Tegen 2017 komt het goed met Chirac

Waarom wekt een Franse president aan het einde van zijn ambtsperiode toch telkens de indruk een trieste, oude koning te zijn, die tobbend met zijn gezondheid zich door zijn volk verlaten weet?...

Het overkwam de socialist François Mitterrand midden jaren negentig,het overkomt zijn rechtse opvolger Jacques Chirac halverwege dit decennium.De laatste wordt in de satirische pers aangeduid als 'Monsieur 1 PourCent', omdat nog maar 1 procent van de Fransen hem ziet als een geschiktekandidaat voor zijn eigen opvolging. De strijd op rechts gaat tussenpremier Dominique de Villepin en zijn minister van Binnenlandse Zaken,Nicolas Sarkozy. De president is tot de status van figurant gedegradeerd.'De uitdaging voor hem in 2006 is om te bestaan', merkte een commentatorop.

Na zijn rampjaar 2005 (in mei zijn nederlaag bij het referendum overde Europese Grondwet; in september zijn lichte beroerte; in november decrisis rond de voorsteden, waarin hij geen rol van betekenis speelde) isde president 2006 begonnen met een nieuwe slogan: 'Geloven in Frankrijk'.Maar die boodschap valt moeilijk aan te nemen van iemand in wie nauwelijksmeer wordt geloofd.

Bol van de goede voornemens stond zijn nieuwjaarstoespraakje, maar stukvoor stuk riepen die irritatie op: waarom zouden al die vrome plannenalsnog lukken, terwijl het er in de afgelopen tien jaar niet van isgekomen? Die ongeduldige houding heeft iets onrechtvaardigs, maar is bijeen al zo lang zittende, 73-jarige president onvermijdelijk.

Het gebrek aan geloofwaardigheid waar Chirac aan lijdt, is niet alleenvoor hemzelf pijnlijk. Voor de buitenwacht krijgt kritiek leveren op eenman die er eigenlijk niet meer toedoet, iets gratuits. Voeg daar zijn getobmet zijn gezondheid aan toe en het wordt bijna onkies. Maar zolang debetrokkene zijn hoge functie wenst te vervullen, kan de kritiek ook nietachterwege blijven. Dus wordt in deze periode van nieuwjaarsbeleefdhedenhem eerst welgemeend een goede gezondheid toegewenst, waarna de dolkstekenalsnog volgen.

Hoe het er in het centrum van de macht in zo'n periode van fin derègne aan toegaat, deed de voormalig minister van Buitenlandse Zaken,Hubert Védrine, onlangs uit de doeken. Hij was de hoogste ambtenaar op hetElysée-paleis tijdens de laatste jaren van Mitterrand. Védrine herinnertzich hoe de macht van de president om via zijn benoemingenbeleid carrièreste kunnen maken of breken, hem geleidelijk ontsnapt. Wie nog door dezittende president wordt benoemd, gaat meteen bewijzen hoe onafhankelijkhij kan opereren van degene die hem heeft geholpen. En wie nog naar eenbenoeming hengelt, gaat dat regelen via een potentiële kroonprins, aldusVédrine.

Die implosie van de macht verklaart wellicht alle toespelingen op dezwaarmoedige atmosfeer binnen het Elysée-paleis, in weerwil van hetoptimisme dat naar buiten toe dient te worden uitgestraald. En dit is nogmaar het begin, het kan in het paleis nog veel erger worden, zo voorspellenElysée-kenners, verwijzend naar Mitterrand. Die moest meemaken hoe ookdiverse intimi hem op de valreep in de steek lieten, na onthullingen overzijn foute vriendschappen tijdens de oorlog. Later zou ook nog blijken dathij zijn maîtresse en hun kind op staatskosten had gehuisvest en dat hijde Fransen veertien jaar over zijn gezondheid had voorgelogen.

Blijft de vraag waarom Franse presidenten telkens zo'n treurig slot isbeschoren. Het begin is altijd hoopvol, met een welgezind parlement en meermacht dan enig ander West-Europees staatshoofd. Maar gaandeweg blijkt dewereldeconomie te regeren en is ook voor het overige de maakbaarheid vanFrankrijk gering.

Daarnaast leidt het langdurige verblijf in een paleis vol letterlijkeen figuurlijke lakeien tot een steeds grotere afstand tot de om de hoekliggende Champs-Elysées. Het volk wordt onbereikbaar en gaat morren; deouderdom met zijn kwalen slaat ook nog toe. Bovendien is er dieallergrootste preoccupatie, waar Franse presidenten vooral in hun nadagenmee worstelen: hun eigen rol in de Geschiedenis. Aan het einde van de ritblijkt die steevast minder indrukwekkend dan gehoopt.

Toch gloort er hoop voor Chirac. Juist deze week leerde een enquêtedat de Fransen Mitterrand tien jaar na zijn aftreden zich herinneren alsde beste president van de Vijfde Republiek. Hij wordt gewaardeerd om zijnvermogen jonge allochtonen in de maatschappij te integreren, zijn bijdrageaan het democratisch functioneren van het land en zijn strijd tegen dewerkloosheid. Vergeten zijn de illegale afluisterpraktijken en zijnonmachtige verzuchting over de werkloosheid: 'We hebben allesgeprobeerd'. Zelfs de grondlegger van de Vijfde Republiek, Charles deGaulle, laat Mitterrand inmiddels achter zich.

Dat moet voor Jacques Chirac toch een wenkend perspectief zijn. Tegen2017 komt het allemaal weer goed.

Fokke Obbema

Meer over