AchtergrondOorlog in de Sahel

Terwijl de wereld naar Afghanistan en Irak keek, opende Frankrijk een nieuw front in de Sahel

De toenmalige Franse president Jacques Chirac verkocht zijn Amerikaanse ambtgenoot een ‘non’ voor de invasie van Irak. Slechts tien jaar later opende nota bene Frankrijk een nieuw front tegen het internationale terrorisme. De haast vergeten missie in de Sahel dreigt een Frans Afghanistan te worden.

Franse militairen in een Malinees dorp. Beeld Hollandse Hoogte / AFP
Franse militairen in een Malinees dorp.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

En toen zaten ook de Fransen er plotseling middenin. Op 11 januari 2013, ruim elf jaar nadat de Amerikanen de Global War on Terrorism begonnen, kon ook Frankrijk niet langer aan de oorlog tegen terrorisme ontsnappen. President François Hollande lanceerde Operatie Serval in het West-Afrikaanse Mali, en begon Frankrijks grootste militaire interventie sinds het einde van de Algerijnse Oorlog in 1962.

De Malinese president Dioncounda Traoré had de voormalige kolonisator een dag eerder gevraagd om militaire bijstand. Er was haast bij: de islamitische rebellen, die het noorden van Mali al enige tijd grotendeels in handen hadden, waren bezig aan een opmars richting hoofdstad Bamako in het zuiden. Het regeringsleger dreigde onder de voet te worden gelopen.

Frankrijk gaf gehoor aan de noodkreet: honderden Franse militairen zetten voet op Malinese bodem en meteen voerde Frankrijk de eerste luchtaanval uit op de gewapende jihadisten. Voor het eerst sinds twee vliegtuigen zich in de Twin Towers boorden, verklaarde ook Frankrijk, bij monde van defensieminister Jean-Yves Le Drian: we voeren oorlog tegen het terrorisme.

De Franse oorlogsverklaring kwam als een verrassing. Een maand voor de interventie had Frankrijk tijdens een VN-bijeenkomst de wereld nog verzekerd af te zien van direct militair ingrijpen. Maar toen de gewapende groepen een belangrijke basis van het Malinese leger naderden, liet Frankrijk de terughoudendheid varen. In het noorden hadden de rebellen al een schrikbewind onder de sharia ingevoerd, nu dreigden ze volgens minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius ‘heel Mali over te nemen om een terroristische staat te installeren’. Frankrijk moest de rebellen stoppen, anders dreigde een vrijplaats op de drempel van Europa vanwaaruit Al Qaida en andere terreurgroepen aanslagen op het Westen zouden kunnen beramen.

Non

Tot de inval in Mali was de oorlog tegen terreur er een van anderen – met voorop de Verenigde Staten. Zeker, Frankrijk toonde zich na de aanslagen van 11 september solidair met de Amerikanen en sloot zich aan bij de missie in Afghanistan. Maar de Franse troepenmacht bleef in eerste instantie beperkt, vooral gericht op patrouilles in Kabul en het trainen van het Afghaanse leger. En ondanks de inzet van militaire middelen nam de regering nadrukkelijk afstand van het idee dat het in oorlog zou zijn met het terrorisme.

‘In Frankrijk is vanaf het begin veel scepsis geweest over het idee van een mondiale strijd tegen terreur zoals de regering Bush die heeft neergezet, zowel vanuit intellectuele als politieke hoek’, zegt onderzoeksdirecteur Marc Hecker van het Franse instituut voor internationale betrekkingen IFRI. In zijn boek La Guerre de vingt ans (De twintigjarige oorlog) schetst Hecker hoe het jihadisme en de strijd tegen terreur zich sinds de aanslagen van 11 september wereldwijd hebben ontwikkeld. ‘Het Franse uitgangspunt was: je kunt een oorlog voeren tegen een specifieke groep, maar niet met een bepaalde strategie, tactiek of manier van handelen.’

