'Tevreden speler garantie voor goed spel'

De invloed van de hockeyers op het beleid van bondscoach Maurits Hendriks is groot. Terecht vindt Marc Delissen...

Aan kwaliteit ontbreekt het niet in het Nederlands hockeyteam. De verwachte terugslag, na het behalen van de olympische titel en het vertrek van de spelbepalende hockeyers Marc Delissen, Taco van den Honert en Floris-Jan Bovelander, bleef uit. Nederland veroverde vorig jaar de wereldtitel en dit jaar de Champions Trophy in Brisbane en is in Padua op weg naar het Europees kampioenschap.

Het heeft Marc Delissen, tegenwoordig assistent-bondscoach, verbaasd. 'Want het is een wetmatigheid in de sport dat er altijd een terugslag volgt op een groot succes.' Anderzijds was de verrassing niet zo heel erg groot. 'Want als je oude bomen kapt, krijgen de jongere kans om te groeien.'

Hij doelt daarmee onder meer op aanvoerder Stephan Veen, Wouter van Pelt en Erik Jazet, die nu spelbepalend zijn in de Nederlandse ploeg. Een ploeg die alles al heeft meegemaakt en volgend jaar in Sydney toch weer favoriet zal zijn voor de olympische titel.

De 34-jarige Delissen, in Atlanta nog spelverdeler, regisseert het spel sinds dit jaar vanaf een plek op de tribune. Daar tracht hij de tactiek van de tegenstander te doorgronden. Hij onderkent het belang van de uitputtende analyses, maar weet daarnaast dat er maar één ding echt belangrijk is voor het behalen van een tweede olympische titel: 'een leeg hoofd'.

'Natuurlijk moet het tactisch en technisch in orde zijn, maar ik ben er heilig van overtuigd dat het emotionele aspect bij een ploeg die alles al heeft meegemaakt van doorslaggevende betekenis is. Je moet niet uit het oog verliezen dat je te maken hebt met sporters. Psychologie is een heel belangrijk facet. Hoe hoger je speelt, hoe belangrijker dat wordt.

'Een tevreden speler staat garant voor goed spel. Veiligheid en geborgenheid zijn aspecten die belangrijk zijn om een topprestatie te leveren. Als oud-speler kan ik daar een belangrijke rol in hebben. Ik denk dat ik spelers met één of twee woorden kan bereiken.'

Want Marc Delissen mag dan tegenwoordig een rol in de begeleiding vervullen, de hockeyers zien hem nog altijd als één van hen. Iemand die acht jaar de aanvoerdersband droeg, en daarom nog altijd neigt op te komen voor de belangen van de spelers. Die niet boven de groep staat, zoals bondscoach Maurits Hendriks, maar nog steeds ertussenin.

'Daar heb ik niet bewust voor gekozen, maar het gebeurt gewoon. Ik sta nog heel dicht bij die spelers, ze vertrouwen mij. Als ze kritiek hebben, zullen ze dat minder genuanceerd tegen mij zeggen dan tegen Maurits. Ik ben de baas niet. Het is goed dat ze weten dat ze bij mij terecht kunnen.

'Dat gaat op een natuurlijke manier, ik speel geen theater. Ik ben wie ik ben. Tijdens de training is er afstand tussen mij en de spelers, maar daarbuiten niet meer. Maurits is zelf nooit speler geweest, dan heb je automatisch een andere benadering.'

De onervaren begeleiders – beiden begonnen pas dit jaar na het vertrek van Roelant Oltmans aan hun nieuwe functie – moeten een zeer ervaren team binnen een jaar naar hun tweede olympische titel leiden. De invloed van de spelersgroep is daarom groot. 'Terecht', vindt Delissen. 'Als je al zoveel hebt gepresteerd, en je pretendeert een topteam te zijn, dan moeten de randvoorwaarden goed verzorgd zijn.'

Zijn ze dat niet, dan wordt direct aan de bel getrokken. Ontevreden waren de spelers bijvoorbeeld over manager Rinus van Zanten. Hij stapte daarom na de Champions Trophy in Brisbane op. Officieel omdat hij zijn werkzaamheden niet langer kon combineren met zijn baan, in werkelijkheid hadden de spelers geen vertrouwen in de vrij ingetogen KNO-arts.

Ondanks het feit dat niet direct een nieuwe manager voorhanden was en videoman Roberto Tolentino nu de onmogelijke opdracht heeft voorlopig twee taken te combineren, werd wel voldaan aan het verzoek van de spelers. Volgens Delissen is het echter wel de taak van het begeleidingsteam om onderscheid te maken in 'gezeur' en 'kritiek om de teamprestatie te verbeteren'.

Want ook in Padua werd gezanikt over de omstandigheden. Delissen: 'Dit zijn mondige jongens. Zeuren is prima, maar het teambelang en de teamprestatie moeten wel voorop blijven staan. Hoe goed je ook bent, hoeveel interlands je ook achter je naam hebt staan, je staat hier niet voor je eigen bv'tje.

'Als een hotel te kleine kamers heeft en het eten is slecht en het tocht op de gang, dan zoeken we een ander hotel. Want dat kan de prestatie negatief beïnvloeden. Maar als je een hotel hebt met drie zwembaden en een tennisbaan, maar de populatie is zestig-plus, dan moet je dus niet gaan zeuren. Deze jongens hebben een eigen verantwoordelijkheid om te zeggen: oké, dit is allemaal tiptop in orde, nu staat ons niks meer in de weg om goed te presteren.

'Er zijn maar heel weinig excuses aan te dragen waarom wij niet optimaal kunnen presteren. Een excuus vind ik als Lomans, Jansen en Veen tegelijkertijd geblesseerd raken, omdat dan drie hele belangrijke aspecten van het team ontbreken. Of als heel Nederland onder water loopt en we daardoor een heel jaar niet kunnen trainen.

'Voor een nieuwe olympische titel moet het hoofd helemaal leeg zijn, dan moet je geen mentale ballast meedragen. Dat is moeilijk, want dat heeft dit team natuurlijk wel. Europees kampioen worden is makkelijker, omdat de meesten die titel nog niet hebben. Olympisch kampioen zijn ze al. Je kunt wel zéggen dat je die titel nog eens wilt winnen, maar je moet het ook zo voelen. Die innerlijke drive heb je nodig, je moet het uit je tenen halen. 'Voor een deel gaat dat vanzelf zodra de Spelen dichterbij komen. De rest zullen wij moeten bijsturen.'

Meer over