Tenhemelopneming

Waarom negeert iedereen Annibale Carracci? Ik zit op een Chesterfieldbank in een achthoekige doorgangszaal van de Gemäldegalerie in Dresden, een stad die maar doorgaat zich zichzelf te herinneren, waardoor men in het verleden leeft als in een decor: het lijkt precies, maar het is niet echt....

Kees Fens

Uit de vier gangen die op mijn kruispunt uitkomen, komen voortdurend bezoekers. Aan de vier wanden hangen grote schilderijen. Ik kijk uit op een tenhemelopneming van Maria, die van Annibale Carracci blijkt te zijn.

Maar ik kijk toch meer naar de mensen. Het museum blijkt niet voor de jeugd. Er komt zeer veel ouderdom en gewicht langs, in die vermoeide traagheid die in elk museum al na enkele grote zalen ontstaat. Maar hier horen zeer oude mensen, want ook het museum blijft zich zichelf herinneren zoals het eens was. Het is donker en de muren hangen vol.

Niemand kijkt naar de vier schilderijen in mijn zaal. Soms staat even iemand stil. Ik hoop. Maar hij kijkt in het niets of naar zijn eigen benen. Of hij denkt wat hij zich moet herinneren: de tien schilderijen waar iedereen voor komt. Alle anderen zijn aankleding. Ook de tenhemelopneming van Maria van Annibale Carracci.

Daar gaat Maria, hoog in het schilderij. Zij lijkt een opvlucht te hebben genomen, maar ze wordt gedragen. Door engelen, hier in hun opgewekte kindergestalte van putti. Er zit vaart in. Achter haar musiceren enkele engelen. Maria wordt onder begeleiding van een viool en een bazuintje naar de hemel gedragen. Ze is nog maar net aan haar tocht begonnen. Onder haar staan de apostelen verbijsterd omhoog te staren, zoals zij dat bij de hemelvaart van Christus ook gedaan moeten hebben.

Ze hebben mooie rauwe, volkse koppen: de beschaving van de heiligheid moet nog beginnen. Een oudere, Petrus waarschijnlijk, dreigt flauw te vallen. Ze lijken ook weer op de herders die naar het laatste licht aan de hemel staarden, toen de engelen wegtrokken. Alle grote momenten zijn aan elkaar gelijk.

De opgevlogen Maria geeft het barokke schilderij vaart, maar de apostelen zijn in hun kijken ook dynamisch. Maria gaat naar de hemel, zij kijken naar de hemel. Boven is de vreugde, beneden het verdriet. Ook in de zaal; langs mij de vermoeide mensheid, in de hoogte het leven en de vreugde van engelen en hemel. Ik neem mij voor van het schilderij te gaan houden. Natuurlijk vooral omdat niemand ernaar kijkt. (Iedereen zou in een museum een altijd maar gepasseerd schilderij moeten adopteren; een keer in de maand gaat hij er langs, kijkt er even naar, houdt het zo in leven en langzaam gaat het zich iets van zijn verleden herinneren).

Annibale Carracci leefde van 1560 tot 1609. Hij schilderde de tenhemelopneming toen hij zevenentwintig was, en dat ging hem duidelijk niet boven zijn macht. Hij zal het vak al vroeg beheerst hebben, want zijn broer Agostino was een beroemd schilder; beiden leerden zij het vak van hun neef Ludovico.

Annibale is tijdens zijn vrij korte leven zeer actief geweest. Hij werd de beroemdste van de drie. Toen hij na een tweede beroerte sterf, werd hij in Rome (waar hij tussen 1595 en 1605 in het Palazzo Farnese zijn meesterwerken schilderde) in het Pantheon begraven en 'betreurd als Raffael'.

Dit alles wist ik niet toen ik op de Chesterfieldbank zat. Thuis kwam ik te weten wie ik had gezien. Ik schaamde me. Was ik niet even op die bank gaan zitten, ik zou het schilderij gepasseerd zijn als alle vermoeiden en bezwaarden die langs mij kwamen, allen komend van of op weg naar de Sixtijnse Madonna van Raffael, de glorie van het museum, maar toch niet meer dan een lief, wat zoet schilderij, vergeleken bij deze dynamische tenhemelopneming die dagelijks in die passage in het museum wordt opgevoerd. Ongezien.

Meer over