Ter Veldhuis stijgt boven zichzelf uit

Een afstand van veertig meter scheidde de beide uiteinden van het Koninklijk Concertgebouworkest tijdens zijn Holland-Festivaloptreden in de gashouder van de Westergasfabriek....

Super-stereofonie, daar was het om begonnen. De oude componisten kwamen goed mee in dit moderne programma, getuige Mozarts Menuetto voor vier orkesten, en de twee groepen koperblazers die aantraden in de Sonata pian'e forte van Giovanni Gabrieli.

Fascinerend was het metafysisch getinte gebeier van From the Steeples and the Mountains, dat de Amerikaan Charles Ives een eeuw geleden componeerde. Zijn landgenoot Henry Brant (91) heeft in zijn oeuvre het concept van de spatial music nog verder ontgonnen. Zijn Antiphony One uit 1953 voor vijf instrumentale groepen en evenzoveel dirigenten is een even fantasie-als contrastrijk stuk, dat de gimmick ten enenmale ontstijgt.

In de twee opdrachtcomposities die het KCO in conjunctie met het Holland Festival heeft laten vervaardigen stond de combinatie van beeld en geluid voorop. Parteitag van de Australiër Brett Dean was veruit het minst overtuigende onderdeel van de avond. Grandioos daarentegen is N OW , ontstaan uit een nauwe samenwerking tussen componist Jacob ter Veldhuis en Studio Drupsteen.

Ter Veldhuis' hoogst Hollandse voortzetting van de lijn Steve Reich-John Adams kenmerkte zich altijd door een verheven platheid, maar in dit stuwende, eveneens heen en weer ketsende werk stijgt hij boven zichzelf uit. Daarbij wordt hij in niet geringe mate geruggesteund door Jaap Drupsteen (de ontwerper van de laatste guldenbankbiljetten) en zijn zoon Floris, die met een mengeling van concrete en abstracte beelden de NOW-muziek hebben voorzien van de ultieme klassieke clip. Beide componenten neigen weliswaar naar overkill, maar de eendracht waarmee ze dat doen is zonder meer groots.

Meer over