Terug naar de oude vertrouwde onderbouw

De basisvorming: wat als een mooi ideaal begon, bleek een draak van een regeling. Dinsdag werd een wet aangenomen voor drastische veranderingen....

Van onze verslaggeefster Marjan van den Berg

‘Een ver-a-deming na de idioterie, dat is het. Laten we die dikke tien jaar ellende vergeten.’ Marten Kircz, docent Nederlands en bestuurder van de Algemene Onderwijsbond, is opgelucht. De basisvorming gaat definitief op de schop. Dinsdag nam de Tweede Kamer de wet aan die drastische veranderingen mogelijk maakt.

Dertien jaar geleden werd de basisvorming ingevoerd: vijftien vakken en 280 kerndoelen die vermeldden wat er geleerd moest worden, voor alle leerlingen in de onderbouw. Van vmbo tot vwo. Door alle leerlingen hetzelfde onderwijs aan te bieden, was de redenering, zouden verschillen verkleinen. Bovendien kregen scholieren zo de gelegenheid hun studiekeuze langer uit te stellen.

‘Het moest en het zou. Palets vol met basisvormingstoetsen kregen we op school afgeleverd’, zegt Kircz. Na zes jaar drong in Den Haag door waar op scholen van meet af aan steen en been over werd geklaagd: de basisvorming schoot zijn doel voorbij. Een overladen en versnipperd lesprogramma, te weinig oog voor de verschillen tussen leerlingen, oordeelde de Onderwijsinspectie.

Reden voor wijlen staatssecretaris Adelmund (PvdA) een werkgroep in te stellen die de basisvorming onder de loep zou nemen.

De aanbevelingen die daaruit voortkwamen, zijn nu door minister Van der Hoeven vastgelegd in de nieuwe wet. Het aantal kerndoelen is sterk verminderd. Het aantal verplichte volle uren les is teruggebracht , niet langer hoeft iedereen dezelfde vijftien vakken te krijgen. De term basisvorming is geschrapt en vervangen door het vertrouwde ‘onderbouw’.

Hoewel onderwijsorganisaties akkoord gingen, is niet iedereen tevreden: het uitgangspunt uit 1993 (hetzelfde onderwijs voor iedereen tussen 12 en 15 jaar) blijft immers bestaan.

‘Niemand die zegt: en nu kappen we ermee’, zegt Leo Prick, onderwijsadviseur, columnist en verklaard tegenstander van de basisvorming. ‘De enigen die hiervan beter worden, zijn de schoolboek-uitgevers. Die kunnen weer zeggen dat ze het lesmateriaal hebben aangepast.’

Volgens Prick blijft de politiek vasthouden aan een ‘relict’ van wat ooit als de prestigieuze basisvorming was begonnen. Prick: ‘Flauwekul, dat is wat het is. Die leerdoelen zijn nu zo algemeen geformuleerd. Als dit over normen en waarden zou gaan, zou er staan: je moet je fatsoenlijk gedragen.’

Toch hebben de veranderingen de afgelopen weken niet meer geleid tot een principieel debat in de Kamer. Slechts één aspect leidde op de valreep tot uitstel: de lerarenteams. Daarin kunnen leraren ook lesgeven in vakken die buiten hun bevoegdheden liggen.

Dat stuitte op flinke kritiek van de Kamer. ‘De deur staat wagenwijd open naar oppassers voor de klas’, meende de SP. ‘Er wordt nog meer afgeknabbeld van lesuren en lesbevoegdheden’, zei de LPF. ‘Minder onderwijs door minder bevoegde docenten’, oordeelde D66. De partij eiste samen met de PvdA dat betrokken leraren inspraak krijgen in de samenstelling van de teams. Pas toen dat was geregeld, werd de wet aangenomen. D66-Kamerlid Lambrechts: ‘Met gemengde gevoelens.’

Meer over