Terrorist Carlos raakte volkomen uit de tijd: Carlos groeide uit tot een levende mythe

'De jakhals' maakte in de jaren zeventig naam met bloedige terreur, maar hij werd in de jaren tachtig door zijn Arabische heren als lastpost beschouwd....

DAT 'CARLOS' uitgerekend door de Sudanese junta aan Frankrijk is uitgeleverd, tekent hoe zeer het terroristisch meesterbrein voor zijn Arabische vrienden heeft afgedaan. De 'Jakhals' die rond Kerstmis 1975 aan het hoofd van de terreurgroep 'Arm van de Arabische revolutie' in Wenen elf olieministers gijzelde, wordt nu door islamitische revolutionairen gekeeld.

De fundamentalistische Sudanezen staan zelf op de Amerikaanse lijst van 'terroristische' landen en onderhouden contacten met islamitische terreurbewegingen in de Arabische wereld. Een terrorist meer of minder in huis, daar kan het Sudanese bewind van kolonel Al-Bashir niet van wakker hebben gelegen. De Franse contraspionage-dienst DST neemt wraak op Carlos, die in 1975 in Parijs twee Franse contraspionage-agenten en een informant vermoordde. Daarvoor werd hij in 1992 bij verstek tot levenslang veroordeeld.

De Venezolaanse wereldrevolutionair 'Carlos' Ilich Ramirez Sanchez (Caracas, 1949), die de geschiedenis van jongs af aan door een historisch-materialistische bril heeft gezien, was niet goed thuis in Sudan. Waarschijnlijk herkende de gentleman die in zijn jeugd Fidel Castro aanbad, zich niet in het puriteinse islamisme dat het MiddenOosten overspoelt. Carlos is getrouwd met een Duitse ex-terroriste, maar hij zou honderden maîtresses hebben liefgehad.

Zijn zelfstandige terreurwinkel, de 'Organisatie van Internationale Revolutionairen', liep al een tijdje niet meer zo best; zo deden eind jaren tachtig berichten de ronde dat hij opdrachten van Zuidamerikaanse drugsmafia's moest aannemen om het hoofd boven water te houden . De Israëlische Mossad dacht zelfs eventjes dat Carlos was geliquideerd door de Libische veiligheidsdienst, omdat hij te veel wist.

Deze verhalen kwamen in omloop omdat het zo stil was geworden rond de man die al sinds 1973 door Interpol wordt gezocht. De verklaring voor de rust was echter simpel. Carlos was een lastpost geworden voor zijn grote opdrachtgevers: de Libische kolonel Kadhafi, de Syrische president Assad en de Irakese president Saddam Hussein. Deze leiders wringen zich in bochten om van de Amerikaanse 'terroristische landen-lijst' te worden afgevoerd . Carlos kon bij het grof vuil worden gezet. Nadat ook de hem welgezinde DDR was ingestort, was hij volkomen weerloos geworden.

Ilich Ramirez Sanchez - zijn communistische vader, een linkse advocaat, vernoemde hem naar Vladimir Iljitsj Lenin - had de verkeerde papieren om zich na de Koude Oorlog als huurling-terrorist staande te houden. De moderne terreur is niet op publiciteit gericht, zoals de aanslagen en kapingen van de extremistische Palestijnse splintergroeperingen waarmee Carlos begin jaren zeventig is 'begonnen'. Deze acties bereikten hun doel: de verguisde Palestijnen verwierven internationale politieke status.

Maar de PLO is een diplomatiek gezelschap geworden en heeft het terrorisme afgezworen. Het huidige terrorisme in het Midden-Oosten kenmerkt zich door een door de islam geïnspireerde doodsverachting. Carlos was gedoemd een anachronisme te worden.

Guido Goudsmit

Zo is het gegaan. De Britse schrijver David Yallop voorspelde vorig jaar, voóó de vredesverklaring van Israël en de PLO, dat Carlos' rol was uitgespeeld. Doordat fictie en werkelijkheid omtrent Carlos voortdurend in elkaar overlopen, is zijn verhaal een 'verhaal van een desinformatiecampagne die na de Tweede Wereldoorlog zijn weerga niet kent', stelde hij in To the Ends of the Earth - The Hunt for the Jackal (1993).

