Tegendraads filmmaker

KEVIN TOMA

Een crowdpleaser was hij allerminst. Alexej Balabanov, die afgelopen zaterdag op 54-jarige leeftijd aan een hartaanval overleed, laat een oeuvre vol grimmige, lastige films na.

Al vanaf het begin van zijn carrière volgde de Russische cineast zijn eigen pad; hij maakte onder meer gruizige zwart-witbewerkingen van Samuel Becketts toneelstuk Happy Days (1991) en Franz Kafka's roman Het kasteel (1994), voor hij zijn grootste commerciële en internationale succes oogstte met het cynische misdaaddrama Brat (1997). Hierin trekt ex-soldaat Danila naar Sint Petersburg om zich daar, net als zijn broer, zonder scrupules onder te dompelen in het maffiamilieu. De vroeg gestorven acteur en regisseur Sergej Bodrov jr. vertolkte het cultpersonage eveneens in Balabanovs Brat 2 (2000).

Het succes van Brat stelde Balabanov in staat om zijn droomproject Of Freaks and Men (1998) te realiseren, een in anachronistische stijl gedraaid komisch drama vol perverse erotiek en opportunistische figuren. De harteloosheid van de Russische maatschappij legde hij nog compromislozer bloot in het even ranzige als onnavolgbare Cargo 200 (2007), vol misselijkmakend gesol met het lijk van een gesneuvelde soldaat. Cargo 200, dat op het International Filmfestival Rotterdam (IFFR) de persprijs won, was de laatste film van Balabanov die in de Nederlandse bioscopen werd uitgebracht; het met pontificale amputaties gevulde Morphia (2008), over een aan morfine verslaafde plattelandsdokter, en de eigenzinnige roadmovie Me Too (2012) waren hier enkel op filmfestivals te zien. 'Sommige mensen zeggen dat ik een schoft ben', zei Balabanov tegen de Volkskrant, toen op het IFFR Morphia werd vertoond. 'Ze zeggen heel slechte dingen over me. Dat is gebruikelijk bij mijn films. Mensen haten me, of ze juichen. Het maakt me niet uit. Ik weet wat ik heb gemaakt.'

undefined

Meer over