Tegen de stroom in

Het onderwijs in Utrecht was te conventioneel. Maar sinds de komst van een ‘eigenzinnig havo en vwo’ en een cultuurprofielschool gaan nog meer middelbare scholieren dagelijks de stad uit....

Er is nauwelijks een doorkomen aan in de aula van de school. Leerlingen lopen op deze zaterdagochtend verkleed rond en delen drankjes en hapjes uit, de promofilm draait. Nieuwsgierige ouders vragen de aanwezige leerkrachten het hemd van het lijf. Het is Open Dag op het Gerrit Rietveld College in Utrecht.

Quinten (12), zijn vriend Thomas en hun moeders zitten onverstoorbaar in het midden van de ruimte. Zij hebben de keuze voor deze school al min of meer gemaakt. En dat is een opluchting, verzuchten de moeders. Want die schoolkeuze leidt deze maanden tot ‘veel stress’, en zelfs ‘rivaliteit onder ouders’. Dan gaan ‘ouders hun kinderen stiekem op meer scholen inschrijven, zo bang zijn ze dat hun kind niet wordt geplaatst op een populaire school’.

Annet ten Cate, Quintens moeder, zegt: ‘Mijn zoon is altijd aan het bouwen. Hij zei als klein kind al: ik wil bouwer worden. Op deze school leggen ze de nadruk op de technische kwaliteiten van een kind.’ In een zogeheten Technasium krijgen ze er onderzoeksopdrachten. ‘Toen Quinten over dat Technasium las, zei hij meteen: dit is het.’

Thomas, met half lang haar onder zijn muts, is wat minder technisch, hij houdt wel van auto’s en muziek. Ook hij komt hier aan zijn trekken, denkt zijn moeder Viviane Lagaay. ‘De Vrije School in Zeist is ons te elitair, dat zie ik als een nadeel.’ Ten Cate: ‘En dat ver fietsen naar scholen buiten de stad is niet fijn als je met vriendjes wilt spelen.’

Daar roeren de moeders een punt aan dat al jaren een heet hangijzer is in Utrecht en omgeving. Ongeveer een kwart van de Utrechtse scholieren volgt voortgezet onderwijs buiten de stad. Ze fietsen bijvoorbeeld naar Bilthoven (Werkplaats Kindergemeenschap Kees Boeke) of naar Zeist (Montessori Lyceum Herman Jordan). Ze doen dat vanwege het bijzondere onderwijs van die scholen, maar ook omdat een school als het Gerrit Rietveld College, gelegen op de rand van het welvarende Tuindorp, vlakbij de flatwijk Overvecht, ook veel allochtonen trekt.

De moeder van Quinten vindt het gemengde karakter van het Gerrit Rietveld College juist een pre. ‘Als hij later in de techniek werkt, bevindt hij zich vast ook in internationaal gezelschap.’ Maar sommige andere ‘witte’ ouders op de Open Dag zeggen openlijk dat ze een gemengde school ‘toch een probleem’ vinden.

‘Ik ben benieuwd of er hier meer agressie is’, zegt een moeder.

Het Gerrit Rietveld College ontstond in 2005 uit een fusie tussen de middelbare scholen De Klop (Overvecht) en Blaucapel. Vertrekkend rector Louis Steeman spreekt van ‘een goede, gemengde school’. Behalve de extra aandacht voor techniek, waarmee de school zich profileert, komt er nu ook een theaterklas.

Maar toch: het aantal aanmeldingen blijft achter bij de verwachtingen. Steeman zou graag meer leerlingen trekken uit de welvarende wijk Tuindorp, waar zijn school staat. ‘We moeten onze bijzondere concepten meer uitventen. Dit onderwijs is ook interessant voor kinderen uit Tuindorp’, zegt Steeman.

Het is een discussie die in het Utrechtse onderwijs al langer speelt. Eerder sloten scholen als het Niels Stensen College (Kanaleneiland) en het Thorbecke College (Overvecht), omdat zowel witte als zwarte ouders de scholen te zwart vonden. Dit moet niet nogmaals gebeuren, meende de gemeente Utrecht. Utrecht besloot, onder supervisie van de Provincie, afspraken te maken met de omliggende plaatsen en de scholen daar. Want in Nederland mag dan vrijheid van onderwijskeuze gelden, je kunt wel onderling vastleggen hoe groot een school mag worden, zodat die niet nog meer Utrechtse leerlingen trekt.

De toenmalige minister van Onderwijs Maria van der Hoeven was in 2004 aanwezig bij de ondertekening van de afspraken. Wat Utrecht doet tegen segregatie in het onderwijs, is een voorbeeld voor de rest van het land, zei zij toen.

