Teppers ingekookte ik

EEN VAN DE opvallendste debuten van de jaren negentig was de roman De eeuwige jachtvelden (1995) van Nanne Tepper, die het met de ontroerende opvolger De vaders van de gedachte (1998) moeiteloos tot een Libris-nominatie schopte....

En daarna bleef het toch stil. Of het een stilte voor een nieuwe storm is, blijft nog even onzeker, nu Teppers uitgever heeft besloten tot het landelijk verspreiden van de 'roman' die een novelle is, en die in 1997 'alleen in Groningen' verscheen in een oplage van 500 exemplaren: De avonturen van Hillebillie Veen. In feite gaat het om een uitloper van de debuutroman, bevattende het relaas van de Veendammer middelbareschoolliefde tussen Yvonne en Hille, die natuurlijk begint als het meisje de Lolita-leeftijd van dertien heeft. Die liefde is zo heftig dat zij weer barst, en als Hille eenmaal een stevig blowende student aan de lerarenopleiding in Groningen is en Yvonne tien jaar later nog eens ontmoet, zegt ze hem zwanger te zijn. 'Ze leek niet blij me te zien,' is de laatste zin van De avonturen van Hillebillie Veen. Hoe die conversatie verder verliep, is na te lezen in de brief van 'Cowboy Veen' die in het derde deel van De eeuwige jachtvelden is opgenomen: 'Ik zeg: 'Zo?' Ik lees tenslotte weleens een boek en zweer bij Bomans. En ik voeg daar aan toe: 'Ach ja, zo is het lot.'

Hille Veen met de cowboylaarzen is een bijfiguur in Teppers eerste roman. In weer een ander uitgaafje, Atonale schertsen, verschenen als relatiegeschenk van uitgeverij Contact bij de jaarwisseling 1996-1997 (en dus niet in de handel), noemde Tepper deze Cowboy Veen 'niet zozeer mijn alter ego als wel mijn ingekookte ik'. Mocht de auteur het geduld van de gretige lezer nog langer tarten, dan moest ook dat boekje maar voor gans het volk beschikbaar komen.

Of deze bespreker zich daar dan over zal buigen, moet vooraf worden betwijfeld. In de kennisgeving die aan deze Avonturen voorafgaat, staat immers in niet mis te verstane bewoordingen dat 'personen die lering trekken uit dit verhaal zullen worden vervolgd; personen die er lollig over doen zullen worden verbannen; personen die er beschouwingen aan wijden zullen worden doodgeschoten.'

Zo is Tepper: hij weet ook wel dat zijn vertelling niet tot de origineelste behoort, maar doet er alles aan te voorkomen dat er door derden meewarig over wordt gedaan. Want waar gaat het om? Welnu, om de eerste echte jeugdliefde, zoenen in het fietsenhok, roken en drinken in de kroeg, om de eerste orgasmes. En vervolgens om de inktzwarte scheuten van weemoed, die de stoere Veen beduidend onvaster in de cowboylaarzen doet staan.

Geen denken aan dat wij hier lollig over gaan doen. Maar ja, die beschouwing, die is op dit punt al tot de tweede helft gevorderd, dus als ik binnenkort door bruut geweld het leven laat, weet u waar de dader moet worden gezocht.

Sterker dan voorheen is aan deze novelle af te lezen, dat Tepper een voorzaat heeft in het ophogen van een nogal banaal jeugdverhaal door middel van stilistisch vuurwerk: dit boekje doet sterk denken aan de Autobiografische flitsen en fratsen (1969), waarin het Nijmeegse taalfenomeen Pé Hawinkels (1942-1977) zich machtig uitleefde in een terugblik op zijn Hoensbroekse jeugd: 'Buurvrouwen schimpten, stikkend van drift, maar, typerend genoeg, het plat éventjes verwaarlozend, op mijn eerste, allerminst wankele stappen: 'Het jong is nog te verwaand dat hij kijkt waar hij zijn teringpootjes neerzet', en ook in mijn rijpere levensjaren heb ik meegetorst aan het odium dat op mijn geslacht rust, welks kracht en zelfbewustheid als verachtelijke hoogmoed worden uitgelegd. Meisjes riepen mij, zwetend & klappertandend van venijn, na dat ik 'zo mooi kon lopen, net een meid', en leraren en onderwijzers beiden zijn tot op de dag van vandaag blijven walgen als mijn naam genoemd wordt.' Ook de manier waarop de lezer de wind van voren krijgt, is identiek. Hawinkels: 'Schrijf dan zelf wat, als u het weer beter weet.' Tepper, na een indringende liefdesscène: 'Nu mag u terug naar uw cryptogram.'

Havo-klant Hille Veen werd reddeloos verliefd op Yvonne met haar witte sokjes en knuffelbeesten, wier ouders beiden vreemdgingen en wier vader haar nooit had willen hebben. De cowboy kwam dus als geroepen. 'Ik durf het zo te stellen dat het zeer doet: zij bloeide op onder mijn klauwen. Zij kreeg een grote bek, een ferme grijns, haar lichaam ontvouwde zich onder ontelbare ogen; zij mat zich een houding aan.'

Met gevaar voor eigen leven, maar niettemin moet het mij van het hart: echt pijn doet deze formulering nog niet. Maar Tepper kán schrijven, en in De avonturen van Hillebillie Veen staan een paar scènes die wél schrijnen, namelijk als de idylle historie is en de twee elkaar kortstondig ontmoeten, wat machteloze woordjes uitwisselend. Yvonne heeft inmiddels een Turkse vriend, en de manier waarop Tepper beschrijft hoe Veen zijn stoerheid wil bewaren, terwijl er in zijn binnenste wordt gegild van hartzeer - het opgekropte verdriet dat niet tot een ontlading komt maar schoorvoetend wordt aangeraakt; die passages rechtvaardigen deze heruitgave ten volle.

Er staat ons, voor de donder!, nog wat te wachten als Tepper zich ten langen leste aan zijn eigen manen uit het veenmoeras trekt.

Meer over