Interview

Tegen de stroom oproeien is een familie-eigenschap

Anton de Kom, Surinaamse schrijver, activist en verzetsstrijder. Beeld
Anton de Kom, Surinaamse schrijver, activist en verzetsstrijder.

Kleinzoon Antoine en achterkleinzoon Vincent de Kom spreken over hun bijzondere voorvader Anton de Kom, de activist en schrijver uit Suriname die is uitgegroeid tot een icoon van de antiracismestrijd. De Tweede kamer en het kabinet hebben zich een jaar geleden uitgesproken voor eerherstel, hoe kijkt de familie daar tegen aan?

Ianthe Sahadat

Voor sommigen is Anton de Kom een Nelson Mandela, een Anne Frank of een Johan Cruijff, een naam kortom die geen toelichting behoeft. Een naam ook die ergens voor staat.

Anton de Kom was een van de belangrijkste stemmen van de antikoloniale beweging aan het begin van de twintigste eeuw. De Surinaamse schrijver verzette zich tegen onderdrukking, uitbuiting, racisme en ongelijkheid. Hij hield lezingen en schreef artikelen, toneelstukken, poëzie en het literair manifest Wij slaven van Suriname. In de jaren twintig woonde en werkte hij in Nederland, waar hij banden aanging met linkse bewegingen. Maar zijn activisme kwam hem duur te staan: in 1933 is De Kom door het Nederlands regime als ‘oproerkraaier’ uit Suriname verbannen.

Zijn kinderen, kleinkinderen én achterkleinkinderen zetten zich al decennialang in voor rehabilitatie van hun voorvader en zijn gedachtegoed. Daar lijkt eindelijk schot in te komen. In 2020 belandde De Kom als eerste Surinamer in de Nederlandse geschiedeniscanon, de Tweede Kamer nam een motie tot formeel eerherstel aan en het kabinet kondigde in januari 2021 aan met een ‘ruiterlijk gebaar’ te komen.

Achterkleinzoon Vincent de Kom (30), beleidsmedewerker bij de FNV en voorzitter van de Amsterdamse afdeling van GroenLinks: ‘Dat is groots. Dat is heel belangrijk voor de familie.’

Kleinzoon Antoine de Kom (65), forensisch psychiater en dichter, wiens zevende bundel Demerararamen in 2021 verscheen: ‘Ruiterlijk, dat vind ik een interessant woord.’

Vincent: ‘Dat is politiek jargon.’

Antoine: ‘Ze moeten wel opschieten, want het is fijn als zijn kinderen het ruiterlijke gebaar nog meemaken.’

Vincent (links) en zijn vader Antoine zijn nazaten van Anton de Kom. Beeld Sanne de Wilde
Vincent (links) en zijn vader Antoine zijn nazaten van Anton de Kom.Beeld Sanne de Wilde

De afspraak met de nazaten was bijna een gesprek met drie generaties De Kom geweest. Maar Cees – een van de vier kinderen van Anton de Kom, tevens de vader van Antoine en opa van Vincent – is ondanks zijn scherpe geest en over het algemeen kranige lichaam, niet in staat om vanuit zijn woonplaats Paramaribo digitaal deel te nemen aan de ontmoeting. Hij ligt in het ziekenhuis.

Wij Slaven van Suriname is in 2020 opnieuw uitgegeven en belandde zelfs in de bestsellerlijst. Nog meer reden voor feest.

Antoine: ‘Feest? Rondom mijn grootvader is weinig feestelijk.’

Vincent schudt ondersteunend zijn hoofd.

Antoine: ‘Er is voornamelijk leed, leegte, verlies.’

Hoe bedoelt u?

Antoine: ‘Mijn grootvader liet een groot zwart gat achter. Hij verdween van de ene op de andere dag in 1944 en liet een enorme leemte achter. Die leemte is in de familie zeer bepalend geweest. Ook voor mij persoonlijk. De verdwijning. De leegte. Mijn grootmoeder heeft nog jarenlang in de erker van haar woning in Den Haag zitten wachten op haar man.’