Het verzet tegen die oorlog werd nog veel sterker toen de Amerikanen de strijd in 2003 uitbreidden naar Irak. De Franse president Jacques Chirac veroordeelde de invasie in felle bewoordingen: de oorlog was illegitiem en illegaal, en zonder instemming van de Verenigde Naties begonnen. Het Irak van Saddam Hussein was geen thuishaven voor internationaal terrorisme en beschikte niet over massavernietigingswapens. Bovendien ging de missie in Irak verder dan het bestrijden van terrorisme, het was een plan om democratie te brengen met militaire middelen. Daar verzette Frankrijk zich tegen.

Het ‘nee’ van president Chirac tegen de Amerikanen zorgde voor bekoelde relaties tussen Parijs en Washington, maar kon rekenen op grote steun onder de Franse bevolking. Tot na zijn dood zou de Franse president om dat moment worden geroemd.

‘De landen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika hebben geen missionarissen voor de democratie nodig’, zegt Chirac bij een ontmoeting met de Amerikaanse president Bush in Parijs in 2004. Maar er zijn meer redenen voor Frankrijk om voorzichtig te zijn met oorlogsretoriek, legt Hecker uit. ‘In Europa is het terrorisme vooral van eigen bodem, het merendeel van de terroristen heeft een Europese nationaliteit. Als je dan spreekt van een oorlog, loop je het risico sluipenderwijs in de logica te belanden van een burgeroorlog.’

De paradox is: tien jaar na de inval in Irak waartegen Frankrijk zich zo fel verzette openden juist de Fransen een nieuw slagveld in de oorlog tegen het terrorisme. Terwijl die oorlog elders tot een einde leek te komen – Osama bin Laden was gedood, de Amerikaanse troepenmacht teruggekeerd uit Irak – gingen de Fransen het gevecht aan. Plots sprak het Élysée van de ‘oorlog’ waar Frankrijk zo lang vandaan was gebleven. Het Westen was juist moe geraakt van de eindeloze oorlogen, en buiten Frankrijk dreigt de missie in de Sahel een vergeten interventie te worden.

Taalgebruik

De Franse krant Le Monde nam daags na de inval in Mali het nieuwe taalgebruik onder de loep. Er was geen nieuwe ‘doctrine’ en de missie maakte van Frankrijk niet plots een voorvechter van interventionisme onder het mom van de goede zaak. Maar, zo merkte de krant op: met het gebruik van de vage retoriek van oorlog tegen terrorisme bleef onduidelijk wie precies de vijand is. Juist dat blijkt achteraf een valkuil.

Een kwestie van enkele weken zou het worden. Opération Serval moest allereerst de jihadistische groepen tegenhouden en verjagen uit het noorden, om daarna het land te stabiliseren. Maar al enkele dagen nadat de eerste Franse soldaten in Mali waren geland, werd duidelijk dat er meer nodig was. De missie werd opgeschaald naar 2.500 Franse militairen.

Aanvankelijk leek de interventie succesvol. President François Hollande kon in Mali rekenen op een warm onthaal. Krap een jaar na de start van Operatie Serval verklaarde Frankrijk de belangrijkste doelen als behaald. De opmars naar het zuiden was gestaakt, wapens van terroristen in beslag genomen. Toch bleven de Franse troepen in Mali, ook na het aflopen van Serval in de zomer van 2014. Terwijl een VN-vredesmissie, waaraan ook Nederland heeft bijgedragen, het land moest helpen stabiliseren, startte Frankrijk in augustus 2014 Operatie Barkhane, een grensoverschrijdende antiterreuroperatie van 5.100 Franse militairen die behalve in Mali ook in Burkina Faso, Mauritanië, Niger en Tsjaad actief is.

