The party is over

Bill Clinton begint nu aan zijn tweede termijn. De problemen waarover hij in verkiezingstijd het stilzwijgen bewaarde, smeken nu om een oplossing....

OSCAR GARSCHAGEN

HET FEEST is afgelopen. Het vrolijk versierde model van de Brug naar de 21ste Eeuw aan de voet van het Capitool is gedemonteerd. Genodigden en artiesten hebben de stad per bus, limousine of privé-jet verlaten. Gastheer Bill Clinton is herstellende van een kater, niet van de Californische champagne, maar van de vernietigende kritiek op zijn, inderdaad ietwat banale, inaugurele rede.

De laatste president van de Verenigde Staten in deze eeuw wil zijn land voorbereiden op de 21ste eeuw, het tijdperk van de New Promise. Maar welke - budgettaire - prioriteiten hij zal stellen om die nieuwe belofte dichterbij te brengen en met welke economische of sociale initiatieven hij geschiedenis wil schrijven, is nog allerminst duidelijk.

Lincoln schafte de slavernij af; Roosevelt won de Tweede Wereldoorlog en legde de basis voor de sociale zekerheid, het staatspensioen; Truman stond aan de wieg van de NAVO en breidde de Amerikaanse versie van de AOW verder uit; Johnson creëerde de Great Society met Medicare als klapstuk, de gezondheidszorgverzekering voor ouderen en gehandicapten, Medicaid voor de armen.

Wat gaat Clinton doen?

Geen dag gaat voorbij of de Amerikaanse media presenteren onthullinkjes over zijn nieuwe begrotingsplannen als groot nieuws. Maar verrassend kunnen de voorstellen niet worden genoemd: belastingverlaging voor ouders met studerende kinderen, bezuinigingen op de gezondheidszorg, financiële hulp voor scholen die zich willen aansluiten op Internet.

'Clinton kan kiezen. Hij kan min of meer op de automatische piloot het patroon van de afgelopen jaren volgen. Dat waren begrotingen met als enige doel het verlagen van het financieringstekort. En dat is fantastisch goed gelukt', legt professor Robert Reischauer van het Brookings Instituut en de Harvard Universiteit uit. 'Of Clinton bewijst de komende generaties een dienst en begint met de hervorming van onze twee sociale verworvenheden, het staatspensioen en de gezondheidszorgverzekering voor ouderen en gehandicapten.'

Tot 1994 was Reischauer directeur van het Congressional Budget Office (CBO). Sinds twee jaar is hij de begrotings- en sociale zekerheidsexpert van het Brookings Instituut. Zijn schrijfsels, waaronder het deze week verschenen Setting National Priorities, zijn verplicht leesvoer voor de president en de leden van het Congres.

Midden in het verkiezingsjaar 1996 publiceerde het CBO een alarmerend rapport waaruit blijkt dat de kosten van de Amerikaanse AOW, Medicare en Medicaid vanaf 2001 als gevolg van demografische ontwikkelingen - de babyboomers gaan dan met pensioen - spectaculair zullen stijgen. Het aantal gepensioneerden zal sterk stijgen ten opzichte van het aantal werkenden en zij zullen langer leven en meer gebruik maken van de zorgverzekeringen.

Bij het huidige belastingniveau zijn er niet voldoende middelen om deze programma's op hetzelfde peil te houden als nu. Tenzij de belastingen worden verhoogd zal het begrotingstekort stijgen. Uit een recente peiling van Newsweek blijkt dat daarom meer jonge mensen geloven in UFO's dan in het vooruitzicht dat zij op 65-jarige (of na 2017 op 67-jarige leeftijd) een staatspensioen zullen ontvangen.

Reischauer: 'Het is een uitgemaakte zaak dat de kosten van de staatspensioenen en de gezondheidszorg zullen exploderen als de generatie van Clinton (50) met pensioen gaat. Niemand twijfelt daar nog aan. De enige vraag is wat precies de budgettaire gevolgen zullen zijn.'

Tijdens de verkiezingscampagne is nauwelijks over deze issues gediscussieerd - politici van beide partijen weten hoe riskant dat is. De Republikeinen verloren verkiezingen in staten als Florida en Arizona om de simpele reden dat de miljoenen bejaarden de Democratische retoriek geloofden: Social Security en Medicare zijn bij Republikeinen niet in veilige handen.

'Als het om zaken als overheidsuitgaven, belastingen en tekorten gaat, is het Amerikaanse publiek slecht of verkeerd geïnformeerd. Uit angst voor electorale repercussies gaan politici elke realistische discussie over keuzes en offers uit de weg. Het debat ontaardt doorgaans in een audiovisuele scheldpartij', aldus Reischauer.

Het beste bewijs van zijn stelling dat politici keuzes mijden, is dat Clinton in zijn State of the Union of kort daarna zal aankondigen dat hij twee presidentiële commissies zal belasten met studies naar de toekomst van de staatspensioenen en Medicare. Ook het Republikeinse Congres treft blaam. 'Ook zij bezwijken voor de verleiding van symbolische oplossingen.'

Een van die symbolische oplossingen is het Republikeinse voorstel begrotingstekorten bij wet te verbieden. De 'meerderheidsleider' in de Senaat, Trent Lott, zal op korte termijn opnieuw proberen in de grondwet vast te leggen dat federale begrotingen in evenwicht moeten zijn, behalve in tijden van oorlog of nationale crises.