Want wat weten we eigenlijk over de Venezolaanse terrorist, die in de jaren zeventig ooit één interview gaf aan een Arabisch blaadje? 'Het verhaal van Carlos is een fantasie, maar een fantasie die haar doel heeft bereikt: de Koude Oorlog nog kouder maken en te garanderen dat een vreedzame oplossing van de Palestijnse kwestie een onbereikbare droom zou blijven', aldus Yallop, die Carlos in 1989 zegt te hebben ontmoet in Damascus.

De Britse schrijver acht niet alleen de communistische en Arabische geheime diensten, maar ook de westerse geheime diensten medeplichtig aan de creatie van de Jakhals - naar The Day of the Jackal van Frederick Forsyth. In de westerse mythologie werd de Venezolaan groter dan hij in werkelijkheid was, waardoor hij een instrument kon worden om angst voor terreur te zaaien, meer nog dan daadwerkelijk terreur te verspreiden. Volgens Yallop was Carlos een incompetente terrorist, die in paniek onnodig moordde.

Deze Carlos is, nu hij in een Franse gevangenis zit, een relikwie uit een vervlogen tijdperk. Carlos de Che Guevara-bewonderaar, die in de jaren zestig op voorspraak van de Venezolaanse Communistische Partij studeert aan de Moskouse Lumumba-universiteit en daar vervreemd raakt van het rechtlijnige Sovjet-communisme, is geweest. Ilich had zich in 1965, hij was toen 15, onderscheiden in een straatoproer in Caracas. Ook had hij als tiener een guerrilla-training op Cuba achter de rug.

In Moskou maakte hij de Palestijnse vriendjes die hem in 1971 uitnodigden een opleidingskamp voor guerrillastrijders in zuid-Libanon te bezoeken. De geheime dienst van de Sovjets, de KGB, wist toen al dat met Ramirez Sanchez geen land was te bezeilen. Zij lieten hem later over aan de Roemenen, Hongaren, Tsjechen, de Joegoslaven en de Oostduitsers. De Sovjets schopten hem zelfs van de universiteit vanwege anti-Russische gedragingen.

De Palestijnse zaak werd Ilich' alibi voor de wereldrevolutie. Als lid van het Speciale Commando 'buitenlandse operaties', een splinter van het Palestijnse Volksfront (PFLP), meldde hij zich in 1973 onder de naam Carlos Martinez in Parijs. Zijn eerste aanslag op een zionistenleider in Londen mislukte. De politie begon een dossier aan te leggen dat de internationale justitie twintig jaar later van pas zal komen.

Carlos' organisatorische capaciteiten zijn veel geroemd. Het Duitse oud-Baader-Meinhof-lid Hans-Joachim Klein vertelde in 1978 aan het weekblad Der Spiegel dat Carlos een netwerk had gecreëerd waarin onder meer de Duitse Baader-Meinhof-groep, Turkse en Italiaanse terroristen, het Japanse Rode Leger, de IRA, de ETA en Zuidamerikaanse stadsguerrilla-groeperingen waren opgenomen. Uit archieven van de Oostduitse Stasi bleek in 1991 dat Klein de waarheid sprak.

'Hij is een wandelende encyclopedie van het Middenoosterse terrorisme', zei Carlos' fictie-biograaf Yallop gisteren. Hoeveel stinkende zaakjes Carlos voor de Arabische leiders heeft opgeknapt, is onbekend. Wanneer hij zelfstandig optrad, is onduidelijk. Door de mythevorming werden op een zeker ogenblik alle terreurdaden die onopgelost bleven, aan de 'Jakhals' toegeschreven.

Zelfs bij de gijzeling van Israëlische atleten in München (1972) zou hij een rol hebben gespeeld, hoewel de Israëlische geheime dienst dat zelf glashard tegenspreekt. Ook is Carlos betrokken geweest bij de overval van het Japanse Rode Leger op de Franse ambassade in Den Haag (1974) en de bomaanslag op een Franse TGVtrein bij Toulouse (1982). De lijst kent geen einde.

Carlos is voor sommigen een would-be-revolutionair, voor anderen een 'charmante psychopaat'. Een Jakhals is hij volgens Carloswatchers nooit geweest, dat zouden zijn publieke vijanden van hem hebben gemaakt.

Guido Goudsmit

Meer over