Een militair konvooi richting de Malinese stad Gao. Beeld AFP
Een militair konvooi richting de Malinese stad Gao.Beeld AFP

Maar na acht jaar Franse oorlog tegen terreur in Afrika zijn gewapende rebellen en jihadisten actief in een steeds groter gebied in de Sahel. Ook in Niger en Burkina Faso voeren jihadistische groepen regelmatig aanvallen uit. In Mali, waar het Franse leger moet samenwerken met de lokale strijdkrachten, werd in negen maanden tijd twee keer een staatsgreep gepleegd door militairen.

‘Met slechts een paar duizend man heeft Frankrijk in eerste instantie een behoorlijk resultaat behaald in Mali. Daarna is de situatie verslechterd’, zegt Hecker. De vraag is: zet dat het eerdere succes in een ander licht? ‘Dat is heel moeilijk te beantwoorden. De interventie in Mali kwam voort uit echte bezorgdheid over wat zich in het noorden afspeelde. We zagen beelden van afgehakte handen, mausolea die werden vernietigd. De indruk was: wat zich in Mali ontwikkelt lijkt op wat we bij de Taliban zagen in de jaren negentig. Met zware consequenties voor de lokale bevolking en onbekende gevolgen voor internationaal terrorisme.’

Transformatie

Tot dusver zijn in Frankrijk geen aanslagen gepleegd die vanuit de Sahel zijn voorbereid, zegt Hecker. Terwijl de aanslagplegers bij Charlie Hebdo en in de Bataclan wel connecties hadden in Syrië en Irak, waar Frankrijk deelnam aan de bombardementen. ‘Ze hebben op dit moment niet de capaciteit om commando’s te vormen tot in Europa. Het zijn de bevolking en het lokale leger in de Sahel die de prijs van de aanslagen betalen.’

Is Mali het Franse Afghanistan geworden, met een oorlog tegen terreur die niet te winnen is, maar waar bij vertrek escalatie dreigt? In Frankrijk groeide al langere tijd het verzet tegen de missie, en ook in de Sahel neemt de weerstand tegen de Franse aanwezigheid toe. Deze zomer kondigde president Macron het einde aan van Operatie Barkhane. De militaire operatie zal plaatsmaken voor een internationale missie. Hoe die ‘transformatie’ eruit gaat zien, is nog onduidelijk.

‘Frankrijk kan het zich niet veroorloven zich volledig terug te trekken zoals de VS hebben gedaan’, zegt Hecker. ‘De strategische belangen in deze regio zijn groot. Frankrijk heeft historisch sterke banden met de regio, er wonen veel Franse expats en het ligt geografisch niet ver van Europa. Het zou een groot risico zijn voor onze veiligheid als West-Afrika destabiliseert. De wereldwijde oorlog tegen het terrorisme die in 2001 begon loopt dan misschien ten einde, maar het gevaar van het terrorisme is niet verdwenen. Het Westen zal militaire middelen blijven inzetten. Niet op grote schaal, maar met aanvallen op afstand, drones, inlichtingen en commando’s.’

Hoe ervaart de bevolking in de Sahel de Franse interventie?

Burgers zien de buitenlandse troepen in hun bepantserde voertuigen en legerbases, net als in Afghanistan, vooral als indringer. Het gevoel overheerst dat de buitenlanders er zijn voor hun eigen economische belangen – Frankrijk is voor zijn energie sterk afhankelijk van uranium uit de woestijn - of geopolitieke spelletjes en niet om hen te beschermen.

Frankrijk maakte bij de interventie de fout om bij de jacht op ‘terroristen’ steun in te roepen van gewapende Toeareg-strijders, zegt Abdourahmane Idrissa, politicoloog verbonden aan het Afrika Studie Centrum in Leiden. De Toeareg – nomadische veehouders - werd in ruil hiervoor een zekere mate van autonomie beloofd. Maar de Fransen onderschatten hoe ze zo de strijd aanwakkerden met een andere etnische bevolkingsgroep de Fulani – ook veehoudende nomaden. ‘In het spel van de vriend van mijn vijand is mijn vijand, werden de Fulani de vijand van de Fransen. En omdat de ‘terroristen’ de vijand van de Fransen waren, werden Fulani-militanten vrienden met hen’, aldus Idrissa vanuit Niamey, de hoofdstad van Niger. Zo bracht de interventie een complex lokaal conflict op gang.

