Thuis bevallen is wel degelijk veilig

Het massaal testen van zwangere vrouwen verhoogt niet per se de veiligheid en de kwaliteit van het bestaan van moeders en baby's, aldus Beatrijs Smulders....

Het bericht dat Nederland relatief slecht scoort als het gaat om sterfte van baby's rond de geboorte, doet natuurlijk alom de emoties hoog oplopen. Het gaat iedereen aan, want iedereen is geboren. In plaats van een nuchtere discussie te voeren over de oorzaak van deze sterfte en hoe daar in de toekomst mee om te gaan, grijpen emotionele journalisten als Sylvia Witteman het bericht aan om de Nederlandse verloskunde en de Nederlandse bevalcultuur in diskrediet te brengen. Terwijl wetenschappelijk onderzoek al lang heeft bewezen dat juist de cijfers van de groep van thuisgeboren baby's uitstekend zijn. Deze baby's zijn namelijk geboren uit vrouwen die tijdens hun zwangerschap zorgvuldig zijn onderzocht op bestaande of te verwachten complicaties.De consequentie van dit soort misleidende en stemmingmakende berichtgeving brengt helaas onnodige onzekerheid en onrust bij zwangere vrouwen teweeg.

Waar het in deze kwestie wél om draait, dreigt hierdoor onderbelicht te raken. We staan inderdaad onderaan in een discutabele ranglijst van perinatale sterfte in Westerse landen.

Dit is een belangrijk signaal en vereist serieuze aandacht en nader onderzoek. Wat in de cijfers meteen opvalt is de hoge sterfte rond de 27ste week in de zwangerschap, hoogstwaarschijnlijk als gevolg van doodgeboorte bij aangeboren afwijkingen of dood na een vroeggeboorte. Dit is ondermeer het gevolg van de typisch Nederlandse cultuur die heerst rond dood en geboorte. In Nederland wordt bij vroeggeboorte zowel door artsen als ouders niet zelden een andere ethische keuze gemaakt. De keuze om een veel te vroeg geboren kind te laten sterven (passieve euthanasie) wordt hier vaker gemaakt dan in de omringende landen, waar deze kinderen vaker in leven worden gehouden, tegen beter weten in. Deze 'vroeg-prematuren' sterven later alsnog, maar worden niet bij de sterftecijfers gerekend. Of zij blijven in leven en groeien niet zelden zwaar gehandicapt op. De groep doodgeboren baby's met niet eerder opgespoorde aangeboren afwijkingen worden in het buitenland vóór de 22ste zwangerschapsweek veel vaker geaborteerd, waardoor deze baby's ook niet in de sterfte-statistieken voorkomen.

Ik ben het met de meerderheid in de Tweede Kamer eens dat álle vrouwen degelijk geïnformeerd dienen te worden over tests ter opsporing van aangeboren afwijkingen. Zo kunnen zij zelf een zorgvuldige afweging maken om al dan niet een test te laten doen. Wat veel vrouwen en politici zich onvoldoende realiseren zijn de consequenties die het op grote schaal aanbieden van testen met zich meebrengt, zowel voor vrouwen als professionals in de verloskunde. Vrouwen die zo'n test laten doen rekenen bij voorbaat namelijk op goed nieuws. Bij onverwacht slecht nieuws komen de ouders voor bijkans onmenselijke dilemma's en keuzes te staan. Is de opgespoorde afwijking van dit kind wel of niet met het leven verenigbaar? Kan of wil ik hier mee leven of niet? Kies ik er wel of niet voor om dit kind te laten sterven? Bij dubieus nieuws (de meeste tests geven slechts een kansberekening) volgt een zeer stressvolle periode voordat er uitsluitsel komt, met alle negatieve gevolgen voor de zwangerschap van dien. Men realiseert zich vooraf onvoldoende dat een zwangerschapafbreking bij 22 weken geen 'gewone' abortus meer is. De vrouw is al redelijk dik en heeft inmiddels een intieme band met het kind, alleen al omdat het in deze periode zeer levendig schopt. Veel vrouwen hebben letterlijk het gevoel dat zij hun eigen kind 'moeten' doden. De schuldgevoelens en de rouw na een late zwangerschapsonderbreking, waarbij er later nog altijd twijfels bestaan over zowel de graad van de aangeboren afwijking als de juistheid van de beslissing, zijn vaak enorm. Uit de praktijk blijkt dat vrouwen hier jaren later nog altijd onder gebukt kunnen gaan. Ook de buitenwacht heeft niet zelden weinig begrip. 'Je hebt die abortus toch zelf gewild?', is een veel voorkomende reactie. Als je daarentegen een paar weken ná die 22 weken onverwacht wordt verrast door de doodgeboorte van een kind met aangeboren afwijkingen, is dat een vreselijke natuurramp. Het rouwproces echter blijkt vaak milder, omdat men met eigen ogen heeft gezien dat dit kind niet kon leven en omdat er geen keuze was. Het kind wordt vervolgens gebaard, vastgehouden, er wordt afscheid genomen en het wordt begraven of gecremeerd.

We moeten in Nederland de gezamenlijke inspanning continueren om de perinatale sterfte binnen onze éigen cultuur te minimaliseren. Er dient méér onderzoek naar de oorzaken te worden verricht. Daarnaast is het noodzakelijk om de gevolgen van een late zwangerschapsonderbreking nauwkeurig onder de loep te nemen. Uit onderzoek is inmiddels gebleken dat er winst te behalen valt bij baby's die worden geboren uit allochtone moeders. Uiteraard zou het verlengen van het zwangerschapsverlof (zoals bijvoorbeeld in Zweden) voor jonge werkende vrouwen een 'aanmoedigingsprijs' zijn om op jongere leeftijd kinderen te krijgen. Het is echter de vraag of het massaal aanbieden van tests op aangeboren afwijkingen de juiste weg is om het perinatale sterftecijfer naar beneden te krijgen. Ik twijfel ernstig of dit de veiligheid en de kwaliteit van het bestaan van moeders en baby's zou verhogen. Cruciaal is dat vrouwen hierover zelf beslissen. Dat kan ze pas echt nadat ze goed geïnformeerd is over de risico's van de tests en over welk traject haar vervolgens te wachten staat bij slecht of dubieus nieuws. (Eén op de tweehonderd vrouwen verliest na een vruchtwaterpunctie haar kind, eveneens één op de tweehonderd vrouwen krijgt een miskraam na een vlokkentest.) Tenslotte is het van belang om de medicaliserende en kostenverhogende effecten van testen op grote schaal te noemen. Zowel politici, de consument als de professionals in de gezondheidszorg hebben hiermee te maken. Voor het in stand houden en het verbeteren van het huidige niveau van de gezondheidszorg, inclusief de verloskunde, is sensibele kostenbewaking van levensbelang. Geld dat ondermeer nodig is voor onderzoek, verbetering van testen, onderwijs en niet te vergeten voor de extra inspanningen die verloskundigen, gynaecologen en huisartsen moeten gaan 'verrichten' om aan aanstaande ouders vooraf adequate voorlichting te geven en achteraf onontbeerlijke 'counseling'.

Meer over