Thirsk

Het was me opgevallen dat in de reisbijlagen van de Engelse kranten reisredacteuren tijdens hun omzwervingen over de globe regelmatig min of meer toevallig op een tot dan toe volstrekt onbekend 'hemels paradijsje' of 'zalige weg-van-alles-en-iedereen' enclave stuitten, waar zij de meest boeiende ontdekkingen deden....

BERT WAGENDORP

Dat wilde ik ook wel eens meemaken.

Het plan luidde als volgt: ik zou drieëneenhalf uur over de M1 vanuit Londen naar het noorden rijden. Als de tijd om was, zou ik mij naar het eerste plaatsje dat met een T begon, begeven. (De T vanwege de naam van dit katern, de M1 omdat dat een historische, tweeduizend jaar oude verbinding was tussen noord en zuid, drieëneenhalf uur omdat ik dat wel lang genoeg vond.)

En zo verliet ik op een vrijdagochtend om negen uur de M25 rond de Britse hoofdstad, en zag ik om vijf over half één op een bord langs de kant van de weg de naam Thirsk. Ik was in Yorkshire beland. Naar het westen lagen de Yorkshire Dales, naar het oosten de North York Moors. En daartussenin lag Thirsk. Thirsk. Dat klonk oud-IJslands, ver weg en volkomen onbekend.

Ik had tenminste nog nooit van Thirsk gehoord en ik hoopte maar dat het meer was dan een lange straat, een kerkje en een plantsoen. Want daar viel weinig over te schrijven.

Ik reed het plaatsje binnen en volgde de pijlen naar een parkeerplaats. Grote parkeerplaats, dacht ik, voor een onbekend plaatsje als Thirsk. Goedgeluimd en helemaal in de stemming voor een boeiende kennismaking stapte ik uit.

Ik besloot maar eens te beginnen in het plaatselijke museumpje, aan een weg die Kirkgate heette. Er waren geen andere bezoekers. De ontvangst was warm, zeker toen ik meldde dat ik over Thirsk ging schrijven.

Ge-wél-dig, zei de mevrouw achter de kassa. U gaat een boek over Thirsk schrijven. Geweldig, een boek over Thirsk.

Hoho, zei ik, geen boek, maar een stukje. O, zei de vrouw, maar dat is ook geweldig.

Bescheidenheid was nog een deugd in Thirsk, concludeerde ik, maar ondertussen heerste in het dorp een diep verlangen naar ontdekking en erkenning van zijn onbekende schoonheden.

Ik wandelde door het museumpje dat gevestigd was, zo bleek, in het huis waar in 1755 Thomas Lord ter wereld was gekomen. Thomas Lord was een cricketer, die aan de wieg had gestaan van het beroemdste cricketveld ter wereld, Lord's in Londen.

Ook G.G. Macaulay kwam uit Thirsk, zag ik in een soort schrijn. G.G. Macaulay was ook een cricketer. Met zijn eerste bal in zijn eerste testmatch voor Engeland, in 1921, had hij gelijk het wicket omver gegooid. Dat was me wat.

Thirsk, bedacht ik, had echt alles om een bedevaartplaats voor cricketliefhebbers te worden.

En dan was ook de martelaar John Lockwood nog in Thirsk geboren, evenals de beruchte struikrover Swift Nick Nevison. Thirsk hoefde niet te wanhopen.

De overige kamers van het museum werkte ik snel af, want die waren gevuld met oude stoelen, potten, pannen en andere instrumenten die ik niet direct kon thuisbrengen.

De mevrouw van het museum wenste mij veel succes met mijn boek en ik verliet het pand. Links lag een marktplein, dat nog geheel was bedekt met eeuwenoude keien. Het was jammer dat het plein volstond met auto's. Bómvol, mocht je wel zeggen. Met een parkeerverbod zou Thirsk er nog een toeristische trekpleister bij hebben, want het was een mooie, oude markt, waaraan een paar fraaie panden stonden.

Terwijl ik tussen de geparkeerde auto's door naar de White Rose boekhandel liep, begon ik me af te vragen waaróm er eigenlijk zoveel auto's op de markt stonden. Ik zag ook tamelijk veel buitenlandse nummerborden. Helemáál onbekend was Thirsk dus kennelijk ook weer niet.

In de winkel stonden drie Japanners. Erriut, zei een van hen tegen de boekhandelaar. Die wees naar een kast met boeken achter hem.

Daar stonden, in een ruime voorraad: It shouldn't happen to a vet, Let sleeping vets lie, Vet in harness, Vets might fly, Vet in a spin. En nog wat titels. Allemaal van één schrijver. James Herriot. Ik pijnigde mijn hersens waar ik die naam eerder had gehoord.

Toen de Japanners hadden afgerekend, vroeg ik naar een boek over Thirsk. De winkelier overhandigde me James Herriot's Yorkshire. Alweer die Herriot. Er stond ook een hoofdstuk over Thirsk in, zei de winkelier.

Herriot, Herriot, Herriot, zei ik. Die naam komt me bekend voor.

De winkelier keek ronduit verbijsterd. Jámes Hérriot, zei hij. De beroemdste dierenarts ter wereld. Iedereen komt naar Thirsk vanwege James Herriot. Duizenden mensen per jaar. Tíenduizenden. Uit de hele wereld. Thirsk is het Darrowby uit de boeken van James Herriot. James Herriot woonde hier, zijn oude praktijk staat in Kirkgate. Van zijn boeken zijn er miljoenen verkocht, in alle talen. En vooral sinds de BBC ze heeft verfilmd, komen ze met busladingen tegelijk naar Thirsk.

Helaas is Herriot in 1995 overleden, zei de boekhandelaar, anders had hij nog wat meer kunnen schrijven.

Hij vroeg waar ik vandaan kwam. Nederland, zei hij, daar is de serie ook op televisie geweest. Hij is in de hele wereld uitgezonden. 's Zomers barst het hier van de Nederlanders en Amerikanen en Japanners.

Er begon me iets te dagen.

Ja, zei ik, ik geloof dat ik het me herinner. James Herriot, de belevenissen van een dierenarts. Maar dat was toch een verschrikkelijk saaie serie?

De boekhandelaar keek me streng aan. In Thirsk, in James Herriot's Town, wordt u geacht dergelijke opmerkingen niet te maken, zei hij.

Ik liep door de Kirkgate terug naar de parkeerplaats. Voor nummer 23 bleef ik staan. Daar had James Herriot gewoond en praktijk gehouden. Mensen namen foto's van elkaar voor het huis. Op een bord stond dat het de bedoeling was dat hier binnenkort The World of James Herriot zou worden geopend.

Bij het passeren van het museum zwaaide de mevrouw me vriendelijk toe.

Ik reed Thirsk uit, dat hele ellendige stuk weer terug, tot de eerste wereldstad met een L.

Meer over