Na zijn verbanning in 1933 was De Kom teruggekeerd naar Nederland. Tijdens de Duitse bezetting belandde hij in het verzet: hij schreef onder meer voor een ondergrondse krant. Na zijn arrestatie in 1944 is hij via de gevangenis in Scheveningen en Kamp Vught afgevoerd naar Duitsland. Daar stierf hij op 24 april 1945 in een buitenkamp van Neuengamme.

Uw grootmoeder wist niet dat hij in 1945 in een nazi-concentratiekamp was gestorven?

Antoine: ‘Die kans was natuurlijk groot. Maar ze wist het niet. Ze hoopte dat hij elk moment om de hoek zou verschijnen. Pas in 1960 is hij gevonden in een massagraf.’

Vincent: ‘De familie heeft meer dan vijftien jaar moeten wachten op het bericht van zijn dood.’

Antoine: ‘Wij woonden om de hoek van mijn grootmoeder in Den Haag. Nota bene in de Usselincxstraat. Willem Usselincx was een van de oprichters van de West Indische Compagnie (de handelsmaatschappij die actief was in Suriname en op de Antillen, red.). Als kind van een jaar of 7 ging ik vaak bij haar langs. Ze was fit, had een kat en speelde veel piano. Ik hield haar gezelschap. Dan merkte je dat er iets ontbrak.’

Sprak ze daarover?

Antoine: ‘Nee. Dat was onuitgesproken. Maar daardoor was het des te aanweziger.’

Vincent: ‘De stilte.’

Antoine: ‘De stilte na de verdwijning.’

Als anderen aan Anton de Kom denken, denken ze aan zijn strijd, zijn gedachtegoed. In de familie dus niet?

Antoine: ‘In de familie is de oorlog enorm bepalend geweest.’

Kunt u zich herinneren wanneer u ontdekte of hoorde waarmee uw opa zich bezighield?

Antoine: ‘Mijn vader en mijn tante Judith realiseerden zich dat hun vader zich inzette voor iets wezenlijks, dat het kolonialisme niet in de haak was en dat hij zich daar tegen keerde. Ik was vaak in huis aanwezig als ze bijeenkwamen met gelijkgestemden. Al begreep ik later pas wie die mensen waren en waar het zoal over ging.’

Vincent: ‘Judith de Kom heeft een enorm netwerk opgebouwd. Zij waren in zekere zin de voorgangers van mensen als Mitchell Esajas en The Black Archives of Sylvana Simons. Veel Surinaamse studenten die in de beweging actief waren, zijn later de politiek ingegaan. Ze vonden Anton de Kom in hun zoektocht voor de politieke toekomst. Toch?

Antoine: ‘Zij zochten een icoon, hadden een grote belangstelling voor de manuscripten van mijn opa die bij ons thuis lagen. Ze vroegen: mogen we die lenen? Vervolgens is bijna alles spoorloos verdwenen. Daar begon de eerste onwettige toe-eigening van wie mijn grootvader was en wat hij deed.’

Onwettige toe-eigening?

Antoine: ‘Nou, het werd geleend en niet teruggegeven. Achterover gedrukt. Pas toen de biografie in 2007 zou verschijnen, kregen mensen het te heet onder de voeten en kwamen veel manuscripten ineens weer boven water.’

Ze ‘leenden’ de geschriften omdat ze zijn gedachtegoed aanhingen. Neemt u hen iets kwalijk?

Korte stilte. Antoine: ‘Gestolen goederen.’

Vincent glimlacht.

Antoine, ernstig: ‘Ik vind dat je dat niet kan maken. Ideële motieven of niet. Dat heeft de familie enorm geraakt. Dat er zoveel mensen beter wilden worden van dat wat Anton de Kom was. Hij is van alle kanten misbruikt, door mensen die zijn imago wilden lenen.’

