Theoreticus Chris Dercon naar publiekstrekker Tate

AMSTERDAM De Belg Chris Dercon (51) is benoemd tot directeur van het museum Tate Modern in Londen, ’s werelds best bezochte museum voor hedendaagse kunst....

Dercon is nu nog directeur van het Haus der Kunst in München. Van 1996 tot 2003 was hij de directeur van het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Daarvoor was hij de directeur van het kunstcentrum Witte de With in dezelfde stad.

In een verklaring zegt Dercon dat hij van Tate een nieuw soort kunstinstelling wil maken, die geschikt is voor de 21ste eeuw, en voor de vele soorten publiek in Londen: ‘Dankzij de fantastische staf ontwikkelt Tate zichzelf steeds, bijna zoals een kunststroming. Tate is veel dingen voor veel mensen, en het is opwindend dat ik daarvan deel mag uitmaken.’

Dercon sluit met zijn visie aan op de wensen van directeur Nicholas Serota van de Tate Gallery waaronder Modern valt. ‘We willen ons alleen op het Westen gerichte perspectief veranderen in de vele gezichtspunten die het nieuwe internationalisme biedt’, schreef Serota vorige maand in The Art Newspaper.

De benoeming van de intellectualistische Dercon bij publiekstrekker Tate Modern – dat sinds de opening tien jaar geleden meer dan 45 miljoen bezoekers trok – is opmerkelijk. Hij eiste voor zijn aanstelling bij het Boijmans het recht op veel minder publiek te trekken. ‘Je moet het publiek niet te veel vertrouwen’, zei hij.

Dercon profileerde zich in Rotterdam als een theoreticus en een groot kenner van het filosofisch discours. Bij Witte de With liet hij zich kennen als een flamboyante directeur én filmtheoreticus, cultuurfilosoof, netwerker en programmamaker, onder meer voor de VPRO.

In het Boijmans maakte hij tentoonstellingen over kunstenaars die destijds in Nederland nauwelijks bekendheid waren maar die nu als belangrijk worden beschouwd: Jake en Dinos Chapman, David Bade, Erik van Lieshout, Jessica Stockholder. Hij mengde in de presentaties film, fotografie, schilderkunst, architectuur en stedenbouw. Kunst moest volgens hem werken als ‘tegengif’ tegen de massamedia.

Hij drukte vanaf het begin zijn stempel op het beleid, met als belangrijkste beslissing de uitbreiding van het museum. Zijn directeursschap ging niet zonder strubbelingen: er waren intern beschuldigingen van intimidatie, arrogantie en solistisch optreden.

Groot rumoer ontstond er toen hij in 1999 voorstelde het schilderij Grey, Orange on Maroon van Mark Rothko te verkopen. Hij wilde op die manier het aankoopbudget aanvullen. De eigenzinnige actie, die later werd afgeblazen, leidde op termijn tot het vertrek van de conservatoren Karel Schampers en Piet de Jonge.

Dercon kreeg het steeds moeilijker in Rotterdam, ook omdat de verbouwing uitliep. Vlak voor zijn vertrek bekende hij België als woonplaats te verkiezen boven Nederland, alleen al vanwege het betere eten en het modeklimaat.

In het Haus der Kunst in München maakte Dercon onder meer een expositie over Herzog & de Meuron, de architecten met wie hij nauw gaat samenwerken bij de uitbreiding van Tate Modern. Het bureau heeft plannen gemaakt voor een spectaculaire piramide-achtige uitbreiding van 23 duizend vierkante meter, waarmee het museum meer dan de helft groter wordt. De financiering van de nieuwe ‘vleugel’ – er is 215 miljoen pond (258 miljoen euro) nodig – is nog niet rond. Er is nog een gat van 167 miljoen euro.

Meer over