Tentoonstelling in Het Kruithuis wil wat doen aan slechte imago plastic Vitrines die lijken op een bezemkast

't Is plastic, vormgeving in kleur en kunststof tot en met 3 september in Het Kruithuis in Den Bosch...

Plastic is lelijk. Wegwerpartikelen zijn van plastic. Plastic doet goedkoop aan. En plastic is slecht voor het milieu. Kortom, er is nogal wat mis met het imago van plastic. Drie jaar geleden besloot het Kulturhuset in Stockholm daar wat aan te doen en stelde, met steun van de industrie, de tentoonstelling 't Is plastic! samen. Het moest geen parade van ontwerpers worden, maar 'een demonstratie van de haast onuitputtelijke mogelijkheden in de toepassing van kunststof-materialen'. Na Stockholm en Londen, is 't Is plastic nu in Het Kruithuis in Den Bosch te zien.

Plastic is de verzamelnaam voor alle kunststof-materialen, waarvan er inmiddels zevenhonderd bestaan. De oudste variant is die van de Duitse alchemist Schobinger. Hij wist in 1530 melkproteïne om te toveren tot een hoornachtige substantie, die hij vervolgens gebruikte voor zijn mozaïektableaus.

De bekendste voorloper van plastic zoals we het nu kennen is bakeliet, uitgevonden in 1907 door de naar Amerika geëmigreerde Belg Leo Hendrik Baekeland. Bakeliet had in de beginperiode de ondankbare taak om duurdere materialen als gedraaid hout te imiteren. Pas in de jaren dertig zou het materiaal meer op zichzelf komen te staan.

Het legioen bakelieten voorwerpen is op de tentoonstelling verdeeld over vrij statische vitrinekasten. Asbakken en tabakspotten in de kast 'roken', camera's en de eerste transparante celluloidfilm in de kast 'beelden', stekkers en schakelaars in de vitrine met de tuttige titel 'bescherming'. Maar er zijn prachtige exemplaren bij. Een inklapbare tafellamp uit 1945 van het Franse merk Jumo, een plakbandhouder uit de jaren veertig van het Duitse Tesa, of de viewmasters van het Amerikaanse Sawyer's van rond 1930 - de gladde vormen en de diepe roodbruine kleur hebben de tijd glansrijk doorstaan.

In Amerika ontwikkelde de plastic-industrie zich sneller dan in Europa. Daar hadden ze vlak voor de oorlog al nylon kousen en plastic radio's, na de oorlog werd de consument overspóeld met plastic. Het optimisme van de jaren vijftig maakte van consumenten snelle gebruikers. Keukenaccesoires werden net als automodellen aan mode onderhevig. Ieder jaar verschenen nieuwe modellen en kleuren.

Eind jaren vijftig was het plotseling gedaan met de enorme populariteit van plastic. Deels kwam dat doordat plasticfabrikanten elkaar dood concurreerden door steeds dunner, kwalitatief slechter plastic te vervaardigen. Maar vooral was de nieuwigheid eraf. Plastic was out, plastic was vulgar en van dat imago zou het voorlopig niet afkomen. Ook de korte, hevige pop-art periode in de vroege jaren zestig met plastic meubels, kleding en accesoires kon het tij niet keren.

De vitrine met keukenhulpjes uit de jaren vijftig bevat waarschijnlijk de mooiste exemplaren uit deze tijd. Ontwerpers zijn anoniem want plastic massaprodukten, daar maakte je geen naam mee. In het midden de 'sli-saw-all', een felgeel kronkelend geval dat het duizend-dingen-ding van Tupperware blijkt te zijn. En, hoe zorgvuldig gemoddeleerd het stilleven van de matteklopper, overschoenen en kleerhangers in de vitrine 'karweitjes' ook is, je zou zweren dat je voor de bezemkast van je ouderlijk huis stond.

In een fluorescerende plexiglas kast zijn de laatste medische hoogstandjes verstopt. Een hartklep blijkt in doorsnee slechts twee centimeter te zijn. Een kunstheup ziet er uit als een soort van moderne deurkruk. Ieder apparaat dat in het menselijk lichaam wordt ingebouwd is van plastic, omdat de stof het enige synthetische materiaal is dat niet door het lichaam wordt afgestoten.

Een grote, lompe jerrycan blijkt de benzinetank van een Volvo (type 740 en 940) te zijn. Volgens de begeleidende tekst levert het vervangen van metalen auto-onderdelen door plastic de Europese automobilisten jaarlijks een besparing van zes miljard liter brandstof op.

Manshoge plexiglas zuilen, volgestort met recyclebare plastic shampooflessen en statiegeldflessen, verbeelden de strijd tegen de enorme afvalberg, misschien wel de grootste veroorzaker van het slechte imago van plastic. Zweden, een land dat in recycling voorop loopt, hergebruikt 5 procent van het plastic en heeft zich ten doel gesteld om in 2000 65 procent van het verpakkingsmateriaal te recyclen.

Op de tentoonstelling is slechts een handvol creaties van bekende ontwerpers te zien. Zo hangen er twaalf rode draagbare typemachines aan de muur van het type 'Valentine' die Ettore Sottsass jr samen met Perry King in 1969 voor Olivetti ontwierp. De vier futuristische jurkjes zijn creaties uit 1992 van Paco Rabanne, die kleine plastic driehoekjes ingenieus met schakels aaneen heeft geregen. Samen met Rudi Gernreich, Comme des Garçons en Jean Paul Gaultier mag hij tot de plastic-pioniers in de modewereld gerekend worden. Heel bijzonder is de 'flexicap' van Maria Blaisse, die in 1987 werd ontworpen voor modehuis Issey Miyake - een platte, neopreen-rubberen driehoek, vierkant of cirkel die in een handomdraai is te veranderen in een ander hoofddeksel.

Ook in de kunst wordt geëxperimenteerd met plastic. Een voorloper op dat gebied is Naum Gabo die al in 1936 een sculptuur van nylon maakte. De grote doorbraak kwam pas in 1960 toen in Parijs de kunstenaarsgroep 'Nouveau Realistes' werd opgericht. Arman, César, Klein, Tinguely, Vigleglê, en later ook Christo en Niki de Saint Phalle lieten zich inspireren door plastic.

Meubels en kunstwerken van plastic zijn helaas op de tentoonstelling niet aanwezig. Het doorlopende diaprogramma op kleine monitoren en de rijkelijk geïllustreerde Zweeds-Engelstalige catalogus geven niet meer dan een indruk.

Annemieke Jansen

Meer over