Verwijst u naar Desi Bouterse die in 1980, vijf jaar na de Surinaamse onafhankelijkheid, met een coup aan de macht kwam? Hij refereerde vaak aan Anton de Kom.

Antoine: ‘Hét klassieke voorbeeld. Hij knuffelde mijn grootvader dood. De legerleider (Antoine spreekt de naam Bouterse niet uit, red.) zette mijn grootvader op het geld, wat prompt niets meer waard was. De militaire overheersing leidde economisch tot een catastrofe.’

Anton de Kom op een Surinaams biljet van 100 gulden. Beeld
Anton de Kom op een Surinaams biljet van 100 gulden.

Vincent: ‘Het was een ordinaire coup en Anton de Kom werd gebruikt om er een soort ideologisch sausje overheen te gieten.’

Antoine: ‘Kort nadat hij werd beëdigd als president in 2010 heeft hij, zonder de familie te raadplegen, gezegd dat de stoffelijke resten van mijn opa naar Suriname moesten worden overgebracht. Hij wilde een mausoleum bouwen waar hij dan zelf op enig moment zou worden bijgezet, net zoals Hugo Chávez met de botten van Simón Bolívar. Hij is hem oneigenlijk blijven claimen.’

Zijn er meer voorbeelden van toe-eigening waar de familie niet blij mee was?

Vincent: ‘Er zijn veel momenten waarop geprobeerd is een gebaar te maken naar Anton de Kom dat een beetje ongelukkig is uitgepakt. De roman van Karin Amatmoekrim die bij de familie niet goed viel omdat ze een periode uit zijn leven had gefictionaliseerd. Het standbeeld in Zuidoost, dat prachtig is, maar ook: een naakte man, een verwijzing naar de slavernij, terwijl Anton de Kom altijd in een keurig pak rondliep met een hoed. Laten we het onhandig noemen.’

In de zojuist verschenen bundel Antonlogie over het gedachtegoed van zijn overgrootvader, onderzoekt Vincent wat Anton de Kom nu precies in 1933 in Suriname is overkomen. Het bevat (geheime) telegrammen over de ‘fel revolutionair agitator’, en hoe zijn overgrootvader werd geschaduwd vanaf zijn aankomst. Dat hij op het erf van zijn ouders met Javaanse en Hindoestaanse contractarbeiders sprak over hun schrijnende werk- en leefomstandigheden beviel het Nederlandse bewind allerminst. De Kom werd gearresteerd. De menigte die zich verzamelde om zijn vrijlating te eisen werd bruut neergeslagen. Er vielen twee doden en 22 gewonden. Nadien werd de politie ‘gehuldigd en beloond met een bierfuif’, De Kom werd ‘geëxterneerd’.

De gebeurtenissen gingen de geschiedenisboeken in als ‘de affaire De Kom’, vertelt Antoine. Hij leerde er als 11-jarige jongen op school over in Suriname, waar het gezin een periode woonde. Opa, ‘de oproerkraaier’.

‘Ik wist dat dit hoofdstuk eraan zat te komen, volledig vanuit koloniaal perspectief beschreven’, zegt Antoine. ‘Dus ik heb maatregelen genomen. Ik heb gevraagd of de onderwijzer van de belendende klas, meester Baenffer, een vakbondsman, wellicht uitleg kon geven over dit onderwerp.’

Wat revolutionair.

Antoine: ‘Van meester Baenffer?’

Nee, van u. Als kind.

Antoine: ‘Nou, het was 1967, ik was niet de enige die doorhad dat er sprake was van zoiets als een koloniaal perspectief. En ik was een vrij wit jongetje (Antoine had een moeder met een lichte huid, red.), dat gaf privileges. Ik zat op de eerste rij, de donkerste kinderen zaten achterin – naar een zwart jongetje was niet geluisterd hoor.’

