Theater schudt stil museumwereldje op

Kunstwerken opvoeren als theaterstukken op het podium van de Stads-schouwburg maakt een heel andere kunstbeleving mogelijk. Komt dat zien!

VAN ONZE VERSLAGGEVER RUTGER PONTZEN

AMSTERDAM - Krijgt het museum concurrentie van de schouwburg? De vraag ligt niet voor de hand, maar is plots wel actueel. Aanleiding: De Grote Kunstshow die gisteren maar liefst viermaal in de Amsterdamse Stadsschouwburg werd opgevoerd.

Voor de gelegenheid hadden 'cultuuradviseur' Johan Idema, tentoonstellingsmaker Nina Folkersma en Stadsschouwburgdirecteur Melle Daamen de handen ineengeslagen. Opzet was een voorstelling te maken om de 'gezamenlijke beleving' van kunst te vergroten en die even gezellig te maken als bij een 'biertje na een popconcert', zoals Idema eerder uitlegde.

Enige scepsis vooraf was begrijpelijk. Idema maakte vorig jaar in de Rotterdamse Kunsthal al een proefopstelling voor een nieuwe, intensievere manier om kunst te ervaren: vanuit een strandstoel of wandelend op een loopband; ondertussen luisterend naar de zalvende stem van yogadocent Fleur van Zonneveld of een soundtrack van rapper Akwasi. Dat werkte voor geen meter. Je kon net zo goed iemand aan een paal vastbinden, dat had ook meer 'intensiviteit' gegeven.

Maar gisteren werd al die scepsis gelogenstraft. Onder leiding van de Vlaamse theatermaker en kunstenaar Lucas De Man werden tien kunstwerken uit de Rabo Kunstcollectie ten tonele gevoerd. Met voordrachten, interviews, uitgeschreven monologen en muziek werden ze een voor een van een nieuwe ervaring voorzien. Fris, aantrekkelijk en vernieuwend.

Het werd tijd.

De museumwereld is al even in beweging. Tot nu betrof het vooral de cultuurhistorische tak: het Amsterdam Museum, Scheepvaartmuseum, de Twentse Welle, het Tropenmuseum. Je kunt er tegenwoordig luisteren naar pratende poppen, actief aan de slag met touchscreens, virtueel roeien en je eigen tentoonstelling samenstellen.

In vergelijking daarmee bevinden de 'hardcore' kunstmusea zich in stilstaand water. Kunst hangt op zaal; voordrachten worden gehouden in het auditorium. Het maximaal haalbare zijn de klassieke rondleidingen en luistertoers, heel af en toe een performance. Bottleneck voor elke vorm van vooruitgang is het historische belang van de collectie en het heilige ontzag voor kunst in het algemeen.

Dat het ook met die serieuze kunst anders kan, bleek in Amsterdam. Natuurlijk, wat in de schouwburg met theatrale effecten wordt bereikt - belichting, mise-en-scène, voordracht -, is in geen enkel museum, met zijn 'neutrale' witte muren, planken vloeren en tl-verlichting mogelijk. Ook ging de presentatie gisteren voorbij aan elke vorm van kennisoverdracht.

Historische duiding en artistiek inzicht legden het af tegen een mix van persoonlijke ontboezemingen, vrije associaties en stevige danceklanken, met een discobal aan het plafond. Met als effect dat 'er iets gebeurt in je buik', zoals iemand na afloop zei. Maar ook met behoud van het 'mysterie', zoals Ann Demeester, aankomend directeur van het Frans Hals Museum, vertelde. Want: 'Musea moeten ophouden protestanten te zijn die de Bijbel bestuderen.'

Wel opmerkelijk dat de eerste aanzet daartoe in een schouwburg wordt gegeven.

undefined

Meer over