Tegenspraak is goed voor politie en justitie

Alle aandacht voor een efficiënte bedrijfsvoering hindert de kwaliteit van het juridische handwerk. Het is goed als burgers daarop wijzen, zegt Tom Schalken....

Kun je strafzaken oplossen met 'wildwest'-methoden à la Maurice deHond, die het onderzoek naar de Deventer moordzaak aan de kaak stelt(Binnenland en Forum, 18 en 21 februari)? Wordt het terrein van deopsporing verlegd naar goedbedoelde maar onoverzichtelijke, ongeleideparticuliere acties?

Als buitenstaanders zich op die manier met de rechtspleging gaanbemoeien, kan daardoor de samenhang en de integriteit van derechtshandhaving in het gedrang komen. Burgerinitiatieven zullen altijdeenzijdig een bepaalde invalshoek kiezen. Wie heeft dan nog het objectieveoverzicht?

Het geeft echter te denken dat een situatie is ontstaan waarinparticuliere acties kennelijk nodig zijn om het apparaat van politie enjustitie in beweging te krijgen. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Niet ontkend kan worden dat de eenzijdigheid van burger-initiatieven eenmaatschappelijke reactie is op de eenzijdigheid die politie en justitietijdens hun onderzoek naar de Schiedamse parkmoord (maar niet alleen daar)tentoon hebben gespreid. In die zin wordt de overheid met gelijke muntterugbetaald. Die eenzijdigheid bij politie en justitie is niet uit delucht komen vallen. Zij is het rechtstreekse gevolg van de grotereorganisaties in de jaren negentig en van veranderingen in het politiekeklimaat.

Bij de politie is te veel deskundigheid bij de recherche opgeofferd aanhet toezicht in de wijken. Wat er aan recherche overbleef, stondhoofdzakelijk in dienst van crime fighting, niet direct de goede sfeerwaarin ruimte is voor kritische vragen of de opgepakte verdachte wel dejuiste dader is.

Het openbaar ministerie (OM), dat formeel de leiding over de opsporingheeft, was in die periode zelf verwikkeld in een grote reorganisatie,waarbij zijn taken werden uitgebreid, met name buiten de rechtszaal. Hetaccent kwam vooral te liggen op het management van het nieuwe takenpakket.De moderne zakelijkheid bij het OM was geboren. Het productievirus nesteldezich al snel in de organisatie, waardoor de aandacht voor de beheersing vande aantallen strafzaken ten koste ging van de aandacht voor deprofessionaliteit waarmee die zaken moesten worden opgelost.

De politiek eiste ook een strakkere structuur bij het OM. Gevolg:politieke daadkracht ging de gerichtheid bij het OM bepalen. Dat speeldede sfeer van crime fighting in de kaart.

De grote paradox van de reorganisatie bij het OM ligt in zijnmaatschappelijke heroriëntatie. Aan de ene kant moest het OM wordenomgebouwd van een magistratelijk eilandenrijk naar een maatschappijbewusteen centraal geleide organisatie. Aan de andere kant heeft juist dieheroriëntatie een grotere maatschappelijke afstand tot gevolg gehad,ondanks ook goede (zoals buurtgerichte) initiatieven. Want de reorganisatieleidde weliswaar tot één organisatie, maar dan wel een die erg metzichzelf bezig was.

De defensieve en soms hooghartige wijze waarop het OM met kritiek vanbuiten omgaat (pers, advocatuur) is daarvan een goed maar triest voorbeeld.Intern is er genoeg onvrede, maar daarover een open discussie aangaan,wordt niet erg op prijs gesteld.

Helaas begint het productievirus ook de kring van rechters teinfecteren. De aandacht voor een efficiënte bedrijfsvoering dreigt ookdaar de aandacht voor de professionaliteit van het juridische handwerk teverdringen. De onvrede groeit ook onder rechters, maar hoe ga je eencultuur te lijf die zich inmiddels heeft gevestigd?

De hele rechterlijke macht is dan weliswaar geschrokken van degerechtelijke dwaling in de Schiedammer moordzaak, maar wat is er daardoorveranderd? Politie en justitie, met minister Donner voorop, hebben tal vanverbeteringen voorgesteld. Beter laat dan nooit - maar het betreft welallemaal achterstallig onderhoud.

Bovendien bevat het ambitieuze verbeterprogramma 'Versterking opsporingen vervolging' (november 2005) slechts de helft van de oplossing. Iedereenis er nu van overtuigd dat er intern meer aandacht voor tegenspraak moetkomen, meer ruimte voor kritische distantie, meer tijd voor reflectie. Maarbezinning heeft tijd nodig. Waar haal je die vandaan als rechters enofficieren van de ene naar de andere zitting moeten rennen?

Daarnaast hanteren minister en OM een verkeerd concept van tegenspraak.Zij beperken de organisatie van tegenspraak tot de relatie tussen politieen OM, maar vergeten daarbij dat de procesvoering in strafzaken een actieverol in een tegensprekelijk debat met een andere procespartij veronderstelt:de advocatuur. De rol van de advocaat komt in het hele programma niet voor,terwijl juist een grotere inbreng van de verdediging in strafzakengerechtelijke dwalingen kan helpen voorkomen.

Het probleem van justitie is dat de oplossing toch weer in de eigenorganisatie wordt gezocht, waar veel vertrouwen in elkaar wordtuitgesproken, want de relatie tussen politie en OM ligt erg gevoelig. Zostaat in het verbeterprogramma te lezen: 'De officier van justitierespecteert de eigen verantwoordelijkheid van de politie voor het juistuitvoeren van opsporingsonderzoeken, omdat hij er van op aan kan dat deinvulling van die verantwoordelijkheid door de politie van gegarandeerdekwaliteit is.' Is dit niet iets te veel vertrouwen, gezien alle kritiek opde kwaliteit van de opsporing?

De gekozen, in zichzelf gekeerde oplossing van minister en OM sluit aanbij een sterk waarneembare trend in wetgeving en rechtspraak van de laatstejaren, waarbij het de verdediging in strafzaken alleen maar lastiger wordtgemaakt. Fouten van politie, OM en rechters worden bij de rechtsganggemakkelijk door de vingers gezien, terwijl aan de verdediging steedshogere eisen worden gesteld en de geringste misstap onmiddellijk wordtafgestraft.

Ook de commissie waarbij vermoedens van gerechtelijke dwalingen kunnenworden aangemeld, is niet advocaat-vriendelijk opgezet. De procedure bijdeze commissie-Posthumus is voor een advocaat niet toegankelijk. Alleenfunctionarissen van politie en OM die in 'gewetensnood' verkeren, kunnener terecht. Van een open rechtscultuur is minder sprake dan ooit.

Bij die stand van zaken moet de rechterlijke macht niet klagen overwildwest-burgerinitiatieven die zwakke plekken in de rechtsgangblootleggen. Het is bedroevend te moeten vaststellen dat de activiteitenvan Peter R. de Vries en Maurice de Hond helaas onvermijdelijk zijn. Enbegrijpelijk.

Meer over