Als iemand zijn leven geeft aan ‘de zaak’ heeft dat consequenties voor het thuisfront. Het maakt iemand niet per se de fijnste persoon om in je leven te hebben. Hoe is dat voor de generaties erna, voor jullie?

Antoine: ‘Het gezin is verwaarloosd. Door die combinatie van verwaarlozing en verdwijning is er een groot beroep gedaan op de generatie erna, mijn generatie. Ik kreeg min of meer de impliciete boodschap: doe iets, help dat gat te vullen.’

Werd dat tegen u gezegd?

Antoine: ‘Ik herinner me een hoofdredacteur van een krant in Suriname die vroeg: wil je in de voetsporen treden van je grootvader? Een oudoom zei precies hetzelfde. Toen was ik 11.’

Vincent: ‘Ik denk dat het ook komt omdat het zo abrupt is geëindigd. Zowel in Suriname als in de oorlog, twee keer is hij zomaar weggerukt.’

Vincent en zijn vader Antoine.  Beeld Sanne de Wilde
Vincent en zijn vader Antoine.Beeld Sanne de Wilde

Uw naam is ook vrijwel identiek. Heeft u die verwachtingen als een last ervaren?

Antoine: ‘Het is meer een levensopdracht waar ik zelf vorm aan moest zien te geven. Ik heb al jong geleerd dat de principes waar je voor staat voor alles gaan. Zo ben ik ook opgevoed: als persoon ben je ondergeschikt aan de zaak.

‘Ik ben gelijkmatig, word niet gauw kwaad, maar als het gaat over een aantasting van mensenrechten, onrechtvaardigheid of racisme word ik echt heel pissig. Dat voel ik als een kwestie van leven of dood.’

Hoe ziet dat er in het dagelijks leven uit?

Antoine: ‘Ik ben niet voor niets de forensische psychiatrie ingerold. Ik ben geneigd het gevaar liever dichtbij te houden, dat is vast een uitvloeisel van een familieachtergrond met de oorlog: je moet het kwaad in de ogen zien, dan kun je er op reageren.

‘En ik begon wonderlijke teksten te schrijven die uiteindelijk gedichten bleken te zijn. Dat is een andere manier om iets te doen met een achtergrond die nauwelijks te behappen valt.’

Poëzie als middel om er vat op te krijgen?

Antoine: ‘Poëzie heeft geen functie.’

Leest u de poëzie van uw vader?

Vincent: ‘Zeker. Ik vind het interessant als zoon, maar meer nog als antropoloog. Zijn laatste bundel Demerararamen zit vol postkoloniale en koloniale thematiek. Ik zal niet beweren dat ik het begrijp, maar ik haal wel de lijn eruit.’

Antoine: ‘Het is ook niet de bedoeling dat je het begrijpt, het zijn vormsels waarin elementen terugkomen die in het alledaagse verschrikkelijk waren.’

Vincent: ‘Precies, als ik het lees, voel ik een doorleving van koloniaal trauma, zowel de erfenis van Anton de Kom, het slavernijverleden, maar ook de coupplegers.’

Wanneer ontdekte u dat u de achterkleinzoon bent van een antikoloniale activist?

Vincent: ‘Bij ons thuis stonden vijf boekenkasten waar mijn broertjes en ik in klommen. Toen ik een beetje kon lezen zag ik een boek met De Kom erop in de kast staan. Daar ging ik naar vragen.

‘Ik ben een wit jongetje opgegroeid in een witte wereld. Ik vond het al bijzonder dat mijn opa uit Suriname kwam. Mijn klasgenoten hadden geen idee, wisten niets van Suriname. Die totale onwetendheid heeft me vooral bewust gemaakt, denk ik.

‘Omdat ik van een generatie later ben, heb ik meer afstand tot de ervaringen van verlies, van trauma. Het maakt me onbevangener. Ik kan me ook niet herinneren dat iemand mij ooit een opdracht heeft gegeven om iets te doen. Er was altijd wel een leraar die wist dat ik de achterkleinzoon van Anton de Kom ben en als ik mensen uit Surinaamse kringen tegenkwam, zeiden ze: waar komt je achternaam vandaan? En in Suriname bij de douane is het altijd meteen: wie is je opa?

