Tennisbal met graslucht

In de Catherine Keijl Show van vorige week kreeg men te horen welke cadeautjes men tegenwoordig wel en niet kan geven....

Nederland begint eindelijk geur te ontdekken. Ons klimaat is eigenlijk te koud om veel te ruiken. De zomer waarin kruiden geuren, je op straat kunt ruiken wat alle buren koken en mensen stoer onder de oksels rieken, is zo kort dat Hollanders het fenomeen geur maar helemaal negeren. We exporteren meer bloemen dan welk ander land ook, maar zelfs dat product is geurloos. Laten we het over groente niet eens hebben.

Maar nu de technologie kan compenseren waaarin de natuur tekortschiet, lopen Hollanders warm voor geur. Om te vertellen wat de nieuwe mogelijkheden zijn, organiseerde SENTA Aromatic Marketing een congres over commercieel gebruik van kunstmatige geurstoffen.

Hotel Okura Amsterdam was gekozen als toepasselijke locatie. Via de luchtverwerking wordt in het hotel de geur van groene thee verspreid. Een geur waarmee ik vroeger niet vertrouwd was, maar die ik tegenwoordig met het hotel begin te associëren. De geur hoort bij de bedrijfsidentiteit van Okura. Een goed voorbeeld van moderne geurmanipulatie.

Japanse kinderen leren op school geurtjes te mengen, zoals Nederlandse kinderen dat met kleurtjes doen. In Japan worden subtiele geuren verspreid in kantoren, winkels en fabrieken. Zij zijn nauwelijks te ruiken, maar verbeteren wel de stemming en de werkcondities. In sommige nachtclubs van Tokio zijn aroma-therapeutische kamers te vinden, waar geuren kalmeren, opwekken of stimuleren tot seks. Maar - behalve door de locatie - kwam Japan niet ter sprake op het congres.

Eerst werd uitgelegd hoe geur in de hersenen verwerkt wordt. We ruiken via de neus. De impulsen gaan direct naar de limbische hersenen die door velen gezien worden als de zetel van onze emoties. Het bezit van dit hersendeel hebben we gemeen met dieren. Het is slechts geschikt voor simpele vraagstukken: willen we eten of weglopen, seks of aanvallen?

Het feit dat we zo weinig woorden hebben voor geuren, zou voortvloeien uit het feit dat onze 'dierlijke' limbische hersenen niet in woorden denken. Over geur kan niet in analytische taal worden gesproken. Slechts in vage aanduidingen en associatieve vergelijkingen. Wie geur wil beschrijven, moet irrationele taal spreken: poëzie.

Drs. Ton Teerling, van International Flavor & Fragances, vroeg zich af of het wel helemaal eerlijk is mensen aan te spreken op hun emotionele hersendeel. Personen met geur bewerken, betekent hun stemming beïnvloeden via een methode die zij niet kunnen controleren en meestal niet eens doorhebben. Is het moreel wel verantwoord mensen met geurtjes te verleiden en winkels binnen te trekken?

Mevrouw A. van Rijnsoever van het blad Textielvisie greep de microfoon. Zij vond van niet. Zij zou zich bedonderd voelen als zij door een onruikbaar chemisch luchtje ergens zou worden binnengelokt. Als winkels dit soort methodes gaan hanteren, moeten er waarschuwingsborden komen. Dan is mevrouw Van Rijnsoever op haar hoede.

Niemand leek het met haar eens te zijn. Tijdens een koffiepauze, waarin koffiebranders de Drie Mollen ongelooflijk smerige koffie serveerden, was er niemand te vinden die bezwaar maakte tegen kunstmatig gebruik van geur.

Het is immers niets nieuws. Vroeger werd er veel meer met geurmiddelen gewerkt dan tegenwoordig. Men dacht dat je van stank zelf ziek werd. Het middel daartegen was reukstof. Middeleeuwse chirurgijnen droegen daarom vogelhoeden, waarvan de snavel geurige kruiden bevatte die de arts moesten vrijwaren voor besmetting door stank. Huizen en andere ruimtes werden uitgerookt met reukstoffen om ze te ontsmetten.

Tegenwoordig leeft het idee nog altijd voort. Bijna alle schoonmaakmiddelen worden geparfumeerd. Eigenlijk zou het veel schoner zijn als er geen vreemde stoffen achterblijven op iets dat gewassen is, maar bijna iedereen vindt zijn truitje pas echt lekker als het naar wasmiddel ruikt. Zelfs mevrouw Van Rijnoever zal geen waarschuwingsborden willen ophangen in een pas geboende keuken omdat het frisse geurtje niet echt is.

