‘Terrorisme tast het basale vertrouwen van mensen aan’

De officieren van justitie Plooy en Van Dam achten bewezen dat de Hofstadgroep een criminele organistatie is. Zij onderbouwen dat aan de hand van criteria....

De officieren van justitie Plooy en Van Dam achten bewezen dat de Hofstadgroep een criminele organisatie is met terroristisch oogmerk. De belangrijkste thema’s uit het requisitoir.

Angst: Het zaaien van angst is volgens het OM een belangrijk wapen van terroristen en speelt ook een cruciale rol binnen het Hofstadnetwerk. De aanslagen van 11 september 2001 in Amerika maakten wereldwijd duidelijk hoe eenvoudig het is voor een stel ogenschijnlijk onopvallende mannen het alledaagse leven lam te leggen en een bevolking angst aan te jagen.

Terrorisme speelt met die angst, tast het basale vertrouwen van mensen aan en is bedoeld om ‘structuren die veiligheid bieden tot op microniveau te vernietigen’. Dat is volgens het OM ook wat Mohammed B. in zijn ‘oorlogsverklaring’ aan het Nederlandse volk wilde bewerkstelligen.

Verloop van onderzoek: Het Hofstadonderzoek is complex geweest en in samenhang met andere onderzoeken verlopen. Zo is onder meer uit het onderzoek naar de moord op Van Gogh en oude en nieuwe terreurverdenkingen tegen Samir A. geput. De eerste aanwijzingen dat er sprake is van een groep met terroristische bedoelingen stammen uit oktober 2003, toen een aantal Hofstadverdachten (onder wie Jason W. , Ismail A. en de geestelijk inspirator de Syriër Abu Khaled) werd opgepakt. De contouren van de huidige groep verdachten werden toen al zichtbaar. Destijds was ook al duidelijk wat de groep samenbindt: de radicale politieke islam en de ‘strikte uitleg van tawheed’ (de eenheid van god), volgens het OM ‘het voorportaal van geweld’.

AIVD-informatie: Het OM ziet het Hofstadonderzoek als een markering in de geschiedenis van de onderlinge verhoudingen. Voorheen werden mondjesmaat ambtsberichten verstrekt door de inlichtingendienst. Na de moord op Van Gogh kwam een stroom berichten op gang. Zelfs afgeluisterde gesprekken die konden worden getoetst, werden aan het OM ter beschikking gesteld. ‘Een unicum’, aldus de officieren. De ambtsberichten zijn gebruikt als begin van het onderzoek en worden niet ingebracht als hard bewijs. De afgeluisterde gesprekken worden wel gebruikt om de bewijsvoering te onderbouwen.

De groep: Wat is minimaal nodig om tot een criminele organisatie (met terroristische oogmerk) te horen? Volgens het OM moet de verdachte tot het samenwerkingsverband horen, maar hoeft hij niet iedereen te kennen. Deelnemingshandelingen zijn: met elkaar lessen krijgen, praten, geschriften, beeld- en geluidsmateriaal bekijken, beluisteren en verspreiden. En ook: contact onderhouden over de ideologische rechtvaardiging voor het plegen van geweldsmisdrijven. De ondergrens is: zich niet distantiëren van het radicale gedachtegoed. Ook de verdachte die ‘misschien’ tegen het bedreigen of het doden van beledigers van de profeet is, maar de groep wel beschouwt als zijn ‘broeders’ en geen afstand neemt, behoort tot de organisatie.

Meer over