‘Ik was nogal trots dat mijn opa uit Suriname kwam. Ik zat op een witte school in Amsterdam-Zuid, daar was mijn opa een happening.’

Hoe bedoel je?

Vincent: ‘Een bruine opa, dat was al ongewoon en dan keken ze naar mij en snapten het niet. Hoe kan jij nou Surinaams zijn? Dat zegt vooral veel over het gebrek aan kennis over de koloniale geschiedenis. Het wordt al beter, maar bij ‘een Nederlander’ denken mensen meestal niet aan Clarence Seedorf of Gerda Havertong.’

Antoine: ‘In mijn jeugd in Suriname had je hele categorieën voor huidskleur, de koloniale overheersing had een sterk racistische component. Maar als ik nu reclames op tv zie, lijkt het wel alsof er amper nog witte mensen in Nederland wonen.’

Vincent, met luide stem: ‘Wat een onzin! Eindelijk zien we een afspiegeling. Gelukkig, na al die jaren!’

Antoine: ‘Maar is dit dan Nederland, wat we in reclames zien?’

Vincent: ‘Wat Nederland is? Een natie is een idee. Dat we bij Nederland denken aan tulpen, klompen en kaas – dat is een idee. Er wordt ook vet veel roti gegeten en toch associëren we dat niet met Nederland. Mensen van kleur komen al zo lang in opstand tegen onderdrukking en racisme, mag wat Nederlands is eindelijk eens verschuiven.’

Anton de Kom was in de jaren twintig en dertig in Nederland natuurlijk een uitzondering, als zwarte man. Zijn daar verhalen over?

Antoine: ‘Hij was een bezienswaardigheid. Hij hield lezingen op scholen, dan mochten de kinderen aan zijn haar voelen.’

Ging hij daar onder gebukt?

Antoine: ‘Hij deelde wel eens een rake klap uit als iemand een nare opmerking maakte.’

Vincent, knikkend: ‘Ja, dat deed hij echt.’

Antoine: ‘Mijn vader is daar trots op, ik persoonlijk niet zo. Mijn vader heeft allerlei verhalen van mensen die racistische opmerkingen maakten tegen hem: u komt zeker uit Afrika, wast u zich wel eens? Naïeve maar kwetsende vragen. Door klasgenootjes in Nederland werd hij ‘poepnikker’ genoemd.

Vincent: ‘Nu gebruiken mensen andere woorden.’

Antoine: ‘Nettere woorden.’

Vincent: ‘Nou, niet per se.’

Antoine: ‘Mensen zeggen ook racistische dingen terwijl ze het niet zo bedoelen.’

Vincent: ‘Kennelijk snappen mensen het nog niet, dus het blijft nodig om mensen bij te brengen wat oké is en wat niet. Maar ik snap dat activisten zeggen: lees maar een boek, ik heb daar de energie niet voor. Dat ze meer willen, een zwarte vrouw als premier bijvoorbeeld. Er is nog zoveel werk te doen.’

In hoeverre speelt het gedachtegoed van je overgrootvader een rol in jouw levenskeuzes, Vincent?

Vincent: ‘Het belang zien van en me inzetten voor sociale rechtvaardigheid is als een soort familietraditie.

Antoine: ‘Een identiteit.’

Vincent: ‘Nou, dat niet. Mij geeft het vooral een heel veilig gevoel dat ik de achterkleinzoon van Anton de Kom ben. Strijden en knokken voor een betere wereld, dat zie ik als mijn levensopdracht. Ik kan niet op de schouders van een grotere gigant staan op dit terrein.

