Nieuws

Territoriumdrift in de Himalaya: China sticht stiekem drie dorpjes net over de grens met Bhutan

Hoog op de onherbergzame berghellingen van de Himalaya doet China aan een nieuwe vorm van landjepik: knabbelen aan het territorium van buurland Bhutan. Volgens de tibetoloog Robert Barnett, die drie verscholen Chinese nederzettingen vlak over de grens ontdekte, staat er meer op het spel dan een paar dorpjes.

Een vrouw in India doet tijdens een onderbreking van de lockdown boodschappen. De Himalaya op de achtergrond is al decennia een gebied waar buurlanden India, China en Bhutan met elkaar overhoop liggen over de juiste landsgrenzen. Beeld AP
Een vrouw in India doet tijdens een onderbreking van de lockdown boodschappen. De Himalaya op de achtergrond is al decennia een gebied waar buurlanden India, China en Bhutan met elkaar overhoop liggen over de juiste landsgrenzen.Beeld AP

Het begon klein, met Tibetaanse nomaden en 64 jaks. Terwijl ze hun runderen lieten grazen, verfden de herders de Chinese vlag en de communistische hamer en sikkel op de rotsen van de Beyul-vallei, een afgelegen berggebied in het noorden van buurland Bhutan. Vervolgens vestigden vier Tibetanen zich in de vallei. Daarna kwamen Chinese wegenbouwers, gevolgd door soldaten, politiemensen en kaderleden van de Communistische Partij. En nu staan er minstens drie Chinese dorpen op Bhutaans grond.

De vooraanstaande Tibet-kenner Robert Barnett heeft deze tot dusver onbekende vorm van Chinees landjepik ontdekt op de zuidelijke flanken van de Himalaya, net over de grens met Bhutan. Met een team Tibetaanse collega’s pluist Barnett al decennia alle Chinese staatsmedia uit op berichten over Tibet. Die staatsmedia schrijven graag over Chinese partijbonzen, die de elementen trotseren om de banden met het volk op afgelegen plaatsen aan te halen. Dus toen Wang Jingye als hoogste partijsecretaris van Tibet in april 2020 het grensgehucht Gyalaphug opzocht, zag Barnett geen nieuws in de stortvloed van propaganda rond het bezoek. Tot hij de kleine lettertjes van één fotobijschrift zag.

Stiekeme dorpjes

‘De Chinezen hebben een fout gemaakt door daar de naam van een bergpas te vermelden, die op Chinese kaarten tot in de jaren negentig duidelijk op Bhutaans grondgebied staat. Dat was het eerste bewijs dat de Chinezen een dorp hadden gebouwd in buurland Bhutan’, aldus Barnett telefonisch vanuit het Verenigd Koninkrijk, waar hij verbonden is aan verschillende universiteiten. Na de ontdekking van dat eerste stiekeme Chinese dorpje spitte hij zijn archief van Chinese nieuwsberichten door en vond nog twee soortgelijke nederzettingen, net over de grens met Bhutan.

Onder het motto ‘welvarende dorpen naast de grens’ heeft China de afgelopen vier jaar zo’n tweehonderd dorpen vlak bij de zuidelijke grens in de Himalaya gebouwd, waar Tibetanen worden gevestigd om de ‘dorpen tot forten en huishoudens tot uitkijktorens’ te maken. De nieuwe bewoners worden overgehaald zich daar te vestigen met de belofte van een nieuw huis en subsidies van 1.527 euro per jaar per huishouden, voor deze contreien een gul bedrag.

