Team GB leunt zwaar op kostschool

Bij alle euforie in Groot-Brittannië over de beste olympische prestaties in honderd jaar wordt er toch ook een kanttekening geplaatst over het elitaire karakter van Team GB. Waar 32 procent van de sporters naar een privéschool ging, is dat landelijk maar 7 procent.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Terwijl Team GB de ene na de andere gouden plak binnensleept, lopen de meningen uiteen over de oorzaken van de beste Britse olympische prestaties sinds 1908, toen Londen voor het eerst de Olympische Spelen organiseerde. De een zoekt het in conservatieve waarden als noeste arbeid en zelfopoffering; de ander wijst op het succes van de multiculturele samenleving. Maar Groot-Brittannië zou Groot-Brittannië niet zijn als 'class' zou ontbreken bij deze zelfreflectie. De triomftocht heeft een ware schoolstrijd veroorzaakt, met als centrale vraag welke scholen sportvriendelijker zijn: staatsscholen of het particulier onderwijs.

Bij elke medailleceremonie tijdens de Olympische Spelen in Londen klinkt de muziek van Vangelis uit Chariots of Fire, een sportkostuumdrama waarin Cambridge-studenten, met een onvervalste kostschoolachtergrond, zich voorbereiden op de Olympiade van 1924. Passende muziek, daar relatief veel Britse gouden-medaillewinnaars op een kostschool of een gewone privé-school hebben gezeten. Chris Hoy, bijvoorbeeld, die dinsdag zijn zesde gouden plak won op de wielerbaan, komt van een dure school uit Edinburgh, terwijl zeiler Ben Ainslie, die net als bij de drie vorige Spelen goud veroverde, op een kostschool in Cornwall heeft gezeten. Ook de meeste roeiers en ruiters hebben hun pap van kinds af aan met een zilveren lepel gegeten.

Al voor de Spelen uitte premier David Cameron, oud-leerling van de kostschool Eton, zijn zorgen over de scheve verhouding binnen Team GB. Terwijl hooguit 7 procent van de Britten naar een privéschool gaat, bedraagt dat aandeel bij de topsporters bijna het vijfvoudige. Vorige week noemde ex-sportminister en olympisch bobo Colin Moynihan het feit dat de helft van de Britse gouden medaillewinnaars in Peking naar een dure school is geweest 'een van de slechtste statistieken uit de Britse sport'.

Op particuliere scholen is van oudsher veel aandacht voor sport. Ze hebben het geld om complete complexen aan te leggen waar de scholieren onder begeleiding van topsporters gebruik van kunnen maken. In het graafschap Somerset beschikt Millfield (schoolgeld: 38.000 euro per jaar) onder meer over een zwembad met olympische afmetingen, alsmede een dressuurcentrum. Zeven leden van Team GB zijn daar naar school geweest en twee ervan vielen in de medailles.

Steeds meer Britse staatsscholen moeten het juist zonder sportvelden stellen. Voor gemeenten is het immers maar al te verleidelijk om speelweiden aan projectontwikkelaars te verkopen. Daar komt bij dat staatsscholen, uit angst voor schadeclaims, steeds risicomijdender worden. Een potje voetbal, basketbal of cricket op het schoolplein is daarom op veel plaatsen taboe.

Tevens zou er iets mis zijn met het ethos binnen het staatsonderwijs. De afgelopen twee decennia heeft het idee postgevat dat een situatie waarbinnen er sprake is van winnaars en verliezers ongewenst is. Competitief gedrag wordt steeds vaker ontmoedigd. Er zijn staatsscholen waar alle deelnemers tijdens sportdagen dezelfde prijs krijgen.

Progressieve commentatoren putten moed uit het feit dat olympische godenzonen als Bradley Wiggins, Jessica Ennis en Mo Farah staatsonderwijs hebben genoten. Laatstgenoemde atleten prezen expliciet hun gymleraren. Het bewijst dat doorzettingsvermogen en enthousiasme een gebrek aan financiën en faciliteiten meer dan goed kunnen maken. Terwijl leerlingen van privéscholen vaak kunnen kiezen uit diverse levenspaden, is sport voor scholieren uit mindere buurten een uitgelezen kans om hogerop te komen. Dat bij deze Spelen 'slechts' 32 procent van alle medaillewinnaars privaat is opgeleid, kan worden gezien als een hele vooruitgang ten opzichte van Peking. Over vier jaar kan dat in Rio de Janeiro weer anders zijn. Voor het eerst sinds 1924 zal rugby, de favoriete kostschoolsport, daar op het programma staan.

undefined

Meer over