‘Hij is in een extreem moeilijke tijd opgestaan tegen een gezag dat volstrekt tegen hem was. Als hij het toen durfde dan moet ik dat nu toch zeker durven. In vergelijking met hem heb ik extreem veel privileges. Maar ook in vergelijking met zwarte activisten van nu. Want als je Jerry of Quinsy heet en je gaat met een T-shirt langs de weg staan met daarop ‘zwarte piet is racisme’, werd je tot voor kort meteen gearresteerd.’

Uit conservatieve hoek klinkt vaak dat zwart activisme identiteitspolitiek is en de tegenstellingen juist vergroot.

Vincent: ‘Dat zijn altijd witte mensen die boos zijn dat ze iets verliezen wat er helemaal niet was. Dat zij niet meer mogen bepalen wat Nederland is. Mensen van Black Lives Matter heb ik nog nóóit het woord identiteitspolitiek horen gebruiken. Weet je wat identiteitspolitiek is? Sybrand Buma die vindt dat alle kinderen op school het Wilhelmus moeten leren.

‘De sticker identiteitspolitiek wordt altijd gegeven aan mensen die al gemarginaliseerd zijn, door mensen met meer macht. Met een dikke Mercedes op je oprit boze stukjes tikken over Sylvana.’

Antoine: ‘Ik denk dat het gewoon om macht gaat. Ik zie het kolonialisme als een extreme vorm van machtspolitiek. Het waren ondernemers die kansen zagen en spierkracht nodig hadden en mensen van een ander continent hebben geknecht. Ze zijn niet naar Afrika gegaan om mensen met een andere huidskleur te kunnen discrimineren, ze gingen erheen omdat ze spierkracht zochten.

Vincent: ‘Nu sla je het wel heel erg plat. Ik vind knechting te licht geformuleerd, ze hebben zich boven andere mensen gesteld, ik vind de trans-Atlantische slavernij de ergste vorm van dehumanisering.

Antoine: ‘Nou daar heeft de mensheid zich nog wel vaker schuldig aan gemaakt.’

U heeft zich verdiept in onze slechtheid.

Antoine: ‘Ik geloof niet dat het een eigenschap is. Ik ben ervan overtuigd dat je altijd kunt kiezen. Ook als je in een golf van gelijkgezinden wordt meegevoerd, houd je als mens de verantwoordelijkheid je af te vragen: wat ben ik eigenlijk aan het doen. Dat is in die tijd ook wel gebeurd, er waren wel dissidenten, mensen die opmerkten: dit deugt niet, het kolonialisme.

‘Zoals mijn grootvader. Dat is wat mij betreft zijn belangrijkste boodschap: dat je áltijd tegen de stroom in kunt bewegen.’

Vincent: ‘Dat vraagt ongelooflijk veel moed, want het lot van mensen die proberen tegen een stroom in te bewegen, is meestal zeer tragisch.’

Antoine: ‘En het is eerder regel dan uitzondering in de wereld. Als je kijkt wat er gebeurt met dissidenten in Rusland of China, maar ook hoe wij reageren op migranten, mensen die op de vlucht zijn.’

U heeft een tamelijk zwart mensbeeld?

Antoine: ‘Ik registreer slechts.’

Vincent gniffelt.

Antoine: ‘Ik vind niet dat we de mens moeten stempelen. We moeten juist zeggen: mensen hebben het vermogen, nee de taak zich af te vragen of wat ze doen juist is. Mits ze niet te zeer behept zijn – want sommigen zijn impulsief of prikkelbaar, hebben nauwelijks geweten – maar ook als dat speelt heb je nog een keuze.’

Mensen die zich tot beul ontpoppen wijzen vaak naar omstandigheden.

Antoine: ‘Mensen zijn vreselijk makkelijk te beïnvloeden. Dat is een verontrustend gegeven.’

Cover van het literaire pamflet 'Wij slaven van Suriname’. Beeld
Cover van het literaire pamflet 'Wij slaven van Suriname’.

Historici zeggen dan: je moet het in de context van de tijd zien. De kans is groot dat wij hetzelfde zouden hebben gehandeld in de 18de eeuw als we een plantage hadden gehad.