Een van de Chinese dorpjes op Bhutaans grondgebied. Links oktober 2020 en rechts december 2020. Beeld Maxar Technologies
Een van de Chinese dorpjes op Bhutaans grondgebied. Links oktober 2020 en rechts december 2020.Beeld Maxar Technologies

Barnett zegt: ‘99,5 procent van de nieuwe dorpen staan op Chinees grondgebied, maar het is een ongelooflijke provocatie om aan de andere kant van de grens te bouwen. Toch heeft China dat gedaan, blijkt uit 83 artikelen over de dorpen in de staatsmedia. Die vermelden natuurlijk nergens dat het om Bhutaans grondgebied gaat.’ China ontkent immers in alle toonaarden dat het op Bhutaans gebied aan het bouwen is. Maar dat gebeurt wel, zegt Barnett. Het gaat om één procent van Bhutan – alsof Duitsland zomaar de Noordoostpolder opeist – die China van Bhutan heeft ‘afgeknabbeld’.

null Beeld

Alle inspanningen dienen volgens Barnett een Chinese strategie om militair overwicht te krijgen op een andere plek, namelijk in een van de vele betwiste gebieden aan de grens met India, China’s regionale concurrent. Beijing en New Delhi liggen met elkaar in de clinch over hun 4.050 kilometer lange grens. Een van die conflicten draait om Doklam: op dit drielandenpunt raken China (Tibet), India (Sikkim) en Bhutan elkaar. Een smalle landstrook, de Siliguri-‘kippennek’ die het noordoosten met de rest van India verbindt, is voor India militair een kwetsbaar punt. Vandaar dat China hapjes Noord-Bhutan neemt om meer naar het zuidwesten het Bhutaanse deel van Doklam te pakken te krijgen. Daarmee zou China comfortabel op een hooggelegen, strategische voordelige positie zitten op zo’n 100 kilometer van India’s zwakke plek.

De Beyul-vallei is dus ruilmateriaal, aldus Barnett. ‘Bhutan krijgt 495 vierkante kilometer in het noorden terug, tegen 269 vierkante kilometer in het zuidwesten van Bhutan. China is al sinds meer dan een kwart eeuw bezig met deze langetermijnstrategie, maar Bhutan hapt niet toe.’

In een artikel in Foreign Policy dat Barnett over de kwestie schreef, wilden geen van de betrokken regeringen reageren. De onderhandelingen tussen China en Bhutan, dat probeert niet verpletterd te raken tussen de twee buurlanden, lopen immers nog.

Keizerlijk document

Bhutan, traditioneel een bondgenoot van India, had nooit een grensgeschil met China tot 1983, toen Beijing op de proppen kwam met een antiek keizerlijk document dat Tibetaanse nomaden het recht gaf hun vee te laten grazen in de Beyul-vallei. China schermde met dat nooit gepubliceerde document om die vallei tot ‘betwist gebied’ uit te roepen, maar beloofde Bhutan middels een verdrag in 1998 de status quo niet te veranderen.

Achter de schermen voerde China echter de druk op, door Tibetaanse nomaden naar de Beyul-vallei te sturen. Deze tactiek lijkt op de intimidatie van Chinese burgermilities van vissers in betwiste gebieden in de Zuid-Chinese Zee. Barnett: ‘Met één verschil: die vissers in de Zuid-Chinese Zee mogen terug naar huis, de Tibetaanse nomaden niet. Vier van hen vestigden zich in 1995 op een voor mensen vrijwel onbewoonbare bergrand.’

Chinese staatsmedia schrijven lyrisch over het viertal, dat de barre winters op de hooggelegen bergrand overleefde op een half zakje aardappelen en tien kilo rijst – en hun vaderlandsliefde. In de hoop dat Bhutan een stukje Doklam opgaf, liet China daar ruim twee decennia lang de nomaden afgesneden van de buitenwereld bivakkeren.

Na een eerste bezoek van een partijbons in 2013 versnelde China in 2015 het tempo door miljoenen te besteden aan het bouwen van woningen, wegen en waterkrachtcentrales in de vallei. Inmiddels wonen er zo’n veertig Tibetanen, zegt Barnett. ‘In de zomer komen daar naar schatting 150 mensen bij: Han-Chinese militairen, grenspolitie, partijkader en veiligheidspersoneel. Daarmee is de militarisering van deze betwiste vallei in Bhutan een voldongen feit.’

Meer over