Een soortgelijk voorstel werd vorig jaar met slechts één stem verschil verworpen en Lott schat zijn kansen nu nog hoger in. Minister Rubin van Financiën heeft, gesteund door een groep van vijftig economen, onder wie zeven Nobelprijswinnaars, al groot verzet aangetekend. Begrotingstekorten moeten beoordeeld worden op financieel-economische en niet op constitutionele gronden. De economische risico's zijn enorm, aldus een verontruste Rubin.

'De komende maanden zal er opnieuw heftig gedebatteerd worden over een oud en slecht idee. Rubin heeft gelijk als hij zegt dat een grondwettelijk verbod op begrotingstekorten economische vertragingen kan omzetten in recessies en milde recessies kan verergeren tot zware crises. Zulke maatregelen hebben bovendien als nadeel dat lastige vragen omtrent overheidsuitgaven en sociale uitkeringen niet worden beantwoord', zegt Reischauer.

Het doel van de Republikeinen is duidelijk: het kortwieken van de overheid. De economische tegenargumenten maken nauwelijks indruk, omdat zij, net als de meerderheid van de bevolking, begrotingstekorten beschouwen als morele tekortkomingen van de overheid en symbolen van verspilling en fraude.

'Dit soort zinloze debatten vergt veel tijd en energie', weet Reischauer. 'Dat is jammer. We hebben op dit moment een economische en demografische vakantie, die we moeten gebruiken om, met behulp van kleine stappen, te voorkomen dat we straks drastische maatregelen moeten nemen.' Hij wijst op Clintons succesvolle pogingen het begrotingstekort te verlagen van 290 miljard in 1993 tot 107 miljard dollar in 1996, van 4,7 naar 1,4 procent van het BBP.

Clinton had hierbij ook het internationale klimaat mee. Tussen 1990 en 1996 werd er meer dan 28 procent bezuinigd op de defensie-uitgaven. Maar ook de uitgaven voor scholen, wegen, wetenschappelijk onderzoek en internationale samenwerking daalden. Ook de bijstand en de gezondheidszorg voor armen werden niet ontzien. Tegelijkertijd werden de belastingen verhoogd.

Reischauer: 'We naderen snel het punt dat gewone maatregelen, zoals bezuinigen op defensie en de reguliere uitgaven, niet meer werken. Ook is gebleken dat het verhogen van de belastingen geen begaanbare weg meer zal zijn. In tegendeel, het belastingstelsel moet hoognodig hervormd worden.'

De conclusie is duidelijk: bij ongewijzigd beleid zullen de uitgaven aan de twee sociale programma's, waar meer dan zestig miljoen Amerikanen van afhankelijk zijn, de staatshuishouding ontwrichten. Andere uitgaven - scholen, politie, milieu, technologie - komen onder nog zwaardere druk te staan.

Met Reischauer hopen vele Amerikaanse economen dat deze realiteit politici zal dwingen tijdig keuzes te maken. Het probleem is dat achter beide programma's tientallen miljoenen kiezers schuil gaan. Van de erfenissen van de New Deal en de Great Society is Medicare het dringendst aan hervorming toe.

Als gevolg van de explosief gestegen kosten van medische zorg en de demografische ontwikkelingen is dit fonds in 2001 uitgeput. Dat wil zeggen dat de uitgaven aan de zorg voor ruim veertig miljoen oudere Amerikanen de inkomsten uit premies overstijgen. Tal van oplossingen, zoals het verhogen van de premies en het verlagen van de vergoedingen, worden op verhitte wijze besproken, maar consensus is nog ver weg. 'Presidentieel leiderschap is hier beslist noodzakelijk', vindt Reischauer.

De financiering van de staatspensioenen komt ergens tussen 2013 en 2020 in problemen. Belastingen, premies en beleggingen zullen dan niet voldoende opleveren om te voldoen aan de aanspraken van de gepensioneerden.

Vorige week werd door een commissie voorgesteld de financiering van de Amerikaanse AOW gedeeltelijk te privatiseren. Veertig procent van de opbrengst van de premies zou voortaan op de beurs moeten worden belegd - de handelaren op Wall Street raakten direct in staat van opwinding.

Veel simpeler is het voorstel van de Democratische senator Daniel Patrick Moynihan. Uit onderzoek van een commissie van economische experts is gebleken dat de inflatie, zoals gemeten door de consumentenprijsindex, de afgelopen jaren stelselmatig te hoog is ingeschat. Aan deze index zijn alle uitkeringen gekoppeld.

Verlaag de index met 1,1 procent per jaar tot het werkelijke inflatiepeil, en het fonds voor

staatspensioenen kan zich tot 2050 bedruipen. Geen politicus durft deze stap te zetten uit vrees voor de gramschap van de huidige generatie gepensioneerden en hun zeer actieve belangenorganisaties.

Clinton kan deze problemen negeren, maar dan zadelt hij zijn beoogde opvolger Al Gore op met een ongewenste erfenis. Hij kan ook van zijn positie gebruik maken en een begin maken met hervormingen. En daarbij geldt het advies van Eisenhower aan Kennedy: 'De president van de Verenigde Staten krijgt nooit gemakkelijke problemen op te lossen. Als zij namelijk gemakkelijk op te lossen waren, had iemand anders dat allang gedaan.'

Meer over