‘En toch is dat precies waar het om draait. Je moet niets als vanzelfsprekend ervaren, maar je telkens weer afvragen of dat wat je doet te verenigen is met je geweten. Anton de Kom nam het systeem waarin hij opgroeide niet als vanzelfsprekend. Het is vreselijk moeilijk maar ik zie het als een familie-eigenschap om van tijd tot tijd tegen de stroom op te roeien.’

Wanneer roeit u zelf tegen de stroom op?

Antoine: ‘In de poëzie.’ Stilte. ‘In 2000 schreef ik op verzoek van het comité 4/5 mei een gedicht dat ik zou voorlezen in de Nieuwe Kerk. In mijn gedicht had ik een menigte opgevoerd, waar ik het woord ‘zwart’ voor gebruikte. Dat was een probleem. Dat was een verwijzing naar de slavernij en dat was niet de bedoeling. Dat gedicht heb ik dus niet voorgedragen.

‘Dat is geen heldendaad, maar het geeft wel aan hoe erg het in 2000 nog was met het verzwijgen van de eigen daden. Het ontkennen. Nu zou het overigens nog steeds niet kunnen, want 4 mei is de herdenking van het Néderlandse leed.’

Heeft u een Anton de Kom-moment, Vincent?

Vincent: ‘Vanuit mijn positie is rebelleren vrij gemakkelijk, veilig. Bij een Anton de Kom-moment denk ik eerder aan andere mensen. Quinsy Gario en Jerry Afriyie die zo’n shirt tegen Zwarte Piet aantrekken bij de intocht, dat is een daad van buitengewoon verzet. En activisten die ook dit jaar weer demonstreren. Ondanks een enorme stroom van haat en racisme daar gaan staan.’

Wat betekenden de excuses voor de slavernij uit de mond van de Amsterdamse burgemeester voor jullie?

Vincent: ‘Ik vind dat toch wel baanbrekend hoor.’

Antoine: ‘Net zoals het ruiterlijk gebaar naar Anton de Kom, of zijn nabestaanden.’

Vincent: ‘Het zijn stappen met een grote symbolische waarde.’

Antoine: ‘Eerherstel is absoluut bijzonder, dat was decennialang ondenkbaar.

Hoe vindt uw vader Cees de Kom het?

Antoine: ‘Die is daar heel blij mee. Al is hij ook wantrouwig of het echt gaat gebeuren.’

Hij maakt het niet meer mee. De kinderen van Anton de Kom zijn ‘taaie rakkers’, zei Antoine nog tijdens het gesprek. Maar zijn vader Cees overlijdt anderhalve week na het interview toch, 93 jaar oud. Op 25 november, dat is Srefidensi, de Surinaamse onafhankelijkheidsdag. Zijn moeder Agnes overleeft haar man maar kort, zij overlijdt op 8 december, 92 jaar oud.

Anton de Kom (Paramaribo 1898- Neuengamme 1945) is opgenomen in de geschiedeniscanon van Nederland als antikoloniaal schrijver, activist en verzetsheld. Hij richtte zijn pijlen op het minderwaardigheidsgevoel dat hem en andere Surinaamse kinderen al jong werd ingeprent door hen wel te leren over ‘de heldendaden van Piet Hein en De Ruyter’ en opeenvolgende gouverneurs, maar niet over hun eigen voorouders.

De Kom tekende de verhalen op van mensen die nog in slavernij hadden geleefd, zoals zijn eigen vader en oma, én van Javaanse en Hindoestaanse contractarbeiders, die als nieuwe arbeidskrachten na de afschaffing van de slavernij waren geïmporteerd. Hij beschreef het leed. Maar hij bestreed de minderwaardigheid ook: door eigen helden op te voeren, mensen die weerstand aan het systeem hadden geboden en door de schoonheid te bezingen van het land dat de Nederlanders als ‘mislukte plantage’ zagen.