Terug naar het spektakel in het miljoenencircus

Formule 1..

Mark Misérus

amsterdam Als de Formule 1 al een familie kan worden genoemd, zoals peetvader Bernie Ecclestone graag mag doen, dan is het een gezin van adel, dat zich niet wenst in te laten met het plebs.

De belangrijkste autosportklasse was verder weggedreven van het volk dan eens tevoren. En niet alleen omdat het vorig jaar schrijnend was te zien hoe fans die soms honderden euro’s voor een kaartje neertelden, metershoge hekken en grote kerels met oortjes trotseerden om een handtekening voor thuis te verzamelen.

Ze hebben jaren te weinig waar gekregen voor hun geld, vinden velen. De lokroep klinkt steeds harder om het spektakel in het miljoenencircus te laten terugkeren. De laatste race vorig seizoen was juist zo leuk omdat de afloop door niemand kon worden voorspeld: de auto van Hamilton bleek toch te kunnen haperen, zijn teamgenoot Alonso had hem het liefst in de muur willen rijden. Räikkönen profiteerde van de commotie en won voor Ferrari zijn eerste wereldtitel.

Maar de kloof met de grote teams (Ferrari, McLaren, Renault en in mindere mate Honda) was voor de kleinere renstallen de afgelopen jaren niet voor niets op geen enkele manier te overbruggen. Montoya was in 2004 met een Williams-BMW de laatste die een race won voor een van de ‘kleinere’ teams. Inhaalpartijen, ook door de topteams, werden vorig seizoen nauwelijks waargenomen.

De talloze verbouwingen van de circuits (Silverstone gaat als volgende op de schop) of de nieuwbouw (Bahrein, Shanghai, Valencia), die meestal werden verricht onder leiding van Ecclestone’s Duitse huisarchitect Tilke, hebben evenmin bijdragen aan de amusementswaarde. De klacht is dat er vooral rekening mee is gehouden hoe de sport zo goed mogelijk in beeld kan worden gebracht. Uitdagende bochten zijn daarvoor niet per se noodzakelijk.

De opmars van Lewis Hamilton, een donkere jongen uit een normaal Brits gezin, gaf de Formule 1 iets van een menselijk imago terug. Maar de raceklasse blijft een bijna sektarisch genootschap dat geen vreemdelingen in zijn midden duldt. Wie zich in de familie wil inkopen, moet bakken met geld meebrengen en een bewijs van goed gedrag overleggen. Keurige jongens als Hamilton, Kovalainen en, dit jaar de Fransman Bourdais, kregen de zegen van Ecclestone. Een paar Aziaten ook.

Van grootschalige vernieuwing is echter nauwelijks sprake geweest sinds het vertrek van Schumacher twee jaar geleden. Zijn broer Ralf gaf gehoor aan Ecclestone’s dringende oproep de F1 te verlaten, maar veteranen als Fisichella en Barrichello blijven vrolijk rondtuffen zonder echt iets aan de sport toe te voegen.

De Formule 1 lijkt zich net op tijd te realiseren dat ze hard op weg is (geweest) aan de eigen voorspelbaarheid ten onder te gaan. Het uitschakelen van elektronische hulpmiddelen als traction control, waardoor een auto vrijwel nooit slipte, moet de sport spontaner en begrijpelijker maken.

Ook al gaat het volgens sommige teams ten koste van de snelheid en voorspellen coureurs meer ongelukken, omdat het racen weer handwerk wordt. Natuurlijk menen Ferrari en Renault dat het door McLaren en Microsoft ontwikkelde ECU-systeem in het voordeel van de Britse stal zal werken.

De Formule 1 moet weer een sport worden en de fans kijken, drie dagen voor Melbourne, alvast vooruit. Ze filosoferen over een titelrace die misschien wel wordt als vorig jaar, toen een debutant vrijwel de gehele tijd (Hamilton) domineerde, maar in ultimo alsnog werd verslagen door Räikkönen, de man met het ijskoude karakter.

Wederom gelden de Brit en de Fin als de voornaamste kanshebbers, samen met Räikkönens teamgenoot van Ferrari, Massa. Alonso keerde, na alle heibel bij McLaren, terug naar Honda, maar moest al na de eerste test concluderen dat hij met de R28 geen wereldkampioen zal worden.

De Nederlandse inbreng is dit jaar gereduceerd tot testrijder Giedo van der Garde en mede-eigenaar Michiel Mol, bij Force India. Het Nederlandse oranje van Spyker is bij de opvolger verruild voor het oranje en groen van de nieuwste aandeelhouder in de F1. India wordt gekoesterd door Ecclestone vanwege de grote achterban en het economische potentieel. Niet voor niets debuteert New Delhi in 2010 op de circuitkalender.

Veel wordt verwacht van de eerste nachtrace, in Singapore. Omdat Australië in elk geval dit seizoen weigerde bij kunstlicht te racen, wordt eind september in Azië het nieuwste experiment van de F1 ten doop gehouden. Niemand is uiteraard iets gevraagd.

Mark Misérus

Meer over