Tijdens de lunch begon ik te twijfelen of geur echt wel zo'n onbewust effect heeft als de hele ochtend lang werd beweerd. We dronken twee bourgognes; een witte (Saint-Veran) en een rode (Brouilly). De witte was gemaakt van de Chardonnaydruif, die in de hele wereld verbouwd wordt en bijna overal een pissige wijn oplevert. Deze drank was echter 'rond en boterachtig', zoals culinair publicist Wina Born opmerkte. Het was duidelijk te ruiken dat hij uit Frankrijk kwam. Zo analytisch ruiken kan alleen de mens. (Honden hebben wel een goede neus, maar zij weten niet waar Frankrijk ligt.)

Mensen kunnen best nauwkeurig ruiken. Uit honderden hemdjes kan driekwart van een groep testpersonen het eigen bezwete kledingstuk herkennen. Bijna alle moeders kennen de geur van hun kinderen. Opmerkelijker is dat zelfs vaders de geur van hun net geboren baby herkennen. Dit doet een genetisch vastgelegde gevoeligheid vermoeden.

We kunnen dus wel ruiken, maar doen dat meestal onbewust. Om wel bewust te worden van geur, hoeft men zich er alleen maar op te concentreren. Vergelijkbaar is de tastzin. Ik voel niet dat ik op een stoel zit, tenzij ik mij bewust concentreer op het drukkende gevoel van de zitting tegen mijn billen. Zo werkt het ook met geur. Sterke reukmiddelen dringen altijd wel door tot het bewustzijn. Subtiele geuren moet je willen ruiken.

Na de lunch probeerde mr. W. Goosen ondernemers op te jutten geurstoffen toe te voegen aan oneetbare producten. Hij weet precies wat er nodig is om een geur te beschermen bij het merkenregister. Zijn bedoeling is dat merkartikelen niet alleen herkenbaar worden aan kleur, vorm en kwaliteit, maar ook aan de geur. In Engeland zijn er darts geregistreerd die naar bier ruiken, maar echt storm loopt het nog niet met de inschrijvingen. Mr. Goosen heeft zelf een tennisbal op het merkenregister gezet die naar gras ruikt.

Helemaal zonder gevaar is het toevoegen van geur aan oneetbare spullen niet. Zo'n vijf jaar geleden kwamen er vlakgommetjes en boetseerklei op de markt, die naar aardbeien of bananen roken. Veel kinderen begonnen tijdens de les hun gummetjes op te knabbelen, alsof het snoepjes waren. Met een aromatische tennisbal of een geurige spijkerbroek is dat risico aanzienlijk kleiner.

E. v.d. Adel van het bureau SENTA zei dat de maatschappij klaar is voor meer technologische toepassingen van geur. Consumenten moeten meer geuren gaan verbinden aan producten. Sinds de jaren vijftig ruiken babyproducten naar vanille. Sinds de jaren zeventig geurt zonnebrandcrème naar kokos. Die combinaties zijn bedacht door fabrikanten, maar zitten nu in de limbische hersenen van de consumenten geramd. Verwerk het aroma van kokos in het drukwerk van een vakantiefolder, en de lezer waant zich al onder de zon.

Enige jaren geleden werd de PTT benaderd door bedrijven die geurstoffen produceren. Samen besloten zij telefoonkaarten te ontwikkelen die naar aardbei, menthol of fresia roken. Het doel hiervan blijft onduidelijk (behalve dan de producenten van geurstoffen aan inkomsten helpen), maar de kaarten bleken een succes, alleen al door hun curiositeitswaarde.

Wat gaat de toekomst brengen? Zal een blinde aan de koektrommel kunnen ruiken of het een echte Alessi is of namaak? Zal hij papiergeld tegen zijn neus houden, om te testen of het een briefje van 10 of van 100 euro is? Gaan we bloemen exporteren die bestoven zijn met kunstmatige parfums? Of vindt mevrouw Van Rijnsoever dat nep?

Bij het naar buiten gaan passeert ze me. Ze ruikt niet naar zweet, urine of menstruatie. Ze draagt zelfs parfum. Mag dat zomaar? Moet zij geen bordje om haar nek waarop staat dat ze eigenlijk heel anders ruikt?

Meer over