Theatrale passie doet het goed samen met Hollandse slapstick

Twee mannetjes zetten hun zwarte bolhoeden op, gaan aan tafel zitten, strijken hun twintiger jaren kostuum glad en vragen of het al tijd is voor hun aardappel....

Met bloed zweren ze elkaar trouw. Geen vrouw komt daar tussen. En natuurlijk verschijnt in hun dromen onmiddellijk de mooist denkbare dame die nog prachtig kan zingen ook. De mannetjes zijn meteen van de kaart, hoe ze dat ook voor elkaar verbergen. Ze volgen hun droomvrouw, bedreigd als ze is, om haar te redden uit de klauwen van een baardige griezel.

Dubbeldooier is een voorstelling van Theatergroep Oostpool en de plot leende huisschrijver Peer Wittenbols van Bizet. Diens Parelvissers stond model voor het verhaal en twee voorbeeldige zangers introduceren en passant het opera-element. Wonderlijk genoeg rijmt dat sprookjesachtige gedeelte perfect met de geestige slapstick van de twee acteurs, Remco Melles en Freek Brom.

Theatrale passie, het grote gebaar tegenover de onhandige schrielheid van deze twee heren. Het achterdoek van een Hollands landschap maakt allengs plaats voor palmen en olifanten. Van karton. En dat die twee uitersten perfect met elkaar rijmen is te danken aan de regie van Ted Keijser. Onweerstaanbare slapstick voegde hij toe waardoor die broers almaar roerender worden. Ze zijn tot over hun oren verliefd, maar door hun belofte aan elkaar riskeren ze daarmee de dood.

Schrijver Peer Wittenbols gaf de spelers geestige en poëtische teksten mee. Maken ze een koffer open met vrouwenkleren, dan zijn ze helemaal van de kaart. Wat is een maagd? Volgens de een is dat een meisje dat nooit heeft gelogen tegen haar ouders. De ander weet dat een vrouw altijd lang haar heeft. En een mooie vrouw heeft nooit haast. Het is allemaal weldadig luchtig en zomerzot, hoewel de zangers een dimensie toevoegen die je wel degelijk kippenvel bezorgt. Jaqueline Janssen en Willem Jan van Deuveren hebben allebei voortreffelijke stemmen.

Aan het slot zitten onze twee vrienden 'aan gene zijde' met niets anders om handen dan wachten op hun prinses. Want ze mag het er dan dit keer levend af hebben gebracht, zij gaat ook een keer dood. 'Maar we wachten samen', zegt de ene bolhoed tegen de ander. Met dank aan Beckett.

Meer over