Is het terrorisme dan juist verder verspreid?

De etnische conflicten, vanouds veroorzaakt door strijd om vruchtbare grond of veeroof en nu vermengd met jihadisme, zijn van Mali overgeslagen naar buurlanden Burkina Faso en Niger. In 2020 vielen zevenduizend doden bij het geweld, zeker 2 miljoen burgers zijn ontheemd. Grote delen rond het drielandenpunt zijn ontvolkt.

Politieposten, scholen en klinieken zijn verlaten. Omdat het gezag van de centrale overheid compleet is weggevallen, overheerst wetteloosheid. Na de Arabische Lente en de val van de Libische leider Khadafi in 2011 raakte de Sahel overspoeld met wapens, gewapende huurlingen en vanaf 2016 door dolende IS-strijders uit de verslagen kalifaten in Libië, Syrië en Irak. In dit ‘wilde westen’ van de woestijn vormen smokkel van drugs, wapens, migranten of goud over de oude karavaanroutes, die de nomaden op hun duimpje kennen, de ideale inkomstenbron voor de jihad, waarmee ook weer nieuwe strijders kunnen worden gerekruteerd.

Staat het nieuwe islamitische kalifaat straks in de Sahel?

De terreurbeweging in de Sahel heeft weinig met religieus idealisme te maken, zegt Julie Coleman van het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) in Den Haag. ‘Jongeren in deze afgelegen woestijngebieden sluiten zich aan omdat ze zich gemarginaliseerd en verwaarloosd voelen door de centrale overheid, werkloos zijn, ergens bij willen horen of vanwege etnische conflicten.’ Deskundigen spreken wel over ‘gelegenheidsjihadisme’; jongeren laten zich de ene keer betalen voor een terroristische aanval op een militair konvooi, de volgende dag om een smokkelkonvooi te begeleiden en de derde dag pakken ze de wapens op om een aanslag op hun dorp te wreken.

Van een functionerend staatsapparaat, zoals IS kortstondig in Syrië en Irak met zijn kalifaat vestigde, is in de Sahel nog lang geen sprake. Toch groeien de vele terroristische splinterbewegingen wel degelijk nader tot elkaar. Ze zijn grofweg te scheiden in JNIM (Jama’at Nasr al-Islam wal Muslimin), een parapluorganisatie van aan Al Qaida gelieerde groeperingen, en Islamitische Staat in de Grotere Sahara (ISGS). Her en der worden belastingen geheven en diensten geleverd, zegt Amado Philip de Andrés, hoofd West-Afrika van de VN-organisatie voor drugs en criminaliteitsbestrijding UNODC vanuit de Senegalese hoofdstad Dakar.

Heeft de Franse interventie dan nog wel zin?

Alleen militair ingrijpen werkt averechts, zegt onder meer Mirjam de Bruijn, antropoloog en Mali-expert van Universiteit Leiden. ‘Je moet begrijpen dat jongeren de staat en lokale corrupte elites die zichzelf alle middelen toe-eigenen, als vijand beschouwen. Op die woede kun je makkelijk strijders rekruteren, zeker als terreurorganisaties ook nog een inkomen, diensten en veiligheid bieden waar de centrale overheid faalt.’ Daarom is investeren in een sterke overheid, rechtsstaat en publieke sector nodig, zegt Coleman van ICCT. ‘Vooral zorgen dat het geld niet in de verkeerde handen valt, waardoor de woede tegen de ‘corrupte staat’ weer wordt gevoed.’

Meer over