldscherm met ingebouwde camera en microfoon. Het beeldscherm toont de thuiswerker, opdat deze vanuit huis toch kan meevergaderen met zijn collega's of in de aanloop naar een functioneringsgesprek zijn baas kan complimenteren met de kleurkeuze van diens stropdas. De 1,57 meter grote robowerker is op afstand bestuurbaar en heeft een maximumsnelheid van 5 kilometer per uur.

Het aantal thuiswerkers neemt toe, ook in Nederland. Gemiddeld werken Nederlanders bijna zes uur per week thuis, bleek maandag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2012 werkte bijna een derde van de Nederlandse werknemers minstens één uur per week thuis, terwijl in 2005 nog maar een kwart van de werknemers dat deden. Vooral leraren, ambtenaren, communicatieadviseurs en financieel dienstverleners werken veel thuis.

Maar wat vinden werkgevers eigenlijk van al dat thuiswerken? In Amerika veroorzaakte Yahoo-baas Marissa Mayer in februari een rel door telecommuting in de ban te doen. Werken vanuit huis ging ten koste van de creativiteit en communicatie, vond Mayer, dat terwijl het worstelende internetbedrijf alle hens aan dek nodig had. Ook Hewlett Packard riep werknemers op meer naar kantoor te komen, terwijl branchegenoot Dell juist het tegenovergestelde doet: in 2020 wil de Texaanse computerfabrikant dat de helft van zijn wereldwijde personeel op afstand werkt. Dat wil zeggen: vanuit huis, de bibliotheek of de koffiebar, niet vanuit kantoor.

In Nederland klinkt nog geen tegengeluid onder werkgevers. Het evangelie van Het Nieuwe Werken, met thuiswerken als belangrijkste geloofsartikel, wint juist aan prominente bekeerlingen. Energiebedrijf Essent bijvoorbeeld doet al enkele jaren aan '@nders werken', waarvoor het begin deze maand zelfs een prijs won voor de beste werkplek van Nederland. Niet alleen de rijke schakering aan werkplekken op het hoofdkantoor in Den Bosch viel in smaak bij de jury - treincoupés, espressobars, brainstormbanken, rode telefooncellen, oorstoelen - maar ook de ruime mogelijkheden om thuis te werken.

Volgens Essent leidt de nieuwe manier van werken bij het bedrijf tot 20 procent minder ziekteverzuim, 15 procent meer productiviteit en is er 30 procent minder kantoorruimte nodig. Bovendien hoeven werknemers een kwart minder kilometers te maken om naar hun werk te komen, beweert Essent, wat ook weer gunstig is voor de CO2-uitstoot en files.

Maar raken thuiswerkers op den duur niet losgezongen van de werkvloer? Wie vrijwel nooit op kantoor te vinden is, maakt ook weinig kans op promotie, blijkt uit onderzoeken. En, luidt althans het cliché, worden de beste ideeën niet geboren bij de koffieautomaat?

Essent organiseert in elk geval 'terugkomdagen', waarop werknemers hun gezicht (hun echte gezicht, niet via een robot) moeten laten zien op kantoor. Ook KPN ziet erop toe dat de 11.500 'Nieuwe werkers' van het telecombedrijf - ruim de helft van alle werknemers - elkaar geregeld fysiek ontmoeten. De rest van de tijd houden werknemers sinds begin vorig jaar contact met elkaar via het interne sociale - mediaplatform 'Team KPN Online'. Overleggen doen ze via conference calls of webvergaderingen. 'Nieuwe Werkers besparen wekelijks ruim 2 uur en 139 spitsautokilometers', bewierookt het bedrijf zichzelf.

Accountantskantoor PwC berekende een paar jaar geleden dat als één op de vijf Nederlandse werknemers een dag per week zou thuiswerken, dan zou dat Nederland jaarlijks bijna 2 miljard euro extra opleveren. Bij twee dagen per week thuiswerken loopt dat op tot 3 miljard euro.

Deze becijferingen hangen van veel aannames aan elkaar, zegt promovendus Nick van der Meulen, die aan de Erasmus Universiteit onderzoek doet naar het heil en onheil van thuiswerken. 'Het is heel moeilijk om er een macro-economisch cijfer op te plakken. Besparingen op reiskosten en huisvesting kun je goed kwantificeren, maar dat geldt niet voor winst of verlies van productiviteit. Ook de tevredenheid of ontevredenheid van werknemers kun je moeilijk in harde euro's vertalen.'

Obstakels

De Erasmus Universiteit publiceert sinds 2010 de 'Nationale Het Nieuwe Werken Barometer'. In de recentste editie, van 2012, bleken bijna alle van de 250 onderzochte bedrijven thuiswerken toe te staan. Wel hebben van de drie grootste obstakels bij de invoering van het nieuwe werken er twee te maken met thuiswerken. Binnen ruwweg de helft van de 250 bedrijven zijn werknemers bang dat ze hun vaste werkplek zullen moeten opgeven. De op twee na grootste angst bij werknemers is dat ze het contact met hun collega's zullen verliezen. Een andere angst is dat door thuiswerken de werktijd steeds meer privétijd zal koloniseren.

Dat onder Nederlandse werkgevers nog geen verzet is gerezen tegen thuiswerken, in tegenstelling tot bij sommige Amerikaanse bedrijven, heeft volgens Van der Meulen mede te maken met de grotere afstanden in Amerika. 'Dankzij telecommuting kunnen Amerikanen die in een verre staat wonen toch bij een bedrijf betrokken worden. Maar de grote afstanden resulteren er wel in dat veel Amerikanen alléén maar vanuit huis werken, of vanuit een eigen kantoor. In Nederland werken de meeste thuiswerkers hooguit een dag of twee vanuit huis. Ze genieten van de voordelen van thuiswerken, maar zijn ook nog voldoende vaak op kantoor te vinden om te weten wat er speelt en niet de binding met de werkvloer te verliezen.'

undefined

Meer over