Theater: De Parade

In Westbroekpark, Den Haag

Theaterfestival De Parade, 8/7. deparade.nl

Hoe rock-'n'-roll is De Parade eigenlijk? Behoorlijk, blijkt na een vrijdagavond in Den Haag.

Neem Hadewych Minis, die naast haar acteercarrière in films en bij Toneelgroep Amsterdam de afgelopen jaren ook als zangeres aan de weg timmert. Na een theatertour met cabaretier Mike Boddé heeft Minis zich nu op popmuziek van eigen makelij gericht, samen met muzikant Jan van Eerd, die eerder samenwerkte met onder anderen Spinvis en Wende Snijders.

In Hade - Part One laat de tweemansband Minis (op basgitaar) en Van Eerd (op de andere instrumenten) horen dat ze een bijzonder eigen geluid hebben gevonden. Een geluid dat Hadewych Minis zelf omschrijft als 'elektroponk' en die wordt gekenmerkt door haar volle zangstem met rauw randje, in combinatie met de ingenieuze samples, percussie en soms vibrafoon van Van Eerd. Het miniconcert bestaat uit een reeks stevige eigen composities, afgewisseld met een verstild gitaarliedje, een drum-intermezzo en een mooie cover van The Cross van Prince. Dit smaakt zeker naar meer.

Ook bij Nik van den Berg in de tent klinkt overtuigende popmuziek. Om deze 23-jarige performer met zijn tengere postuur en lange blonde haar kun je maar moeilijk heen dit paradejaar. Hij speelt een vileine puber in het geestige Oscar en zijn moeder en staat 's avonds laat nog met zijn eigen bandje te spelen in een cafétent.

Van den Berg heeft nu zelfs zijn eigen solovoorstelling: My Momma Loves My Guitar Sound. In leren broek en met twee muzikanten aan zijn zijde toont Van den Berg, nog maar net afgestudeerd aan de Toneelschool Maastricht, zich een charismatische zanger met een set aanstekelijke, vaak snoeiharde rocknummers. De muziek vormt de hoofdmoot, maar ook de paar monologen tussendoor (uiteraard in het Engels, de taal van de rock-'n'-roll) intrigeren.

Bij Rockabilly Roadkill van het trio The Sadists (onderdeel van Orkater) klinkt ook rock-'n'-roll, maar dan van de meer klassieke variant. Drie mannen spelen vrolijke rockabilly-liedjes uit de jaren vijftig en zestig alsof er niets aan de hand is, terwijl de scènes daar tussenin een grimmige wereld tonen waarin de apocalyps lijkt aangebroken en de chaos regeert.

De voorstelling van The Sadists bevat een aantal aardige theatrale vondsten, maar de absurdistische humor (een blote man die moet poepen, bloedende geslachtsdelen) is te vaak van het kaliber onderbroekenlol, waarvan je zou wensen dat het je allemaal bespaard was gebleven.

undefined

Meer over