Thuishaven voor sterke verhalen

Terschelling Café..

Jeroen Wielaert

In plakkaten van zwarte steen aan de muur van het oude Terschellinger koffiehuis is de waarheid gegraveerd over een verteltraditie vol oude verzinsels. Boven de leugenbank met zicht op de haven is te lezen:

Hier spreekt men sterke taalmaar bedenk daarbij allemaaléén geschiedenis is echter waardit geschiedde meer dan 100 jaar

En in het smalle portiek staat geruststellend:

Ik ben het wakend oogMijn blik blijft rustig starenGericht steeds over zeeLet ik op de gevarenEn al wordt onder mijVan ouds af veel gelogenAan hulp of redding ookVindt men zich niet bedrogen

Eén ding staat vast: als markant trefpunt voor zeevarenden en andere passanten is Het Wakend Oog een mooie locatie voor het uitwisselen, aandikken en verdraaien van gebeurtenissen onderweg, van ver, of van dichtbij. Hevige stormen, tragische schipbreuk, drenkelingen, rare gasten: al 125 jaar is er genoeg om te vertellen. Inclusief het wel of niet sterke verhaal dat het sobere bakstenen gebouw een vermomde vrijmetselaarstempel is.

Onlangs is het jubileumjaar plechtig gevierd met de presentatie van een boekje: Terschellings Wakend Oog, ondertitel: wachthuis of maçonnieke tempel?

Nog steeds staat het café aan de haven, waar nu dagelijks de stromen toeristen aankomen en vertrekken met de veerboot van Doeksen. De inrichting is in zeemanssferen gebleven, zonder frivoliteiten. Vitrines met schepen aan de muur, kleine patrijspoorten met scheepsafbeeldingen, reddingsboeien. Rond de stamtafel gaat het liegen van de vaste jongens ouderwets door. En zo wil de huidige pachter, Sytse Schoustra, het graag houden. Zoals het was.

Het is allemaal begonnen in de vroege 19de eeuw, met de komst naar Terschelling van Pierre Eschauzier (spreek uit Esjozjée), telg uit een geslacht van Franse wijnboeren die hun heil hadden gezocht in de Lage Landen. In de tijd van de Bataafse Republiek stuurden de Franse overheersers hem naar dat vreemde kale visserseiland in de Waddenzee. Hij werd er eerst opperstrandvonder en later burgemeester, tot aan zijn dood in 1837.

Er stond al veel langer een houten schuilschuur op de zanderige kade van West-Terschelling. Die was in 1680 in opdracht van drost Joan Moock opgetrokken uit wrakhout. De naam kwam vermoedelijk van het in 1761 vergane schip Het Wakend-Oog. Eén van de naamborden moet aan de muur hebben gehangen.

In 1880, bij het tweehonderdjarig bestaan van de schuilhut, werd die gedenksteen geplaatst, met het rijm over het oog en met het vrijmetselaarssymbool van passer en winkelhaak. Een jaar later werd het Willem Barendszfonds voor arme zeelieden en weduwen ingesteld. Dat betaalde een nieuw wachthuis, opgericht ter nagedachtenis aan Pierre Eschauzier en de bekendste Terschellinger aller tijden: Noordpoolheld Willem Barentsz. Stichter en een van de voornaamste financiers was de jongste zoon van de oude burgemeester: Gerard Joachim Eschauzier.

Deze weldoener en vermogende suikermagnaat op Java had de gevaren van de zee aan den lijve ondervonden. Hij was een van de honderden passagiers die in 1859 schipbreuk leden met het stoomschip Alba en drie barre dagen moesten doorbrengen op de Rots van Katang in de Rode Zee.

Liefdadigheid zat al langer in de familie. Zoals andere vermogende mensen hingen ze de vrijmetselaarsbeginselen aan. Een in Londen ontstane, omstreden leer voor de spirituele en morele verheffing van de mens, vol mystieke symboliek, onder andere teruggaand naar Hiram, tempelbouwer van koning Salomon. Pierre Eschauzier was lid van een Amsterdamse vrijmetselaarsloge.

De geschiedenis van het Wakend Oog vermeldt geen erediensten, maar de schrijfsters van het boekje concluderen dat het oorspronkelijke ontwerp van architect/aannemer Maarten Daalder wel dienst had kunnen doen als maçonnieke tempel. Bij de bouw zijn typische symbolen ingemetseld. Dat Wakend alziend Oog alleen al in de gevelsteen, omcirkeld door een touw met een platte knoop, uit te leggen als de broederband. Op de top van de gevel is op een rechthoekig vlak een kleine piramide gezet.

Juist omdat dit het enige bekende 19de-eeuwse Nederlandse gebouw is met typische vrijmetselaarskenmerken, is het sinds 1998 beschermd rijksmonument.

Hoe dan ook was het een centrum vol stichtelijkheid. Zo werd de eerste beheerder voorgeschreven dat hij de krant diende voor te lezen aan de meestal analfabete zeelieden. Er gold ook een streng verbod: geen alcohol.

Sytse Schoustra heeft in de 25 jaar dat hij pachter is nimmer hoeven voldoen aan die voorleesopdracht. Hij houdt zich zonder moeite aan de drankbepaling. Zijn zaak is ook geen koffieshop in de moderne betekenis. Lachend zegt hij: ‘Het Wakend Oog is de enige alcohol- en stickievrije enclave in Nederland.’

Er is koffie zonder fratsen. Geen latte of andere varianten. Luxueus ontbijten is er niet bij, uitsmijters zijn er evenmin, maar er is wel een grote keuze aan tosti’s, broodjes met hamburger, gehakt en beenham. Zo is het Wakend Oog: degelijk zonder pretenties. Geen tempel, wel een warm toevluchtsoord.

Waar de nieuwe klanten in warme knusheid hun sterke verhalen kwijt kunnen: over weg zijn van de wal, over lange wandelingen of anders wel over Oerol.

Meer over