Tekenen 'met perspectief van een engel, of van God'

Een geheimzinnige plaats, met potlood ontworpen. De kunstenaar Paul Noble tekende deze fictieve plek met een arbeidsintensieve techniek. Wat is het?

Hij beaamt het direct: er bestaat lichter werk. Dat vond ook de stagiair die hij ooit had. Noble vroeg hem de ommuring op een tekening vol te stippelen. Een saai en repetitief karwei, maar na twee dagen klaagde de jongen dusdanig over pijn in zijn pols dat de kunstenaar hem heenzond. Sindsdien vult hij iedere centimeter weer eigenhandig, en ja, voegt hij desgevraagd toe, daar heeft hij lol in. Vanzelfsprekend, toch? Hij kijkt verbaasd.

Het was ook een flauwe vraag. Als hij tekent heeft zijn geest immers alle vrijheid; bovendien: fysieke inspanning is een kleine prijs bij het vooruitzicht op groots werk. En groots zijn ze, de hypergedetailleerde, extreem arbeidsintensieve potlood-op-grafiet-tekeningen (in mindere mate geldt dit ook voor de sculpturen en installaties) over het fictieve plaatsje Nobson die Paul Noble (1963) al bijna dertig jaar in beslag nemen; groots en groot.

De Britse kunstenaar exposeerde ze eerder in de Tate en in de Whitechapel Gallery, en vanaf vandaag in de grote zaal van Boijmans - zijn volledigste Nederlandse overzicht tot nu toe. Dat is ook de plek waar we praten. Op de grond. In kleermakerszit.

undefined

Me-fisty

Hij is klein van stuk, heeft een komisch accent en een speelse, springerige geest. Zijn parate kennis evenaart de hoeveelheid details op zijn tekeningen; zijn associaties zijn vaak maar net te volgen. Dan gaat het bijvoorbeeld over de kramp in zijn tekenhand, en dat hij om die kramp tegen te gaan vaak een vuist maakt, en dat die vuist net een figuurtje lijkt, en dat hij dat figuurtje uitwerkte in tekeningen, het een naam gaf, Me-fisty, en of zijn gesprekspartner ook niet vindt dat dat verdacht veel klinkt als Mefistofeles, de diabolische figuur die Faust werelds genot aanbood in ruil voor etc. etc.?

Die zelfopgelegde beperkingen in zijn tekenwerk, zo begrijp je opeens, zijn er niet voor niets.

Dat is niet altijd zo geweest. Als jonge Londense kunstenaar in de jaren tachtig deed Noble zo'n beetje alles; film, performance, installatie. Hij was een colorist in de geest van Richard Tuttle, zij het een die zich ook in de kraakbeweging begaf en meeliep in demonstraties.

Op een dag, zo wil zijn verhaal, besloot hij het roer radicaal om te gooien: 'Mijn engagement had gefaald en om mezelf te straffen besloot ik te doen waar ik het slechtst in was: tekenen. Vervolgens - het straffen ging nog even door - schrapte ik datgeen waar ik het meest van hield: kleur.'

Zijn eurekamoment: toen hij met het grafische programma Fontographer een serie letters ontwierp. 'Opeens zag ik het: de letters leken op gebouwen, ze vormden een geografische plek. Ik noemde haar Nobson, en nam twee jaar om haar uit te werken.' Dat, zegt hij grijnzend, was in 1997.

Wat voor plek is het, Nobson? Een ondefinieerbare plek, dat allereerst. Half ruïne, half nieuwbouwwijk, een kruising tussen een Maya-stad en de ontwerpen van Le Corbusier, en net als zulke plekken lijkt zij op het eerste gezicht uitgestorven. De pleinen zijn leeg. De bewoners - Nobsoniërs? Nobbies? - nergens te bekennen. Nou ja, bijna nergens. Enkelen hebben zich teruggetrokken in het doolhof, anderen doen onuitsprekelijke dingen op de begraafplaats (Nobsend), maar de levendigste taferelen vind je in de tekeningen op de bouwwerken: drol-vormige ventjes die zich te buiten gaan aan allerhande uitspattingen.

undefined

Isometrisch

Ook noemenswaardig: de tijd. In Nobson staat die stil: 'Kijk maar naar de schaduw, het is altijd 10:45 of 11: 45 in de ochtend.' Dan het perspectief. Dat is niet lineair, zoals we gewend zijn, maar isometrisch, met een aan militaire-cartografie en architectuur ontleende techniek, waarin voorgrond, midden en achtergrond gelijkwaardig worden weergegeven. Noble: 'Het tilt je ogen van de grond. Het is het perspectief van een engel. Of van God.'

Over wat die engel daar beneden ziet - daarover is het fijn speculeren. Er is een oude stad, Nobson Oldtown, en een nieuwe, Nobson Newtown; er zijn Henry Moore Mother-and-child-achtige sculpturen, er zijn gebouwen die aan moskeeën doen denken. Sommige stukken, zoals een integraal geillustreerd Bijbelverhaal op de zuilen in Welcome to Nobson, zijn direct te ontcijferen, andere lijken alleen voor de maker begrijpelijk, maar wat hier telt is het plezier van het ronddwalen.

Dat je jezelf op handen en knieën voor de plint terugvindt om ook die haarscherp getekende vuilniszakjes te kunnen bekijken, je hals rekt naar dat ene grafkapelletje, je je een ladder wenst om ook de bovenste details te kunnen zien. Kunst waarin je kunt verdwijnen, als kijker én maker. Het is, bevestigt Noble, een van de redenen dat hij de serie niet kan loslaten. Dat ze zijn tijd blijft opslurpen.

Al zijn tijd? Niet alle, zegt hij. Er is meer. Samen met zijn vriendin, de kunstenares Georgina Starr, werkt hij aan een animatie (deels in Boijmans te zien), en verder is hij al jaren bezig met een computerspel geïnspireerd op de gokkasten uit zijn jeugd. 'Daarin ben je een man die een zandkasteel wil bouwen maar gehinderd wordt door een baby.'

Nu al verheugt hij zich erop hoe het ooit deel uitmaakt van zijn presentaties, de aandacht trekkend 'als een dier dat gevoerd wil worden'. Een nerveus bliepend ding te midden van potlood en grafiet, keramiek, en die reusachtige sculpturen. Een merkwaardige combinatie. Echt Nobson.

NOBSON Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, 14 juni t/m 21 september.

undefined

Meer over