Maar wat blijkt vier jaar later? Het aantal Utrechtse leerlingen dat buiten de stad naar school gaat, is verder gestegen, zij het licht. Terwijl er sinds 2004 drie nieuwe scholen zijn geopend, die het gevraagde ‘bijzondere’ onderwijs bieden waaraan behoefte is onder met name witte ouders. Utrecht heeft naast het Gerrit Rietveld College ook UniC, ‘eigenzinnig havo en vwo’, en het Amadeus Lyceum, een zogeheten cultuurprofielschool.

Dave Drossaert was destijds schoolhoofd van het inmiddels gesloten Thorbecke College. ‘Een school moeten sluiten, dat wens je niemand toe’, zegt hij in zijn nieuwe school UniC. Hij heeft deze in 2004 geopend in een voormalig kantoorgebouw in het westelijke gedeelte van de stad.

Het onderwijsconcept van UniC is ultramodern, in de stijl van het Nieuwe Leren. Er zijn geen klaslokalen, wel computerruimtes en ‘loungeplekken’.

Drossaert: ‘Wij willen niet hetzelfde doen als andere scholen. Uit onderzoek was gebleken dat juist veel leerlingen buiten de stad op school gingen omdat ze voorheen in Utrecht geen school als de onze vonden.’

Drossaert woont zelf in het oostelijke deel van de stad. ‘Ik zie de leerlingen uit mijn buurt nog steeds elke dag de stad uit fietsen. Ik fiets tegen de stroom in naar mijn school’, zegt hij hoofdschuddend.

Die uitstroom ‘is geen gezonde ontwikkeling’, vindt Drossaert. ‘Maar er geldt vrijheid in de onderwijskeuze. Blijkbaar zijn leerlingenstromen niet te sturen met regionale afspraken.’

Drossaert wil niet mokken: zijn school, met nu 330 leerlingen, ‘redt het wel op eigen kracht’. ‘Daarvoor hoeven geen afspraken over leerlingenstromen te worden gemaakt.’ Maar de school zit nog niet aan haar top: zij mag per jaar 150 leerlingen aannemen.

Het is wel lastig voor zijn school dat er nog geen eindexamenresultaten zijn, merkt Drossaert. ‘Ouders kijken de kat uit de boom. Ja, dat klinkt als een leuke school, zeggen ze, maar jullie hebben je nog niet bewezen.’

En de school is nog niet overal bekend. Daarom heeft Drossaert een promotie-dvd laten maken, die naar alle basisscholen is gestuurd. Daarin komt het eigen vocabulaire van de school aan bod in snel gesneden beelden: je werkt er in ‘maatjescirkels’ (groepjes leerlingen), en talen leer je er via de ‘onderdompelingmethode’ (in een bepaalde periode wordt bij veel vakken bijvoorbeeld Duits of Engels gesproken).

Ook bij de andere nieuwe en vernieuwende Utrechtse school – het Amadeus Lyceum in de Vinexwijk Leidsche Rijn – is het aantal aanmeldingen nog niet optimaal. In het vierde jaar van het bestaan van deze ‘cultuurprofielschool’ bedraagt het aantal leerlingen 470. ‘Een nieuwe school heeft tijd nodig om vertrouwen te wekken en een goed imago op te bouwen’, merkt ook rector Jeanine Vlastuin van het Amadeus Lyceum. Haar school trekt leerlingen uit de stad, uit Leidsche Rijn, maar ook uit Harmelen en Kockengen; een mooie mix, vindt zij. ‘Bovendien krijgen we binnenkort een prachtig gebouw!’ Ook zij wil benadrukken: ‘Wij redden het op eigen kracht.’

In de regio klinkt opvallend genoeg meer uitgesproken gemor. Het Montessori Lyceum Herman Jordan in Zeist, dat sinds oudsher veel leerlingen uit de stad trekt, kondigde vier jaar geleden bij de ondertekening van de afspraken enthousiast aan dat de school meer allochtone leerlingen uit Utrecht wilde trekken, om zo een steentje bij te dragen aan de bestrijding van de segregatie. Conrector Ingrid van der Neut van het Jordan toont zich nu teleurgesteld over, naar haar zeggen, het gebrek aan medewerking van de gemeente Utrecht en de Provincie. Het aantal witte Utrechtse leerlingen dat zich de afgelopen jaren bij de school heeft aangemeld, is intussen verder gestegen.

Van der Neut: ‘De afspraken zijn destijds met veel tromgeroffel gemaakt. Ik vind het onthutsend dat er zo veel moeite en geld is gestoken in afspraken tussen zo veel partijen, en dat er zo weinig van terecht is gekomen.’

Meer over